De (sociale) media staan bol van de oproepen om de menselijke maat terug te brengen in de Participatiewet. Een manifest dat oproept tot ‘meer echte bijstand,’[1] columns en achtergrondreportages over vorderingen van tienduizenden euro’s omdat iemand heeft gezongen in de kroeg of boodschappen heeft gekregen van zijn ouders.[2] Deze oproepen richten zich vooral tot de landelijke wetgever. Maar wat kunt u als gemeente binnen de huidige wet zelf al doen?
In een laag-vertrouwensamenleving als de onze ligt sterke nadruk op controle en toezicht. Dit heeft z’n weerslag op onderwijspolitiek en -beleid. Menswording in het onderwijs is hierdoor ernstig onder druk komen te staan. In haar oratie pleit hoogleraar Gerdien Bertram daarom voor meer ruimte voor menswording. Die kan volgens haar gevonden worden in ‘tegen-verhalen’ uit levensbeschouwelijke tradities.
Door de heisa in de media rondom het boek van Joris Luyendijk, 'Zeven Vinkjes. Hoe mannen zoals ik de baas spelen' zullen velen zijn gaan tellen. Hoeveel vinkjes hebben zij en de mensen in hun omgeving? Anja Meulenbelt wil het over een andere vraag hebben: had Luyendijk zich niet meer kunnen aansluiten bij mensen en bewegingen die al veel langer nadenken over ongelijkwaardigheid?