COLUMN Waar hebben we dat eerder gezien?

Tijdens zijn recente jaarcongres besteedde Kenniscentrum Bouwstenen voor Sociaal veel aandacht aan het tienjarig jubileum van de Multifunctionele Accommodatie (Mfa). Volgens onderzoek door het Kadaster is er zo’n 10 miljard euro besteed aan voorzieningen waarvan de maatschappelijke meerwaarde allesbehalve duidelijk is. Omdat ik in de beginjaren al kritische vragen stelde over vermeende voordelen van MFA’s mocht ik de congresgangers toespreken. Mijn mond sprak over de integrale vastgoedoplossingen die in 2005 zo ideaal leken. Maar mijn hart was vol van de alles-in-één-hypes waar we in 2016 onze hoop op gevestigd hebben. Alsof die ons nooit eerder hebben bedrogen.

Het is 2005, en de Mfa is de grote hype van dat moment. In heel Nederland dromen bestuurders ervan om ‘alles onder één dak’ te brengen. Medische en paramedische functies worden samen gebracht in de HOED, onderwijs moeten samen met welzijn en kinderopvang in de brede wijkschool, in elk dorp komt een Kulturhus en er zijn zelfs plannen om verzorgingshuizen en mbo-opleidingen gezamenlijk te huisvesten.

Er stond al snel een beweging, waarin niemand zich meer de vraag stelde of integrale huisvesting nu wel de beste oplossing was. Pioniers als de Groningse Vensterscholen kregen een godenstatus en mochten menig processie van aanbidders ontvangen. Toen het vuur van de liefde was aanstoken kwamen de rationalisaties. Doorgaan op de oude weg zou een drama zijn: de achtklassige basisschool zonder inpandige bibliotheek, wijkvereniging, dansschool of consultatiebureau zou onze kinderen laten opgroeien in een wereld van verkokering en kansarmoede. Ik heb nooit een deugdelijke financiële analyse gezien waarin de kosten en baten van een Mfa werden vergeleken met die van enkele losstaande voorzieningen, maar dat vond verder niemand een gemis. Als je in de brochure kunt zetten ‘1 + 1 + 1 = 5’, dan maalt er toch niemand om dat de kosten van complexe planvorming en complex beheer veel hoger zijn dan de opgetelde kosten van een paar platte organisaties waar veel werk gewoon door vrijwilligers wordt gedaan?

Ondanks de retoriek van burgerkracht – ook toen al – was het voor niet-professionals nauwelijks mogelijk om volwaardig mee te draaien in de overlegstructuren die ontstonden. Met contributie opgebouwde buurtschuurtjes moesten worden afgebroken omdat bestuurders hun naam aan nieuw beton wilden verbinden. Complexen met bouwkosten van meer dan 10 miljoen werden gepresenteerd als de nieuwe huiskamer van de buurt. Migrantenorganisaties mochten geen eigen ruimten meer hebben en bleven daarom helemaal maar weg. ‘Witte’ bewonersorganisaties struikelden over de commerciële horecaprijzen of werd te verstaan gegeven dat er in het welzijnsbeleid geen ruimte was voor biljartende oude mannen.

Dus nee, heel verrassend is het niet dat het tweede lustrum van de Mfa niet groots gevierd wordt. Maar laten we er toch even bij stilstaan; want de geschiedenis van een oude hype kan ons veel leren over de toekomst van nieuwe bevliegingen.

Natuurlijk zijn er mooie voorbeelden van Kindcentra en wijkteams, maar als deze integrale werkoplossingen de nieuwe norm worden gaan we er ooit net zo’n prijs voor betalen als we nu doen voor de integrale vastgoedvoorzieningen. Natuurlijk ‘moeten we nog zien’ of we straks net zoveel spijt hebben van de hypes van vandaag als nu van die van tien jaar terug; maar we kunnen in elk geval even stil staan bij de parallellen in de argumentatie.

In de eerste plaats kunnen we vaststellen dat de ‘alles in één’-oplossing enorm verleidelijk is voor bestuurders. Mijn keuken en garage liggen vol met Zwitserse zakmessen, keukenmachines-met-tien-hulpstukken, multi-tools en combinatietangen, en de bestuurders van gemeenten en instellingen zijn daar niet anders in. Ze hebben graag één stuur in handen en zijn op slag verliefd als iemand ze een voorstel doet om één loket voor wonen en zorg, of één wijkteam, of één plan en één regisseur voor één gezin te vormen.

Het lastige is, dat de dagelijkse praktijk zich zelden laat reduceren tot die ene oplossing voor alles. Hebben we eindelijk één wijkteam in elke wijk, blijken er op één middelbare school scholieren uit heel verschillende wijken te komen. Hebben we eindelijk alle jeugdzorg in één bestuurslaag georganiseerd, ontdekken we dat de voorziening die het meeste kinderuren vult nog steeds vanuit Den Haag wordt geregeld. En op school hebben ze geen boodschap aan eigen kracht.

De tweede les van het Mfa-debacle is dat verliefde mensen er alles aan doen om de noodzaak van hun keuze te rechtvaardigen. We hebben ons laten aanpraten dat we zonder integrale wijkteams geen antwoord zouden hebben op multiproblematiek, terwijl volgens recent SCP-onderzoek niet meer dan 12 procent van de hulpvragen meerdere domeinen beslaat. Van het verleden wordt een karikatuur gemaakt. Het is waar dat er vroeger ‘van alles mis ging bij de indicatie van zorg’, maar er wordt zelden bij verteld dat hulpverleners ruime mandaten hadden voor herindicatie als het CIZ een slecht besluit had genomen. Het was vroeger niet alleen maar slechter.

Ook in de hypes van nu zwaaien de voorstanders met financiële argumenten, terwijl ze nauwelijks in staat zijn de werkelijke kosten en baten in beeld te brengen van de oplossingen die ze voorstaan. Ik ben geen groot rekenaar, maar kon al ruim voor de bouw uitleggen waarom elk Mfa vele malen duurder zou worden dan de wethouder beweerde. Ook dat zien we in de huidige transities misgaan. Die worden steeds weer verdedigd met het argument dat de klassieke verzorgingsstaat onbetaalbaar wordt. Ik kom zelden een goede financiële studie tegen waarin vijf manieren om zorg betaalbaar te houden op een rijtje zijn gezet. Het is zeer de vraag of een oplossing als het uitstellen van professionele zorg ‘omdat ze het eerst zelf moeten proberen’ werkelijk kostenverlagend werkt. Als we echt aan financiële knoppen willen draaien weet ik nog wel een paar varianten die miljarden aan ombuigingen en nieuw geld kunnen opleveren; maar we willen niet echt.

Een interessante parallel tussen integrale gebouwen en integrale voorzieningen is het maaggevoel dat weldenkende mensen ervan krijgen. Toen de gemeenteraad van Nuenen een besluit moest nemen over het accommodatiebeleid vroeg ik ze, wie van hen met zijn camper naar deze vergadering gekomen was. Dat was immers de integrale oplossing bij uitstek. We waren het er eigenlijk heel snel over eens dat je beter kan zorgen dat je de hoofdfunctie van een voorziening goed en betaalbaar regelt en zorgt voor slimme manieren om het nevengebruik gemakkelijker te maken. Auto’s hebben daarvoor een trekhaak en een dertien pins contactdoos. Een kleine school is gemakkelijk aan de buurt te verhuren. Een goede professional legt gemakkelijk de verbinding, met betaalde èn onbetaalbare krachten.

Ik denk niet dat veel mensen echt geloven dat je meer maatwerk, meer eigen initiatief en lagere overheadkosten krijgt als je professionals bij elkaar in een hok zet. Niemand kan serieus geloven dat kinderen na acht jaar geïntegreerde professionele zorg in een integraal kindcentrum beter gaan participeren in de samenleving dan als ze op een kleine buurtschool hebben gezeten.

In de planvorming voor Mfa’s trad vaak de Abilene-paradox op: niemand geloofde het echt, maar dacht dat alle anderen dat wel deden. Ik vermoed dat het in de transities in het sociale domein niet heel veel anders is. Voor Mfa’s is het te laat. Dus laten we er van leren.

Klaas Mulder is zelfstandig adviseur en docent aan Hogeschool Utrecht.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Een Minoïsch paleis op Kreta bevat: een voorraadkamer voor de markt, een spreekkamer des Konings, een tempel, een theater, een expositieruimte en nog duistere ruimten.
    Ik werd bevangen door de hitte en zag in de schaduw van een boom boeren, die met ezeltjes hun oogst kwamen brengen, ik zag de dichter zijn nieuwe stuk opvoeren. Een Mfa van 4000 jaar geleden!
    Bijna een halve eeuw gelden ging ik als opbouwwerker trekken aan vestigingen voor de wijk-gezondheidszorg in Holendrecht/Bijlmermeer. Het was een boeiende verkenning van beheersproblemen: het onderwijs doet het anders dan de OLB. Maar de huisartsen kregen van het linkse stadsbestuur steun, dus het werd wat.
    Is het Mfa denken het ei van Columbus, een recept voor succes? Neen. Maar ik ben wel voor wat meer nuance: sommige dingen zijn goed op te lossen, samenwerken levert meer op dan isolement van elkaar.

  2. De Groningse vensterscholen zijn niet van 2005, maar van begin jaren ’90 en hadden zich in 2005 echt wel bewezen. Ook de Bossche variant deed het heel goed, zo ingewikkeld waren die concepten ook niet. Ook niet heel overdreven ‘integraal’ trouwens, eerder een handig gebruik van vastgoed.
    Een pleidooi tegen alomvattendheid van projecten zou ik heel goed kunnen volgen, maar je pleidooi kamt me iets te veel alles over 1 kam. Misschien iets te veel alomvattend?

  3. Henk,

    Als columnist mag je de bochten wat strakker nemen. Gezien de tien miljard euro dubieuze investeringen (zie ook de rapporten van de Algemene Rekenkamer) verdient het onderwerp ook wel een groot gevaar. Maar al had ik tien pagina’s meer gehad had ik nog steeds niet durven opschrijven dat de bossche brede scholen qua exploitatie zo’n succes zijn.
    Ik vind het prima als lezers de nuance zoeken, maar we hebben het hier wel over twee of drie bestuurlijke blunders van groot formaat.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *