De wijkaanpak: experimenteren met affectieve interventies

Vasco Lub opende een discussie over het wijkenbeleid. Hij rekent interventies in achterstandswijken af op hun bijdrage aan een beter leefbare en veiligere wijk en concludeert dat het beleid heeft gefaald. Maar er is ook een symbolische, rituele functie van de wijkaanpak.

Begin deze eeuw waren er grote zorgen over de kloof tussen burgers en de overheid, woningcorporaties en zorg- en welzijnsinstellingen. Die zorgen waren het meest schrijnend zichtbaar in achterstandswijken. Illustratief was de documentaireserie van Felix Rottenberg uit 2002 over de Akbarstraat in de Amsterdamse Kolenkitbuurt, die liet zien hoe bewoners zich in de steek gelaten voelden door de overheid en meenden dat de politiek mijlenver afstond van de alledaagse werkelijkheid. Een deel van de bewoners in achterstandswijken voelde zich ook gestigmatiseerd. De overheid trok zich de kritiek aan en kwam met een antwoord: zij zocht nabijheid en toenadering. Sindsdien doorspekt de overheid haar beleid met positieve emotionele oproepen, mooie beloftes over vooruitgang en plannen voor vernieuwing.

Deze benadering gaat in de wijkaanpak inmiddels goed samen met een herziening van de verzorgingsstaat. Vanwege bezuinigingen en beperking van de toegang tot voorzieningen, zoekt de overheid haar toevlucht in erkenning: in schouderklopjes uitdelen aan burgers en hen een goed gevoel geven. Bij de wijkaanpak gaat het bij die erkenning om waardering van bijdragen aan de samenleving van activiteiten met een lage status, bijvoorbeeld vrijwilligerswerk in het buurthuis, en om erkenning van groepen als gelijkwaardige burgers. Vooral voor bewoners van achterstandswijken is erkenning niet gemakkelijk te krijgen. Achterstandswijken herbergen relatief veel werklozen en bewoners die kampen met gevoelens van nutteloosheid en falen.

Een verleidende overheid: affectieve interventies

De overheid heeft zich in achterstandswijken ontwikkeld tot een verleidende overheid die door middel van affectieve interventies vooral probeert op het gemoed en het gevoel van bewoners in te werken: zo wil ze bewerkstelligen dat bewoners meedoen aan de samenleving. Ze probeert participatie als leuk, gezellig en bevredigend voor te stellen. Hoe krijg je bewoners zo ver dat ze meedoen? Door ze te inspireren, stimuleren en faciliteren, door een wijkbudget ter beschikking te stellen, door ze met ambtenaren en professionals hulp en aandacht te geven, bijvoorbeeld via achter-de-voordeur beleid en de vele sociale activeringsprogramma’s voor werklozen.

De kracht van deze affectieve interventies moet niet onderschat worden. Deze benadering creëert soms daadwerkelijk samenhang en nieuwe verbanden, en gevoelens van hoop en erkenning. Dit zien we onder nieuwe Nederlanders met perspectief op vooruitgang, en in het bijzonder bij de vrouwen onder hen. Zij komen door buurtactiviteiten uit hun isolement, sociale activeringsprogramma’s geven hen respect en erkenning en door nieuwbouw maken zij kans op een grotere woning en soms op een beter pedagogisch klimaat voor hun kinderen. In Slotermeer zijn er opvallend veel (post)migrantenvrouwen actief in allerlei kleine bewonersinitiatieven, een eerste stap op de burgerschapsladder. In Kanaleneiland biedt de Marokkaanse vrouwenorganisatie Al Amal en het Drie Generatie Centrum vrouwen een podium voor erkenning van hun kwaliteiten voor de samenleving.

Gevoelens van hoop en erkenning vinden we ook onder een tweede, kleinere groep nieuwkomers in de achterstandswijk: de middenklasse, die op zoek zijn naar een betaalbare woning en een levendige, groene stadswijk. Sommigen van hen kiezen bewust voor een sociaaleconomisch en cultureel gemengde wijk en zetten zich daar actief in. Zij proberen banden te smeden met allochtone nieuwkomers. Beleid gericht op sociale cohesie en leefbaarheid middels een bewonersbudget stimuleert zulke banden en kan de relatiepijnen die gepaard gaan met het samenleven in achterstandswijken verlichten.

Nieuwe scheidslijnen in de wijk

Maar beleid dat als doel heeft om mensen een gevoel van eenheid te geven creëert soms, paradoxaal genoeg, ook gevoelens van miskenning en wantrouwen, en nieuwe scheidslijnen. Een overheid die de gemeenschap probeert te maken, frustreert mensen die zelf andere ideeën hebben over die gemeenschap, zo blijkt. Zij bevoordeelt bepaalde typen bewoners boven andere, dient sommige belangen meer en andere minder en spreekt sommige bewoners meer aan dan andere. Deze verschillen blijven vaak onbenoemd: er wordt gesproken over ‘de wijk’ en ‘de bewoners’.

Toch voeden ze zo de ‘relatiepijn’ tussen bewoners en roepen ze sterke emoties op: miskenning, woede en frustratie, die bij sommigen uitmondt in rancune. Het gaat daarbij voornamelijk om autochtone, oudere bewoners die al lang in achterstandswijken wonen en zich ondanks, soms zelfs dankzij het intensieve beleid, verlaten en verdrongen voelen. Zij ontwikkelen een sluimerend wantrouwen jegens wijkinstituties en soms ook jegens andere bewoners, voornamelijk nieuwe Nederlanders. Zij zien inspraakprocedures afbrokkelen, ervaren bewonersinitiatieven als zoethoudertjes en zien sloop en nieuwbouw eerst en vooral als afbraak van hun dierbare wijk en levenswijze.

Het belang van symboliek

De affectieve interventies in de wijkaanpak van de afgelopen jaren bestempelt Vasco Lub als symbolisch of ritueel van karakter: ze zijn niet effectief, dragen niet bij aan de leefbaarheid en veiligheid en benemen het zicht op het ‘echte’ harde werk van professionals in de wijk.

Maar, de beleidsinterventies in achterstandswijken kun je ook vanuit een ander perspectief bezien: die van toenemende affectieve verhoudingen tussen de overheid en burgers, ook al worden daarbij sommige bewoners dus ook over het hoofd gezien. Beleid gaat niet alleen om effectief ingrijpen en doelmatigheid, het draait ook om het managen van emoties. Een overheid die wil dat burgers meedoen aan de samenleving moet zelf ook meevoelen, want empathie, genegenheid en respect voor anderen zijn essentieel voor affectief burgerschap. De symbolische, rituele functie van beleid speelt daarin een belangrijke rol en maakt dat we bij de wijkaanpak naar meer dan louter dan de kale effectiviteit van interventies moeten kijken.

Mandy de Wilde is onderzoeker aan de Universiteit van Amsterdam

Dit stuk is gebaseerd op het op 17 mei te verschijnen boek Als meedoen pijn doet. Affectief burgerschap in de wijk, (redactie: Evelien Tonkens & Mandy de Wilde). Dit boek verschijnt als een van de twee jaarboeken van het Tijdschrift voor Sociale Vraagstukken

 

Literatuur

Muehlebach, A. (2012) The Moral Neoliberal. Welfare and Citizenship in Italy. Chicago: Chicago University Press

Thompson, S. (2006) The Political Theory of Recognition. A Critical Introduction. Cambridge: Polity Press

Reacties op dit artikel (3)

  1. Woon als hoogopgeleide bewust in ghetto (zo durf ik het wel te noemen). De bewoners worden gestigmatiseerd door de gemeente: “allemaal werkloos, laagopgeleid, spreken geen neederlands”. Verschillende pretinitiatieven komen over ons heen, die geen relatie hebben met de werkelijkheid. Waar wij fijn een groenstrookje buiten de buurt mogen inzaaien op eigen kosten, krijgen we geen ondersteuning ter verbetering van de woningen, de bestrating, de slecht functionerende riolering.
    Aan het eind van de straat zijn woningen gerenoveerd en voor zeer veel geld verkocht (3 ton voor 2kamer app met zicht op het laad- en losterrein van een fabriek). Daar worden wel verkeersmaatregelen genomen, is de bestrating vernieuwd evenals het riool.
    De strook schaamgroen-op-vervuilde grond werd tot dit jaar intensief gebruikt door wandelaars, voetballende jeugd en in de zomers gezinnen met picknickmanden en barbecues. Deze strook is afgelopen winter tot Park opgeschaald. De oude paden zijn verwijderd, nieuwe aangelegd die haaks op de looprichting van de bewoners richting school, bushaltes, winkelgebied. Tegenover de huurwoningen staan overal langs de groenstrook hekken. Een en ander is alleen handig voor de vertophypothekeerde middenklassers aan het eind van de straat. De functie van de groenstrook voor de rest van de buurt is komen te vervallen.
    Zelfs als er geld in de wijk wordt gestopt, is dit ten gunste van een toch al door belastingvoordeeltjes doodgeknuffelde groep. De mensen die werkelijk een steuntje in de rug nodig hebben krijgen een trap na.

    Tijd voor bestuurders om daar eens over na te denken.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *