Ervaringsdeskundige, hoed u voor de professionaliseringsparadox

We zien steeds meer ervaringsdeskundigen aan het werk in het sociaal domein. Hoe kunnen beleidsmakers en werkers de rijke bron van ervaringskennis ontsluiten bij hun werk? Wilma Boevink geeft tips vanuit haar ervaring als voorzitter van de Vereniging voor Ervaringsdeskundigen en vanuit wetenschappelijke kennis uit de ggz.

We weten inmiddels dat aansluiten bij de hobbels die mensen te nemen hebben in hun leven, en waar ze steun bij kunnen gebruiken, onvoldoende lukt vanachter het bureau. Mij staat dan ook voor ogen dat we bij de herinrichting van het sociaal domein de transitie moeten maken naar een flexibel steunend netwerk dat meebeweegt met de grilligheid van het leven. Het is mijn ervaring dat daartoe de inbreng van ervaringsdeskundigen hard nodig is.

Een ervaringsdeskundige is iemand die persoonlijke ervaringen met en collectieve kennis over ontwrichting professioneel inzet ten behoeve van anderen. Ontwrichting is een algemene noemer voor bijvoorbeeld psychisch lijden, ziekte, handicap, armoede en crisissituaties. Daarbij gaat het vooral over hoe ermee om te gaan en hoe veerkracht te ontwikkelen. De eigen doorleefde processen en de collectieve kennis daarover bieden handvatten – en een hoopvol perspectief – bij het coachen van anderen die een (uit)weg zoeken in soortgelijke situaties.

Het is een middel om kloof tussen systeem- en leefwereld te verkleinen

De inzet van ervaringsdeskundigheid is vooral doorgestoten in de ggz. Langzamerhand komen daar nu ook andere terreinen bij, waaronder het sociaal domein. Maar wat hebben we eraan om ervaringsdeskundigen als collega’s uit te nodigen aan onze werktafels?

Ervaringsdeskundige inzet is een middel om de kloof tussen de systeemwereld waarin mensen ‘cliënten’ of ‘patiënten’ worden en de leefwereld van deze mensen, te verkleinen. Het is een middel in de transitie van de systeemwereld waarin hulpverleners opereren.

Eindgebruikers van zorg- en welzijnsorganisaties zijn niet gebaat bij veerkracht-ondermijnende, aanbod gestuurde, bureaucratische bolwerken. Zij hebben behoefte aan aansluitende, steunende lokale netwerken, die kunnen meebewegen met de grilligheid van het dagelijks leven en met hun voortdurend veranderende behoeften aan steun.

Voor je het weet is het ervaringsdeskundig perspectief verdwenen

Ervaringsdeskundigen in de ggz worden vooral in het systeem aan het werk gezet. Ze worden, al dan niet daartoe opgeleid, vooral in een-op-een-contacten ingezet, in het primaire proces. In de voorzieningen die onder de WZV (Wet Ziekenhuisvoorzieningen) vallen, komt daar nog eens het moordende productie draaien bij. Ook voor ervaringsdeskundigen. Zo dreigt beïnvloeding van de transitie in dat werkveld niet te lukken.

Meedraaien in een omgeving als eenling, als één ervaringsdeskundige in een team dat overigens nauwelijks weet heeft van de meerwaarde ervan, leidt al snel tot de kleur aannemen van die omgeving. De collega’s zijn aardig en de werkdruk is hoog en ja, de patiënten kunnen ook erg lastig zijn … en voor je het weet is het ervaringsdeskundig perspectief verdwenen. En is de ggz enkele goedkope arbeidskrachten rijker.

We willen niet inboeten op onze specifieke expertise

Als voorzitter van de Vereniging voor Ervaringsdeskundigen (VvEd) voor alle sectoren in zorg en welzijn, ben ik sterk voor een gedegen verantwoording van de kwaliteit van ervaringsdeskundigheid. Ik ben voor professionalisering, maar dan wel volgens de waarden die autonoom vanuit ervaringsdeskundig perspectief te formuleren zijn.

Ik vind professionalisering een dilemma. We willen positie, voet aan de grond, maar niet inboeten op onze specifieke expertise. We willen een opleidingsstelsel, maar niet één waarin het gros van de lesuren opgaat aan modules ‘pathologie’.

Om van te leren

Wat valt te leren van de ervaringen in de ggz? Hoe kunnen we de risico’s die we daar lopen vermijden in de sociale sector? Mijn advies aan werkers in de sociale sector: probeer uit de valkuil te blijven van de ervaringsdeskundige willen kneden en vormen net zolang tot hij of zij in uw comfortzone past. Dat wil zeggen: uw taal spreekt, of liever jargon, uw perspectief heeft overgenomen en uw werkwijzen heeft eigen gemaakt. Hoed u dus voor de professionaliseringsparadox.

Mijn tweede advies heeft te maken met de vele veranderingen in het sociaal domein. In de psychiatrie is, net als in het sociaal domein, veel gaande, staat er veel beweging en verandering op stapel. Al was het maar dat hele organisaties worden gereorganiseerd naar bijvoorbeeld gebiedsteams, de ggz-variant op de sociale wijkteams.

Het is heel begrijpelijk dat medewerkers die turbulentie boven het hoofd kan groeien. De hang naar controle leidt dan tot reacties als: ‘De uitdagingen waar we nu voor staan, zijn al ingewikkeld genoeg. Is het niet beter voor de ervaringsdeskundige als deze in een rustig gespreid bedje komt?’

Zoek ze juist nu de turbulentie van de veranderingen groot is

Ik zou zeggen: zoek ze nu, de ervaringsdeskundigen uit de doelgroepen waarvoor u werkt, juist nu de turbulentie van de veranderingen zo groot is. Dat is het juiste moment om samen met ervaringsdeskundigen beleid te ontwikkelen dat leidt tot adequaat voorzien in de ondersteuningsbehoeften.

Daartoe is de ontwikkeling van ervaringsdeskundigheid bedoeld: samen vormgeven aan een nieuwe zorg- en welzijnssector. Dat zal uiteindelijk vele malen vruchtbaarder blijken dan nu eerst beleid maken en straks enkele ervaringsdeskundige poppetjes in dat keurslijf aan de slag te laten gaan.

Ons land zit er vol mee

Waar vind je ervaringsdeskundigen om mee uit te wisselen, om te betrekken bij werkzaamheden en mee innovaties te initiëren in gemeente, organisatie of zorginstelling? Eerlijk gezegd: ons land zit er vol mee. Soms misschien verborgen achter de muren van de ggz-instellingen, maar veel vaker in dienst van die instellingen ambulant werkend in de wijk.

Veel ervaringsdeskundigen zijn trekkers van initiatieven als herstelwerkplaatsen of zelfregie-centra. Deze plekken zijn enorme kweekvijvers van aanstormend talent. Maar ervaringsdeskundigen werken ook in de armoede-hulpverlening, in de forensische zorg, verslavingszorg en in de hulp aan chronisch zieken en gehandicapten, ten behoeve van mensen met een verstandelijke beperking, in projecten die vallen onder de participatiewet en ten slotte zelfs al voor het  UWV.

Wilma Boevink is sociaal wetenschapper en ervaringsdeskundige. Ze is voorzitter van de Vereniging voor Ervaringsdeskundigen en Director User Research Center bij Trimbos-instituut. Lees hier haar lezing op de Beleidsdag Sociaal Domein 2018.

Dit artikel is 3100 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (7)

  1. Ik durf wel concluderen, Ik ben ervarings- deskundige in de jeugdzorg.
    Pilot project transitie jeugdzorg .
    7 kinderen uit elkaar getrokken.
    Ik bied al tijden overal mijn expertise aan.
    Maar niemand wil luisteren.

  2. Fundamenteel oneens met de stelling.
    Persoonlijk zie ik mijzelf als iemand die in en uit verschillende “systemen”beweegt en daarbij aansluit in taal en gedrag, maar altijd met behoud van persoonlijke authenticiteit en oorspronkelijke invalshoek.
    Wat de stelling beschrijft is niet een beroepsgroep maar een karaktereigenschap; “vervloeien met de omgeving”.
    Om deze stempel op een komplete beroeps groep te zetten vind ik dus onjuist en stigmatiserend.

  3. Ervaringsdeskundige is een heel breed begrip. De idee om mensen in te schakelen in de zorg – en welzijnssector kan misschien een aanwinst zijn maar ook tot heel wat complicaties leiden. Het is niet omdat iemand ontslagen is uit een ontwenningskliniek en ervaring heeft met verslavingsproblemen dat hij een goede raadgever is voor anderen. Hetzelfde kan gezegd worden van een aantal hulpverleners die weinig levenservaring hebben en een overmaat aan academische vakkennis. De vraag, wat een ‘ goede ‘ hulpverlener onderscheidt lijkt me belangrijker – Daarnaast verwachten wij niet te veel van deze vrijwilligers door over de noodzaak te discussiëren van de vorming van een ‘beroepsidentiteit’ :-)). Is het zo moeilijk de spontaniteit en de vrijheid van deze inzet in hun waarde te laten door te erkennen als dat wat hen juist in positieve zin onderscheid van bezoldigde werkers in een meer afhankelijke positie.

  4. Ik heb een jaar geleden de kans gekregen om als ervaringsdeskundige aan de slag te gaan bij een prachtige vzw SAMEN PLANNEN. Die vzw werkt met mensen die het moeilijk hebben op verschillende vlakken. Armoede, psychische problemen en sociale problemen. Wij werken in duo. Een professionele hulpverlener en een ervaringswerker (deskundige). Dit werpt zijn vruchten af. De ene kent de theorie en ik ken de praktijk. Wij leren constant veel van elkaar bij. Wat betreft opleidingen voor ervaringswerkers ga ik toch akkoord dat ze niet te hard gekneed moeten worden. Zijn het dan nog wel ervaringswerkers? Ik denk het niet. Wat ik merk na een jaar is wel dat velen open staan om samen te werken en er de voordelen van inzien. Maar het omgekeerde ook. Het volgende is een boodschap van mij aan alle professionele hulpverleners. Samen sta je sterker. Wat is (kennis) zonder ervaring.

  5. Ik ben ervaringswerker bij een Fact team en volg een HBO opleiding tot ervaringsdeskundige in zorg & welzijn. Ik ben heel blij met mijn opleiding, ook met mijn lessen psychopathologie. Ik merk dat ik daardoor juist mijn werk als ervaringswerker steeds beter ga doen. En zeker voor de complexe problematiek waarmee fact-clienten vaak te kampen hebben is het heel fijn dat er ervaringswerkers zijn die net even iets meer in huis hebben dan alleen hun ervaringsdeskundigheid.

  6. De professionaliseringsparadox hoeft mijn inziens geen paradox te zijn. Hiervoor neem ik twee insteken:

    1/ zoals u schrijft: hoe je als ED in een organisatie inwerken zonder in de valkuil te stappen om op een goed blaadje te staan? Hoe blijf je de luis in de pels? Hiervoor is kennis van psycho-pathologie mijn inziens slechts een tool om te begrijpen hoe professionals redeneren over een individu. De ware kracht van een ED schuilt immers in het vertalen van zoveel. Hoor ik bijvoorbeeld een term als ‘dissociatie’, dan vertaal ik dat naar ‘niet helemaal in het hier en nu zijn’. Kennis van het jargon van professionals kan je juist helpen die brug te maken met professionals, om het medische denken te doorprikken en krachtgericht weerwerk te doen. Niet om zelf te gaan praten met dit jargon.

    2/ “We zijn professionele ervaringswerkers zonder professionals te zijn”. Met dank aan Kathy Van Lindt voor deze verwoording. Wat maakt iemand tot een deskundige? Voor mij is dat de mate waarin iemand, los van zijn pathologie (stoornis, kwetsbaarheid, beperking, hoe je het ook noemt) verbredend en verbindend kan nadenken over trajecten in de GGZ, vanuit de kennis en ervaring die hij of zij zelf heeft gehad met professionals. Hierbij is diepgaande zelfreflectie een must. Waarom? Omdat je je eigen levensverhaal met kwetsuren door ‘verkeerde hulp’ moet kunnen overstijgen. Dààr is voor mij de enige professionalisering die een ervaringsdeskundige tot een deskundige maakt: hoé communiceer je met professionals zodat je hen niet verliest in de discussie, maar hen juist aan het denken zet?

    Last but not least wil ik nog even ingaan op wat u schrijft: “De uitdagingen waar we nu voor staan, zijn al ingewikkeld genoeg. Is het niet beter voor de ervaringsdeskundige als deze in een rustig gespreid bedje komt?”

    De term ‘rustig gespreid bedje’ misleidt hier denk ik, want eigenlijk gaat het mijn inziens eerder over kwartier maken. Maar dan op organisatieniveau. Hiervoor verwijs ik u graag door naar de aanbevelingen van de stuurgroep ‘Globaal plan ervaringsdeskundige’ die richting FOD Volksgezondheid gaan. Zij staan klaar om afgeklopt te worden en om daarna -zo vermoed ik toch, excuseer als ik fout ben- online te gaan.

    In dit plan wordt heel wat ideeën gegeven om de cultuur van een organisatie voor te bereiden op de inwerking van een ED. Dit valt voor mij niet samen met een rustig gespreid bedje, want daar kan men enkel maar van in slaap vallen 🙂 Ik denk eerder in een beeld van een gang waarin zowel de professioneel als de ervaringsdeskundige heen en weer gaat om samen te zoeken naar wat wel herstelbevorderend is en wat niet in een team of organisatie. In respect voor beide perspectieven: zowel de professionele als de cliënt. Indien nodig eerst met pathologietermen. Die de ervaringswerker dan vertaalt naar krachtgerichte termen of naar … meer descriptievere termen.

  7. Door de overconsumptie, het materialsime, de hardheid en zakelijkheid van de huidige samenleving heb ik me 2 jaar in mijn flat opgesloten, depressief, ADD, anxiety. Ik heb me er uitgeknokt en wil nu niks anders dan een buddy voor eenzame depressieve mensen zijn en open en eerlijk door het leven gaan.

    De vraag uit de samenleving voor mensen zoals ik is enorm. Maar ik mag dat werk niet doen want het is er niet. Wat ik wel mag is vrijwilligerswerk doen bij de kringloop. Maar ik ben al die VVD stemmende ondernemers die rijk worden over de rug van kwetsbaren die gratis mogen komen werken nogal beu.
    Ik wil gewoon fulltime mensen helpen, zonder dat een ander daar winst op maakt en mij zijn regeltjes oplegt. Praten, luisteren, ervaring delen.
    Waarom wordt die baan die ik zo nodig heb en de samenleving zo nodig heeft niet gewoon gecreëerd door de overheid.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *