COLUMN Hartverwarmende kerstcolumn

Het was eigenlijk de bedoeling dat dit een hartverwarmende kerstcolumn zou worden, maar dat gaat waarschijnlijk niet lukken. Om twee redenen. De eerste is dat ons tijdsgewricht niet bepaald meewerkt. Het milieu wordt door de megaindustrie vakkundig om zeep geholpen, straks staat mijn hypotheek met huis en al onder water en er is niets wat ik daaraan kan doen.

Dertig jaar neoliberale politiek heeft de poten onder onze samenleving vandaan gezaagd, niet alleen door afbraak en uitverkoop van wat we samen hadden opgebouwd - gezondheidszorg, onderwijs, woningbouw en sociale zekerheid - maar ook door mensen tegen elkaar op te zetten. Politici, en in hun kielzog de kwijlende en dwepende media, die alleen nog parasiteren op ophef en woede, haasten zich om moslims en vluchtelingen de schuld te geven van alle onvrede van onze onderbuiken.

Maar ook alles en iedereen die pleiten voor wederzijds respect of gelijke behandeling van vrouwen en mensen met een ‘migratie-achtergrond’ zijn verdacht. En mensen houden elkaar in de gaten: heb je kanker? Had je maar niet moeten roken. Ben je dik? Dan haten we jou tot in het diepst van onze tenen. Dik zijn is duur en ongezond en bovendien je eigen schuld. Waag het niet om van jezelf te houden!

Heb je een invalidenparkeerkaart? Dan zul je wel misbruik maken van onze dure voorzieningen. Kun je eventjes opstaan uit je rolstoel om iets uit een te hoog supermarktschap te pakken? Dan ben je vast een aansteller en plaatsen we een foto van jou op iets wat ten onrechte ‘social media’ heet. Ben je in Nederland geboren, maar hebben je ouders niet precies de juiste papieren, dan zetten we jou zonder knuffel op het vliegtuig naar een land waar je nog nooit geweest bent.

Gebroken vaasje

Wat moet ik hier nou als wanhopige columnist nog voor hartverwarmends tegenaan gooien? Het vaasje van Rutte misschien? Rutte, die met zijn weglachbeleid geen moer geeft om mensen aan de onderkant van de samenleving, van welke kleur dan ook? Rutte, die alles uit de kast haalt om de grote bedrijven uit zijn rolodex geen belastingen te laten betalen en tegelijk de kosten die diezelfde bedrijven veroorzaken (ziekte, vervuiling) over de schutting van de samenleving kiepert.

Rutte, die als het jongetje die het lievelingsvaasje van zijn moeder heeft gebroken, onmiddellijk wijst naar het kleine zusje als schuldige. Want mensen met kritiek op zijn beleid -bijvoorbeeld omdat zij er het meest onder lijden- die zijn maar negatief, die moet je er niet bij willen hebben.

Depressie en burnout

Ik had jullie een tweede reden beloofd voor het niet lukken van een hartverwarmende kerstcolumn. Die is dat ik al drie jaar te maken heb met depressie en burnout. Nu lees ik regelmatig dat mensen tegenwoordig om het minste of geringste bij de psychiater lopen, omdat ze niet meer opgewassen zijn tegen de normale zaken van het leven (gewoon, tegenslag), of omdat ze verwachten voortdurend gelukkig te zijn en als dat eventjes niet lukt onmiddellijk naar de psychiater rennen. Hoogleraren als Aryen van der Ley en Jan Derksen haasten zich om ons, lijders aan depressie en burnout, de ‘pretparkgeneratie‘ te noemen of de ‘pampergeneratie’. Alleen maar gewend om ons zin te krijgen en niet opgewassen tegen moeilijkheden. Niet weerbaar.

Recent stelde ook de Vlaamse psychiater Damiaan Denys dat we voortdurend gelukkig willen zijn, maar daar niets voor willen doen. Geluk is een bijproduct, niet een voortdurende staat waarin we ons kunnen bevinden. Toch verwachten we dat en lukt dat niet, dan belanden we bij de psychiater.

Psychiaters kletsen uit hun nek

Dit is natuurlijk gelul en dat zou een psychiater moeten weten. Zelf kwam ik in de psychiatrie terecht omdat ik niet meer wilde leven en mijn huisarts, niet ik, dat een probleem vond. Ik zat daar niet omdat ik ongelukkig was maar omdat ik doodmoe was.

Moe van het proberen mee te draaien in de samenleving, moe van het eindeloos mezelf aan mijn haren uit het moeras te trekken. Moe van het vechten tegen mijzelf en de wereld. Geluk kwam in het hele gesprek niet voor, ik was er gewoon klaar mee en vond dat zelf niet zo heel erg. Ik voelde me niet ongelukkig, ik voelde sowieso niks meer.

Mijn huisarts vond dat - terecht- zorgelijk en schakelde de crisisdienst in. Nu, drie jaar verder, heb ik veel geleerd en ik leef nog steeds. Maar ‘gelukkig willen zijn’ staat niet in mijn behandelplan en is ook al geen doel van de therapie.

Begrip door psychiatrische diagnose

Volgens Denys (en velen met hem, zie mijn vorige column) is de groei van mensen met een psychiatrische diagnose te verklaren vanuit de winst die dat oplevert. Waar mensen in de samenleving geen begrip voor hun lijden ontmoeten, zouden ze met een diagnose zowel een aflaat voor hun falen als begrip vanuit de omgeving binnenslepen.

In de woorden van Denys: 'We zijn niet meer goed in staat het normale lijden een plek te geven. De huidige samenleving is heel beperkt in het herkennen van andermans psychisch lijden. Als je reguliere woorden gebruikt, en zegt: 'Ik voel me niet goed, ik voel me verdrietig', dan besteden mensen daar geen aandacht aan. Maar mensen spitsen hun oren als je zegt: 'Ik ben naar de dokter geweest en ik heb een depressie.' Zo worden we onbewust gedwongen ons lijden uit te drukken in termen die ontleend zijn aan de geneeskunde.'

Nu weet ik natuurlijk niet of Denys ooit zelf een depressie heeft gehad, maar zelf durf ik nauwelijks het woord depressie te noemen in mijn omgeving en ik vind mijzelf in onverminderde mate falen - eigenlijk nog erger: ik was al mislukt en nu zit ik ook nog in de psychiatrie.

Mensen schrikken als je begint over depressie of de ggz en ze hebben geen idee hoe ze moeten reageren. Laat staan dus dat ik met mijn diagnoses en problemen begrip en compassie oogst, daarvoor moet ik toch eerst zwaar met de billen bloot en ik kijk wel link uit. Je bent voor minder al een loser.

Uitsluiting maakt ziek

Maar Denys heeft wel een punt, al trekken hij en zijn collega’s precies de verkeerde conclusie. Wij kunnen als samenleving slecht met lijden omgaan. Dat klopt. En dat is juist omdat lijden gezien wordt als persoonlijk falen. We moeten immers meedraaien op die mallemolen.

Dezelfde industrieën die ons milieu en gezondheid naar de knoppen helpen, verkopen goederen die ons als ‘gelukkig makend’ door de strot worden geduwd. Wie wij zijn wordt afgelezen aan onze consumptie en aan het perfecte lichaam en leventje dat wij via consumptie en goederen vormgeven. We moeten steeds nieuwe spullen, steeds nieuwe reizen maken om indruk te blijven maken op anderen.

Dat systeem draait om selectie, om het steeds moeten blijven scoren, op kortstondig succes en langdurig falen. Om winnaars te creëren zijn verliezers nodig. Maar met verliezers, losers, hebben wij geen medelijden. Hadden ze maar beter hun best moeten doen. Mensen lopen daar collectief op stuk, niet omdat ze geluk najagen maar omdat we in dit systeem geen mens kunnen zijn.

Uitsluiting doet pijn

Burnout en depressie zijn natuurlijke, normale reacties op een ziek systeem van uitsluiting. Anders dan Denys beweert is pesten niet iets wat bij het normale opgroeien hoort, niet iets wat iedereen wel eens overkomt, maar wel degelijk schadelijk. Wij zijn sociale wezens, en afwijzing doet zowel psychisch als fysiek pijn. Pesten en uitsluiting (discriminatie, stigmatisering) plaatsen ons buiten de groep en zijn daarmee een directe bedreiging voor ons mens-zijn, ons bestaan.

Volgens Denys creëert onze samenleving fragiele personen, maar dat is ten eerste niet de juiste diagnose, en ten tweede draagt hij daar met zijn oordeel juist aan bij. Een systeem dat zoveel uitval veroorzaakt is zelf ziek, niet omdat mensen niet deugen. Psychiaters die dat niet begrijpen kunnen ons niet helpen, die zijn in dienst van het systeem.

Wij zijn ziek in onze samenleving en dat is bedreigend voor ons allemaal. In de eerste plaats omdat wij zelf het volgende slachtoffer kunnen zijn: we kunnen breken, tegenslag kan ons deel zijn en dan komen we alleen te staan.

In de tweede plaats omdat pesten en buitensluiting mechanismen zijn van een groep of samenleving die zich onveilig voelt. In onze biologische opmaak zijn uitsluiting, haat, wantrouwen, agressie, stress en onveiligheid ziekmakend, terwijl liefde, verbondenheid, compassie, medelijden, harmonie en steun gerelateerd zijn aan gezondheid en welbevinden.

Oh ja, die hartverwarmende column

Geef jezelf en de ander daarom een cadeau deze kerst. Door eens niet mee te doen aan de consumptiegekte, maar door te kijken wat jij en je naasten echt nodig hebben: compassie, begrip, verbondenheid. Dat kan ook in je jurk of trui van vorig jaar (of het jaar daarvoor), dat kan ook met een stapel pannenkoeken in plaats van een stressvol vijfgangenmenu.

Knuffel je dierbaren en spreek geen kwaad over een ander. Nou ja, behalve over Denys natuurlijk, dat mag.

Fijne kerst!

Mieke van Stigt is socioloog en pedagoog