De coronacrisis

Sociologen: Coronacrisis vergroot ongelijkheden in de samenleving

Het virus kan iedereen treffen, waarschuwen politici keer op keer. Het Sociologenpanel voorziet vooral hoe de corona-crisis breuklijnen in de samenleving verdiept. Al zijn de leden hoopvol over ons sociale improvisatievermogen. ‘Het besef van een gedeelde bedreiging versterkt banden juist.’

Virologen, microbiologen en epidemiologen voeren al weken de boventoon in de praatprogramma’s. Toch wordt steeds duidelijker dat het coronavirus en de pogingen om de verspreiding ervan in te dammen behalve een gezondheidsvraagstuk ook een ingrijpende maatschappelijke kwestie is. Zelfs binnen het uit medische wetenschappers bestaande Outbreak Management Team gaan luidere stemmen op het kabinet ook te laten adviseren door sociale wetenschappers.

Hoog tijd daarom dat het Sociologenpanel zich buigt over de impact van de corona-crisis op de sociale verhoudingen. Het corona-virus doordringt ons van wederzijdse afhankelijkheid, zei socioloog en geograaf Justus Uitermark in een interview op deze website. Tegelijkertijd leven we in een samenleving die het in verregaande mate tijdelijk zonder samen leven moet stellen.

Hoe verdragen we dat? Wat legt het venijnige virus bloot en wat zet het op scherp? En zijn de veranderingen – hoe radicaal ook – in hoe we communiceren, werken, recreëren en bewegen een exotisch eiland in de tijd? Of laat de coronacrisis een blijvende afdruk achter?

We legden onze vragen in een tiental stellingen voor aan het panel.

Stelling 1: De corona-crisis vergroot ongelijkheden in de samenleving.

Over een uitwerking van de coronacrisis zijn de dertig sociologen in het Sociologenpanel die zich over de tien voorgelegde stellingen bogen onsociologisch uitgesproken. In grote meerderheid voorzien zij dat de coronacrisis diverse breuklijnen in de samenleving verdiept.

‘Ongelijkheden worden dieper, tussen gelukkige en ongelukkige gezinnen, tussen mensen met tuinen en zonder, mensen die kunnen thuiswerken en mensen die tijdens hun vitale werk geen 1,5 meter afstand kunnen houden’, stelt Monique Kremer (UvA).

Dat heeft ook een mondiale dimensie, stelt Bram Peper (UvT). ‘Madonna mag wel roepen dat corona de grote gelijkmaker is, maar de verwachting is dat de wereldwijde armoedebestrijding op tien jaar achterstand wordt gezet.’

Zorgen zijn er hoofdzakelijk over de uitwerking in het onderwijs, na weken van thuisonderwijs met wisselende ondersteuning. ‘De verschillen in schoolprestaties tussen hoge en lage milieus ontstaan niet op school maar thuis’, analyseert René Veensta (Rijksuniversiteit Groningen). ‘Tijdens het schooljaar gaan leerlingen uit hoge en lage milieus evenveel vooruit, maar elke keer als het zomervakantie is groeit de kloof. Nu kinderen vanwege corona thuis onderwijs moeten volgen, zal de ongelijkheid toenemen.’

Marjolein Broese van Groenou (VU) voegt toe: ‘Nu kinderen van ouders afhankelijk zijn voor begeleiding, apparatuur en een rustige veilige plek voor het maken van huiswerk, zie je kinderen in minder goede sociaal-economische omstandigheden al snel op achterstand staan. Ook verspreidt het virus zich veel sneller in arme wijken met slechte en kleine behuizing.’

Eenzelfde analyse kan gemaakt worden voor de impact op de arbeidsmarkt. ‘Sociale crisis gevolgd door economische crisis raakt de zwakken op de arbeidsmarkt het hardst die daardoor inkomen verliezen terwijl mensen in gevestigde arbeidsmarktposities vooralsnog niet zo veel last hebben van de crisis’, meent Peer Scheepers (Radboud Universiteit Nijmegen).

Diverse panelleden, onder wie Bowen Paulle (UvA), wijzen erop dat het virus vooral bestaande ongelijkheden zichtbaarder maakt en/of vergroot. Niet alleen lageropgeleiden en flexwerkers, maar ook jongeren dreigen het slachtoffer te worden, denkt Tanja van der Lippe (Universiteit Utrecht).  ‘De mensen met een flexibele baan staan nu nóg onzekerder in de toekomst, hun baan is in gevaar. Jongvolwassenen hebben hiermee te maken.’ Peter Achterberg (Universiteit van Tilburg) concludeert: ‘Ik denk dat deze crisis alles uitvergroot’

Stelling 2: De corona-crisis verzwakt sociale relaties, waardoor de continuïteit van organisaties en samenwerkingsverbanden op het spel komt te staan.

Aanvankelijk ging veel aandacht uit naar de overbelaste intensive cares. Daarop volgend kwam er ruimte voor bespiegelingen op de mogelijk desastreuze economische gevolgen van het coronavirus. Inmiddels staan ook de sociale consequenties van de ‘intelligente lockdown’ op het netvlies. Hoe verteert de mens – een toch ‘door en door sociaal wezen’, zoals sociologen graag onderstrepen – het leven in relatieve isolatie?

Jochem Tolsma (Radboud Universiteit Nijmegen) wijst op de gevoelens van angst en – in de geest van Durkheim – anomie (sociale onthechting). ‘Ook daardoor zullen sociale relaties verzwakken.’ Arjen Leerkes (Erasmus Universiteit Rotterdam) voegt toe: ‘Mensen zien elkaar minder en nemen minder deel aan collectieve rituelen, waardoor de sociale integratie afneemt.’

Toch ziet Leerkes ook een andere kant: ‘Tegelijkertijd is er vooralsnog een besef van een gedeelde bedreiging die banden juist versterkt.’ De meeste sociologen in het panel benadrukken de gevoelens van saamhorigheid en solidariteit die de crisis teweeg brengt.

‘Ik denk eerder dat de crisis de behoefte aan sociale relaties vergroot, doordat mensen ervaren hoe het is om op afstand te werken/leven’, denkt Annemarie Wennekers (SCP). ‘Deze herwaardering vergroot misschien zelfs wel continuïteit en samenwerking. Mensen gaan op zoek gaan naar nieuwe vormen van sociaal contact, bijvoorbeeld digitaal.’

‘Samenlevingen vinden altijd manieren om sociale relaties in stand te houden, juist in crisistijden’, denkt ook Rafael Wittek (Rijksuniversiteit Groningen), die onderzoek doet naar duurzame samenwerking. Al plaatst hij wel een kanttekening: ‘Wel zal het in sommige samenwerkingsverbanden beter lukken dan in anderen, omdat de aansturing en samenwerkingscultuur van de een beter in elkaar zit dan die van een ander.’ Ook hier dreigen kwetsbare groepen de dupe te worden, meent de eerder geciteerde Leerkes. ‘Het valt te bezien hoe die gemeenschappelijkheid zich ontwikkelt aangezien risico's ongelijk verdeeld zijn naar leeftijd en sociaaleconomische positie.’

Stelling 3: Het post-corona-tijdperk zal leiden tot verbeterde arbeidsomstandigheden in de zorg.

Eén ding is zeker: de coronacrisis zet veel in de samenleving op scherp. Dezelfde verpleegkundigen die vorig jaar nog naar het Jaarbeursplein moesten om te demonstreren voor (iets) betere arbeidsvoorwaarden, zijn nu met hun collega’s ‘de helden van de zorg’, bedolven onder applaus en chocola.

Die herwaardering, zo voorziet het panel in meerderheid, zou wel eens een blijvend effect van het virus kunnen zijn. ‘Waarschijnlijk zal de discussie over de waardering van bepaalde beroepsgroepen loskomen, dus ook over de salarissen. En de discussie over regels in de zorg (die nu deels omzeild worden wat als een verademing wordt gezien)’, meent Mirjam de Klerk (SCP). ‘Als ik een vakbond was, dan zou ik mijn kans wel grijpen!’, aldus Caroline Dewilde (Universiteit van Tilburg).

Anderen zijn voorzichtiger. ‘Maar vergeet niet dat de economie gaat krimpen en dan de bezuinigingsmaatregelen al snel op tafel komen en dat kan gepaard met een frame “supertrots op onze zorg, ze konden het gewoon aan [dus niets extras nodig]”’, aldus Niels Spierings (Radboud Universiteit Nijmegen. Zijn conclusie: ‘Het hangt van de kiezer af.’

Ronduit sceptisch is zijn collega Gerbert Kraaykamp (Radboud Universiteit Nijmegen). ‘Ik verwacht geen enkele verandering. Na corona komt de economische crisis. Die zal echt de omstandigheden in de zorg niet gaan verbeteren.’

Stelling 4: De overheid wendt de corona-crisis aan om de controle op de burgers te versterken.

Onder druk wordt alles vloeibaar, leek het. Noodsteun voor bijkans elke doelgroep was in een handomdraai geregeld. De regering oogstte lof voor de daadkrachtige aanpak. Toch klonken er ook waarschuwingen: werden crises niet vaak aangegrepen om verregaande mate van (digitale) surveillance door te voeren en privacy ondergeschikt te maken aan repressie?

De Nederlandse sociologen liggen er niet wakker van, zo blijkt. Zij zien niet dat de overheid de greep op haar burgers vergroot – al strekken de contactbeperkende maatregelen tot achter de voordeur. De stelling neigt naar een complottheorie, merken enkele panelleden op. Sommigen wijzen er wel op dat vanuit sommige maatregelen een controlefunctie uitgaat – of ten minste een tendens van centralisatie.

Maar een bewuste opzet om controle te vergroten, als doel op zich? ‘Tot nog toe zie ik hier in Nederland nog geen grote aanwijzingen voor, maar in landen met meer dictatoriale leiders lijkt dit wel nadrukkelijk het geval. Het wordt wel interessant om te zien hoe dit zich verder ontwikkelt, bijvoorbeeld met de ontwikkeling van een corona-app’, aldus Samira van Bohemen (Erasmus Universiteit Rotterdam). In het verlengde daarvan observeert Tim Reeskens (Universiteit van Tilburg): ‘De hele discussie rond de corona-app, waarbij gekeken wordt naar hoe ingrijpend deze inwerkt op de privacy, geeft aan dat het systeem van checks & balances nog wel goed werkt.’

Stelling 5: Thuiswerken door het corona-virus versterkt traditionele rolpatronen tussen mannen en vrouwen.

Nog een vorm van ongelijkheid die beproefd wordt door ons veranderde levensritme is de verhouding tussen de geslachten. Hoe voegen gezinnen zich naar het nieuwe regime van (zoveel mogelijk) thuis werken en thuis onderwijs verzorgen? Komt dit vooral op het bordje van moeder de vrouw terecht?

De meningen zijn verdeeld. ‘Ik doe daar nu net een beetje onderzoek naar en daar lijkt het sterk op. Daar waar kinderen zijn althans, lijken vrouwen meer te zorgen voor onderwijs en huishouden’, aldus  Christian Bröer (UvA). En Tanja van der Lippe stelt: ‘Uit onderzoek blijkt dat wanneer vrouwen meer thuiswerken ze ook meer gaan zorgen, mannen gaan meer werken. Met de kinderen thuis, ligt dat zorgen voor de hand. Het is dus oppassen geblazen, want een nieuwe genderongelijkheid ligt met deze coronacrisis op de loer.’

Toch zijn er ook panelleden die het anders zien – en niet alleen mannelijke. Thuiswerken zal traditionele rolpatronen vooral bevestigen/versterken in gezinnen waar deze reeds aanwezig waren, denkt Christof Van Mol (Universiteit van Tilburg). ‘In gezinnen waar er een meer gelijke verdeling was inzake het huishouden zullen de rolverdelingen vermoedelijk gelijk blijven.’

Het kan er ook juist toe leiden dat vrouwen (in de zorg) moeten werken en mannen vaker thuis blijven, voorziet Mirjam de Klerk (SCP). ‘En als een vrouw een vaste baan heeft en de man niet, dan kan het ook zo zijn dat het eenverdienersmodel er straks anders uit ziet dan we gewend zijn.’

Ook Gerbert Kraaykamp denkt eerder dat traditionele patronen kunnen worden doorbroken. ‘Mannen krijgen nu de gelegenheid voor kinderen en het huishouden te zorgen. Zeg maar eens nee, als je vrouw naast je staat!’

Stelling 6: Nationalistische sentimenten zullen worden aangewakkerd door de corona-crisis.

‘Het Chinese virus’ – Donald Trump wist wel weer waar het onheil vandaan kwam. Het is een illustratie in extremis. Maar ook in Europa en Nederland worden door het virus nationalistische sentimenten aangewakkerd, zien de leden van het sociologenpanel. Terwijl zij er juist op wijzen dat aanpak van de pandemie en het beteugelen van de negatieve gevolgen ervan collectieve afstemming vergt.

‘De initiële reactie van veel regeringen was erg nationalistisch, en ook het gebrek aan (Europese) solidariteit met zwaar getroffen landen zoals Italië of Spanje illustreren deze nationalistische tendens. Dat zal ongetwijfeld ook door een deel van de bevolking overgenomen worden’, aldus Christof van Mol.

In tijden onzekerheid houden mensen sterker vast aan bestaande normen, waarden en ideeën en identiteiten (waaronder de nationale), volgt Annemarie Wennekers de uncertainity-threat-theorie.

‘In een situatie waarin tekorten dreigen (hier bijvoorbeeld voldoende IC-bedden, beschermend materiaal, etc) hebben mensen de neiging de eigen groep voorop te stellen’, aldus Ellen Verbakel. ‘Aan de andere kant, het gevoel van solidariteit neemt toe in tijden van crisis. Mogelijk neemt vooral de solidariteit in de eigen groep toe.’ In de woorden van Monique Kremer: ‘Het gevaar van de anderhalvemetersamenleving is anderhalvemetersolidariteit: vooral gericht zijn op een kleine cirkel van bekenden.’

Stelling 7: Deze crisis vergroot de kans op ingrijpende maatschappelijke veranderingen, zoals invoering van een basisinkomen.

De glazenbolkijkers weten het zeker: post-corona wordt alles anders. Dat valt te bezien, counterde Tim Reeskens al. Maar zou onder het motto never waste a good crisis de corona-pandemie toch een katalystor van maatschappelijke verandering kunnen blijken?

De omvang van deze crisis heeft al tot ingrijpende veranderingen geleid, observeert Rafael Wittek. ‘Denk aan de ongekende overheidsinterventies. Omdat de gevolgen van deze crisis ook op de lange termijn zullen doorwerken, zullen maatschappelijke veranderingen nodig zijn. ’

De meeste sociologen uit ons panel solliciteren niet meteen naar een bijbaan als trendwatcher, getuige hun wat zuinige Alles Wordt Anders-score. Meestal leidt een maatschappelijke crisis tot relatief kleine systeemaanpassingen, stelt Arjen Leerkes. De institutionele padafhankelijkheid is groot. Volgens Marjolein Broese van Groenou wordt Het Nieuwe Normaal snel weer gewoon het Oude. ‘Een dermate grote vorm van solidariteit valt op de lange termijn niet te verwachten. We willen graag weer terug naar normaal.’

Stelling 8: Alle spontane hulpinitiatieven ten tijde van de coronacrisis tonen aan dat mensen lang niet zo individualistisch zijn als vaak verondersteld.

Boodschappen doen voor senioren, oppassen op de kinderen van zorgmedewerkers, met een hoogwerker op pad om te kunnen zwaaien naar oma in het verzorgingshuis – het is hartverwarmend met welke spontane initiatieven het kleinere en grote coronaleed bestreden wordt, vinden velen. Zijn dit nu die calculerende burgers? Tonen mensen in tijden van nood dan een onvoorzien sociale ware aard?

Een kolfje naar de hand van sociologen, zou je denken. ‘We zijn van elkaar afhankelijk en in continue interactie’, aldus Bettina Bock van de Wageningen Universiteit. Maar Jochem Tolsma ziet een valse aanname en spreekt van ‘een Rutger Bregman-stelling’. ‘Wie veronderstelt dat mensen zo individualistisch zijn? Wij sociologen toch niet? Vrijwilligerswerk in Nederland was al torenhoog en er zijn veel mantelzorgers.’

Volgens Rafael Wittek is het een discours dat in dit soort situaties ‘altijd wordt opgewarmd’. ‘Crises veranderen niets aan de natuur van de mens, die altijd een prosociale en een individualistische kant in zich draagt. Welke naar boven drijft, verandert afhankelijk van de situatie. Ook tijdens de crisis.’

Durkheim maakte in 1898 bijvoorbeeld al een onderscheid tussen 'utilitair individualisme' en 'moreel individualisme', voert Samira van Bohemen aan. Waarbij die laatste een bron van cohesie en solidariteit is. ‘Hierbij draait het om handelen waarvan ieder individu onafhankelijk beter wordt, wat ook de hulpinitiatieven kan verklaren.’

‘Dat mensen individualistisch zijn betekent niet dat ze alleen maar met zichzelf bezig zijn’, nuanceert Erik van Ingen van de Vrije Universiteit. Je kunt ook individualistisch zijn - in de zin van graag zeggenschap hebben over je eigen leven - en het tegelijkertijd belangrijk vinden om anderen te helpen.

Stelling 9: Het grootste offer van de maatregelen om corona te beteugelen is het verlies aan sociale welvaart door de onmogelijkheid van ontmoetingen.

‘Wie had ooit gedacht dat ontmoetingen plots riskant zouden kunnen zijn?’, vraagt Monique Kremer zich retorisch af. ‘Als de lockdown aanhoudt, zullen mensen zich de vraag gaan stellen: is het beter mijn oude moeder geregeld te zien met kans dat ze sterft, of kan ze beter alleen zijn en langer leven?’

Zeker is dat het leven in tijden van sociale onthouding het sociale wezen dat de mens is beproeft. Maar of het sociale leed het fysieke of het economische overtreft? Zover willen sociologen niet gaan. ‘Dat kun je niet tegen elkaar wegstrepen’, aldus Mirjam de Klerk. ‘Het is een politiek oordeel wat het grootste offer is: de één hecht aan welvaart, de ander aan (fysieke en mentale) gezondheid, natuur, geluk of eerlijk rijkdom delen. Alles lijdt momenteel. Met het op de lange baan schuiven van milieumaatregelen ook de natuur’, stelt Niels Spierings.

Bovendien: sociaal kan ook digitaal, benadrukken veel panelleden. René Veenstra bijvoorbeeld. ‘Vanwege de pandemie moeten we weliswaar fysiek afstand houden, maar niet sociaal. Een yogales les kun je ook online volgen. Een moment om koffie te drinken kun je als groep eveneens digitaal organiseren.’

Stelling 10: Er komt na deze crisis een hernieuwd vertrouwen in wetenschappelijke kennis.

Premier Rutte kan het niet vaak genoeg benadrukken: alles wat het kabinet besluit, is geïnspireerd door advies van deskundigen. Inmiddels klinkt er wat gemor: die deskundigen worden bijkans heilig verklaard terwijl zij dit ook niet hadden zien aankomen. En wat meer politiek in fundamenteel politieke afwegingen is misschien ook wel wenselijk. Maar aan de stoelpoten van het RIVM wordt nog amper gezaagd.

Een aanzet tot een revival van wetenschappelijke inzichten, in tijden waarin wetenschap vaak als ‘ook maar een mening’ wordt gezien? De sociologen moeten het – opnieuw – nog zien. ‘Het RIVM maakt nu goede sier’, ziet Peter Achterberg. ‘Maar het aloude adagium: meer informatie betekent meer polarisatie is hier van toepassing. Volgend jaar gaan mensen de Corona-data heranalyseren, beleidsmaatregels op effectiviteit vergelijken en beoordelen, en breekt de maatschappelijke discussie weer los. Dan staan er ook weer boze boeren op de stoep.’

Het was in trouwens Nederland eigenlijk helemaal niet zo slecht gesteld met het vertrouwen in de wetenschap. Laten volgens Annemarie Wennekers (SCP) meerdere publicaties zien. ‘Maar als er iets verandert, dan denk ik dat deze crisis niet slecht zal zijn voor dit vertrouwen. Ik verwacht geen grote verschuivingen: echte sceptici zullen dat wel blijven.’

Bovendien is wetenschappelijke kennis niet de enige basis voor beleid, meent Monique Kremer. ‘Nu wordt er veel aandacht gegeven aan wetenschappelijke kennis, maar er is ook ruimte voor de stem van burgers (zoals bij de sluiting van scholen). Dat is gezond en democratisch. Of dat zo blijft weten we nu nog niet.’

Want één ding is zeker: als het op voorspellen aankomt, zijn de sociologen voorzichtig. Kremer: ‘Ik word liever niet de Lidewij Edelkoort van de sociologie.’

Het Sociologenpanel

Sociologen hebben een brede maatschappelijke kennis, maar zijn niet altijd even prominent in het maatschappelijk debat. Hoe bezien Nederlandse sociologen actuele maatschappelijke kwesties? Dat is het idee achter het  Sociologenpanel, een initiatief van de Nederlandse Sociologische Vereniging en Sociale Vraagstukken. Het panel bestaat uit 48 sociale wetenschappers van de acht Nederlandse universitaire sociologieafdelingen en het Sociaal en Cultureel Planbureau. De panelleden worden met enige regelmaat aan de hand van een aantal stellingen ondervraagd over een brandend vraagstuk. Voor deze aflevering over de impact van het coronavirus reageerde bijna tweederde van de panelleden op de stellingen: 30 van de 48.

 

Foto: Yuri Samoilov (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 4331 keer bekeken.

Ook door het Sociologenpanel behandeld

Reacties op dit artikel (1)

  1. “Stelling 10: Er komt na deze crisis een hernieuwd vertrouwen in wetenschappelijke kennis.”

    Die vraag kunnen sociologen ook over hun eigen vakgebied stellen.
    Bovengenoemde 10 stellingen waarop door sociologen wordt gereageerd kunnen dat vermeende vertrouwen echter niet bevestigen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *