Publieke sociologie is meer dan een verpakking

De zwanenzang van de publieke sociologie is al vaak gezongen. Maar wie goed kijkt, ziet juist dat er iets broeit. Deze publieke sociologie is meer dan de som van krantencolumns en televisieoptredens, betoogt Frédéric Vandermoere, die er de bundel Wetenschappers in actie over samenstelde. Het vergt een andere manier van onderzoek doen.

In een artikel dat onlangs op Sociale Vraagstukken verscheen, stelt Mark van Ostaijen dat sociologen van het publieke toneel zijn verdwenen. De psychologie en individuele verklaringen zouden voorop staan ten koste van sociologische inzichten.

Op het eerste gezicht lijkt dit een waarheid als een koe. We zouden er zelfs aan kunnen toevoegen dat ook het economisch denken hoogtij viert. Sociaal gedrag wordt niet enkel gepsychologiseerd; het wordt ook steeds vaker geëconomiseerd. In de klassieke stromingen van beide disciplines wordt vaak vertrokken van wat Mark Granovetter, verder bouwend op inzichten van anderen zoals Dennis Wrong, de ‘undersocialized conception of man’ noemt.

In België zijn daarnaast ook vaak politicologen en filosofen aan het woord. Maar sociologen, die zouden hun publieke rol veel minder goed vertolken. Publieke sociologie lijkt in dat opzicht wel dood.

Toch is er net op diverse plekken iets aan het broeien. Er is werk aan de winkel, maar publieke sociologie is meer dan de som van krantencolumns en televisieoptredens. Publieke sociologie strikes back; ze komt terug van nooit weggeweest.

Sociologische verbeeldingskracht

De roep om publieke sociologie is niet nieuw. Een belangrijke stempel werd gedrukt door C. Wright Mills. Hij was het die halverwege de vorige eeuw zowel de abstracte consensussociologie van Talcott Parsons (uit Harvard University) als de wiskundige benadering van Paul Lazarsfeld (uit Colombia University) betwiste.

Sinds het verschijnen van Mills’ invloedrijke boek The Sociological Imagination (1959) zijn heel wat boeken de revue gepasseerd waarin sociologen kritisch-reflexief staan tegenover de wetenschappelijke gang van zaken. In de daarop volgende jaren is het Herbert Gans die erkend wordt als degene die de noties public sociologist en public sociology heeft geïntroduceerd. Hij trad daarmee in de voetsporen van historicus Russell Jacoby die in dezelfde periode The Last Intellectuals (1987) publiceerde over de ondergang van de public intellectual.

Vijftien jaar later, we tellen het jaar 2004, krijgt publieke sociologie ook een conceptueel kader. Tijdens een congres in San Francisco verdeelt Michael Burawoy de sociologische arbeid in verschillende types en houdt hij een pleidooi voor publieke sociologie.

Tussen wetenschap en publiek

Intussen heeft ook Burawoy zowel lof geoogst als kritiek. De plaats ontbreekt om dit hier in detail te bespreken, maar we moeten enkele basisinzichten niet uit het oog verliezen. Zo lijken we soms te vergeten dat de publieke sociologie zich op meerdere manieren kan uiten.

In het ene subtype, dat van de traditionele publieke sociologie, stimuleert de socioloog het debat op eerder indirecte wijze en blijft het publiek passief. Denk bijvoorbeeld aan wetenschappers die opiniestukken schrijven in kranten of magazines. In de geschreven pers en op televisie kunnen ook sociologen nog uitdrukkelijker de rollen opnemen van vertaler of opiniemaker. Het werk op deze frontstage is zeker belangrijk. Ook nieuwe sociale media zoals Twitter kunnen hierbij worden ingezet.

Maar naast de traditionele variant van de publieke sociologie is er ook een ander subtype, dat van de organische publieke sociologie. Daarbij wordt expliciete aandacht besteedt aan de wederzijdse dialoog tussen wetenschap en publiek.

In plaats van worsten draaien een sociologie die indruist tegen de gang van zaken

In een proces van mutual education is het ook de taak van sociologen om het onzichtbare zichtbaar te maken aan het private publiek. Een publieke sociologie vereist dus niet alleen een verandering in hoe we over ons onderzoek communiceren, maar ook in hoe en met welke publieken we ons onderzoek doen. We hebben vooralsnog de neiging om enkel onze verpakking in vraag te stellen.

In ruil voor sociologen die zich afzonderen in hun burelen en ‘analyses draaien’ zoals worsten in de fabriek, zou de samenleving gebaat zijn bij een sociologie die indruist tegen de gang van zaken. Sociologen van vlees en bloed, zoals Loïc Wacquant het ooit omschreef, die voelen en vertolken wat er leeft onder het volk. Wetenschappers die naast, maar zeker ook door middel van, fundamenteel wetenschappelijk onderzoek, trachten om onrecht te bestrijden.

Het is dan wel moeilijk om kwantitatief te meten wat onze bijdrage aan sociale én ecologische verandering is, het zal er niet minder belangrijk om worden. Integendeel. En het goeie nieuws is dat zowel traditionele als organische publieke sociologie, tegen de tijdsgeest in, ook kan.

Crisis als kans

In een tijd gekenmerkt door projectificatie huppelt menig wetenschapper van de ene naar de andere projectaanvraag. Daarbij wordt de wetenschapper een nieuwsoortig teammanager, zowel een dienaar van de economie als een gedwongen aanbidder van de publish or perish (publiceer of verga) -filosofie. Radicaal indruisen tegen deze ontwikkelingen gaat vaker samen met professionele zelfmoord dan dat het academisch succes of promotie oplevert.

Ook sociologen moeten gedeeltelijk meevaren met de megatrends. Zo blijven vandaag heel wat collegae fervente aanhangers van het wetenschappelijk groeiparadigma. Een ander type wetenschappers claimt in onderlinge communicatie kritisch te zijn, maar ageert in de praktijk veeleer als hoofdrolspelers in de instandhouding of acceleratie van de academische ratrace. Tegelijkertijd weten sociologen als geen ander dat de keerzijde van een crisis vaak een kans is. Anders gesteld: waar er hogere sociale krachten en structuren zijn, ligt net vaak handelingspotentieel of agency.

De kritieken op het wetenschappelijk establishment, die de laatste tijd steeds luider klinken, zijn dan wel vaak terecht maar kunnen geen eindpunt vormen. Integendeel. Kritiek is vaak net, om het met de woorden van Anthony Giddens te zeggen, een medium to act. Meer dan ooit is het nodig, en ja, tegen de stroom in ook mogelijk, om een meer kritische en publieke sociologie te beoefenen.

Publieke sociologie: terug van nooit weggeweest

Nieuwe opleidingsonderdelen over publieke sociologie worden opgenomen in de onderwijsprogramma’s van onze universiteiten in Vlaanderen. Probleemgerichte en activerende werkvormen winnen ook in de sociologie aan belang, het aantal debatavonden waaraan ook sociologen deelnemen zit in de lift.

Recentelijk zijn ook Nederlandstalige boeken over publieke sociologie verschenen. Zo werd onlangs het nieuwe boek Wetenschappers in actie. Een publiek-sociologische benadering voorgesteld in het hart van de Antwerpse studentenbuurt. In deze nieuwe bundel wordt de reflectie aangemoedigd over die dingen waarvoor vaak geen plaats is in het vaste formaat van een wetenschappelijk artikel.

Over de muurtjes van de sociologische specialisaties heen verkennen vijftien sociale wetenschappers de wereld van de publieke sociologie. Het gaat meer bepaald over de interactie tussen wetenschappers en actoren zoals klimaatactivisten, overheden, hulpverleningsorganisaties, daklozen, vluchtelingen, en vele andere publieken.

Publieke sociologie is niet dood. Ze komt terug van nooit weggeweest.

Frédéric Vandermoere is als hoofddocent sociologie verbonden aan het Centre for Research on Ecological & Social Change (CRESC) aan de Universiteit Antwerpen.

Voor meer info over het nieuwe boek Wetenschappers in actie. Een publiek-sociologische benadering door Vandermoere, F., Loots, I., Bergmans, A., & Raeymaeckers, P. (red.) (Leuven-Den Haag: Acco), zie: www.uantwerpen.be/wetenschappers-in-actie .

Foto: Matt Brubeck (Flickr Creative Commons)