Infantilisering aan de Nederlandse universiteiten

De infantilisering van het onderwijs en de almacht van het empiristische paradigma hebben de universitaire studie psychologie geen goed gedaan, zegt klinisch psycholoog Jan Derksen.  Deze gang van zaken is typisch voor het universitair onderwijs en vereist een drastische ingreep.

Plaats van handeling: collegezaal met enkele honderden bachelorstudenten psychologie. Onderwerp: psychologische diagnostiek. Nadat ik ze tot stilte heb gemaand, bespreek ik drie databronnen van de psychodiagnostiek: observeren, onderzoeksgesprekken voeren en psychologische tests gebruiken. Ik beklemtoon het belang van observatie door de diagnosticus en geef als voorbeeld de diagnostiek van een stemmingsstoornis waarbij je vaak kunt observeren dat de zwaartekracht het lichaam van een depressieve patiënt meer beïnvloedt dan dat van een individu die niet wordt gehinderd door een stemmingsstoornis. ‘Stemming is motoriek’, zei de bekende Nijmeegse hoogleraar psychiatrie S.J Nijdam al in de jaren ‘70.

Is dit nog wel evidence based?

Ik geef de studenten een tip: blader vanavond door de fotoalbums van de familie en kijk goed of je een, ten slotte veelvoorkomende, stemmingsstoornis kunt ontdekken in de typische oogopslag, de expressiekracht in het gelaat, de houding en de verzorging van een of meer van de geportretteerde familieleden. Wel toetsen graag, dus informeer bij relevante verwanten of de somber ogende oom Piet in de tijd van de foto als gezond bekend stond. Een jonge dame met hoofddoek neemt met bezorgde stem het woord in de volle collegezaal: ‘Of dit nog wel evidence based is?’ Mijn antwoord is tamelijk onthutsend voor haar: neen en dat moet je in de beginfase van een diagnostisch contact ook vooral niet willen zijn, maar juist breed en creatief.

De vragenstelster krijgt een toegift. Heel veel aspecten van de psychologische diagnostiek door de clinicus zijn empirisch onderzocht noch ondersteund. Toch werken we daarmee om mensen te helpen met hun vaak ingewikkelde klachten. De klinische praktijk is ongelijk aan de empirische en experimentele onderzoekspraktijk. Voor veel assertieve (experimenteel) onderzoekers is dat een doorn in het oog; ze zouden het liefst willen dat de clinicus een technicus is, die zich beperkt tot het toepassen van het protocol dat hun stempel van goedkeuring heeft verkregen. Zij verheerlijken de onderzoekspraktijk, sluiten hun ogen voor alle beperktheden en kwetsbare kanten ervan, en vinden dat de klinische praktijk dezelfde maximale controle van variabelen zou moeten hebben als de onderzoekspraktijk. Ze hebben geen oog voor het structurele verschil tussen het betekenisvolle unieke van een patiënt in de minimaal gecontroleerde en maximaal spontane klinische praktijk en het statistisch gemiddelde van de patiënten in de sterk gecontroleerde onderzoekspraktijk.

Ook het onderwijs is in een protocol gegoten

De laatste 10 jaar zijn de studies op universiteiten steeds strakker ingericht, op de alma mater hebben concepten als competentiegericht leren, probleem gestuurd onderwijs, action learning, projectonderwijs en vraaggestuurd onderwijs een onstuitbare opmars gemaakt. En net als de behandelingen in de gezondheidszorg is het onderwijs in protocollen gegoten. Studenten hoeven niet meer te denken, leren niet langer het genoegen van leren kennen en worden niet meer uitgedaagd hun Bildung vorm te geven. Onder de druk van valorisatie, een gevolg van de massale economisering, hoeven studenten hun denken niet meer te trainen, maar leren ze alleen nog maar de juiste volgende stap te zetten om tot een diploma te komen. Het pamperen heeft de studenten niet onberoerd gelaten, ze gedragen zich als kinderen. Onlangs kreeg ik het verwijt van een student dat hij door mijn cursus een boek moest aanschaffen. Een boek aanschaffen op de universiteit, nee dat kan écht niet.

Het resultaat van al deze ontwikkelingen is dat de psychologiestudie feitelijk een beroepsopleiding is geworden tot empirisch en liefst experimenteel onderzoeker. Elk algemeen vormend element ontbreekt, elk alternatief voor het bestaande empiristische paradigma is zoekgeraakt. De onderzoeksneurose is uitgegroeid tot een onderwijsneurose waarin de empirische onderzoekmethodologie wordt onderwezen in plaats van kritisch, onafhankelijk en zelfstandig nadenken en in plaats van zelfs maar een minimale vorming van jonge intellectuelen na te streven.

Is er een uitweg?

Hoe hopeloos de situatie nu ook lijkt, er zijn wel oplossingen te verzinnen voor het probleem dat heel de alma mater en niet alleen de psychologie treft. Het beste is dat alle beroepsopleidingen verhuizen naar het hoger beroepsonderwijs. Daar kan een eenduidig accent worden gelegd op het opleiden en trainen van een goede tandarts, medisch specialist, psychotherapeut of leraar in de chemie. Dit bespaart veel weggegooid geld. En de universiteiten worden weer echte universiteiten, instellingen kortom waar het nadenken centraal staat, waar kennis wordt verzameld, beheerd, bediscussieerd en uitgedeeld, waar de pluriformiteit in de wijzen waarop betrouwbare kennis over de werkelijkheid kan worden gecreëerd het middelpunt vormt, waar wordt gedebatteerd door staf onderling en met studenten, waar dwarse en creatieve denkers zich thuis voelen in plaats dat ze ervan weglopen, zoals nu.

Voor toegang tot de universiteit van morgen moet je niveau en motivatie laten zien, door een toelatingstoets waarvoor je kunt zakken. Je hoeft geen vwo- diploma te hebben, basisschool is voldoende. Indien je slaagt voor de kennistoets krijg je als vervolgtoets een uitgebreid gesprek. Wie wordt geselecteerd, wordt niet gehinderd door torenhoog collegegeld en studieschuld; de overheid financiert kennis en vorming. Aan de universiteit van de toekomst zijn promoties en titels afgeschaft, er zijn geen masters, geen doctoren en geen professoren meer, maar alleen in wetenschap geïnteresseerde mensen die elkaar stimuleren en ongedwongen kunnen kiezen voor samenwerking of voor alleen werken.

Er overheerst niet één paradigma. zoals het experimentele, Newtoniaanse in de psychologie nu, maar er is tolerantie voor diverse benaderingswijzen. De wijze waarop die ideale situatie kan worden bereikt, is door (verplichte) scholing in filosofie en training van het denken in de eerste fase van de opleiding . De mogelijkheid om online overal ter wereld onderwijs te volgen, wordt verder gefaciliteerd en het schrijven van een boek wordt niet meer afgestraft met zéro points.

Jan Derksen is hoogleraar klinische psychologie aan de Radboud Universiteit Nijmegen.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Het is niet een kwestie van pluriformiteit in de opleiding maar van wat een aanpak vanuit een niet-natuurkundige wetenschapspraktijk echt oplevert aan bruikbaarder inzicht en doelmatiger praktijk. Ik zie Derksen nog geen voorbeelden geven van dat zijn aanpak voor dat soort meerwaarde zorgt. Noch in zijn stuk in de VK noch in dit stuk. Graag nodig ik hem daartoe uit.

  2. Paul, het hele veld van de psychodynamische psychotherapie (overigens ook empirisch bewezen effectief) met alle uitgebreide theorieën en technieken is hiervan één voorbeeld. Hierover bestaat een bibliotheek aan literatuur met zeer veel diepgaande inzichten in menselijke drijfveren en deze benadering wordt in de academische psychologie vanuit het heersende paradigma tenonrechte volstrekt genegeerd. De fobie voor theorievorming maakt ook dat de theorieën door bv. iemand als Kahneman opgesteld niet of nauwelijks aandacht krijgen, terwijl deze uitdagend zijn en diepgaander dan gebruikelijk in het experimenteel onderzoek.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *