INTERVIEW Participatief drama laat mensen groeien, weet artistiek leider Luc Opdebeeck

Luc Opdebeeck is sinds vijftien jaar artistiek leider van de stichting Formaat, een werkplaats voor ‘participatief drama’: theater waarbij betrokkenen op het toneel een voor hun belangrijk probleem aankaarten, en samen met het publiek  onderzoeken hoe het anders zou kunnen. Binnenkort is de werkwijze te vinden in databank Effectieve sociale interventies, maar voor Opdebeeck staat het nut al vast: ‘Je ziet mensen compleet in een depressie binnenkomen en na een paar maanden lopen ze weer rechtop.’

Wat is dat, participatief drama?
Luc Opdebeeck: ‘In een participatief drama worden urgente problemen door ervaringsdeskundigen met elkaar gedeeld. Het hele proces ernaartoe leidt uiteindelijk tot een voorstelling die de complexiteit in beeld brengt. Deze voorstelling wordt door de betrokkenen zelf gespeeld in de buurt, in een seniorencomplex of binnen een zorginstelling. Het publiek moet op het toneel komen en laten zien hoe zij het anders zou doen. Om de beurt neemt iemand uit het publiek de hoofdrol over. Zo worden handelingsalternatieven verkend. Al doende leer je van elkaar hoe je op verschillende manieren met een probleem om kan gaan. Het spelen is een repetitie voor de realiteit van morgen.'

'Tijdens de voorstelling gaat het er vooral om wat dit bij het publiek teweegbrengt. Op een speelse manier worden bijvoorbeeld opvoedingsstrategieën met elkaar uitgewisseld.’

Zijn er ook anderen, behalve degenen die last hebben van een probleem. die mee kunnen doen?
‘Ja, wij noemen ze de stakeholders van een bepaald probleem. Die halen wij er elke voorstelling bij. Bijvoorbeeld, een half jaar geleden ging het een keer over schulden. Dan is het voor ons zaak om Bureau Schuldhulpverlening daarbij uit te nodigen, zodat ook professionals hiervan kunnen leren. Door de interactieve voorstelling zien zij tegen welke problemen bewoners aanlopen en hoe zij daarmee omgaan. Het is voor beide kanten een leerproces.’

‘Zo kwam een bewindvoerder er op deze manier achter, dat niet alle bewindvoerders even goede resultaten boeken. Au contraire, sommigen helpen de mensen door onkunde verder in de schulden. Iedereen in Nederland kan namelijk bewindvoerder worden, ze zijn niet allemaal aangesloten bij een branchevereniging. Die professional ging gechoqueerd de deur uit. Een grappig voorval was dat hij tijdens het interventiegedeelte het woord nam en zei: “Dit is ook wel een heel lastig dossier”. Waarop een van de deelnemers zei: “Je zal er maar mee zitten als mens. Ik bedoel mijnheer, ik ben geen dossier!” Op zo’n moment zie je het denkproces veranderen. Dossiers worden mensen van vlees en bloed, die in de problemen zitten.’

Kun je iets over de oorsprong van de methodiek vertellen? Ik heb begrepen dat het sterk geïnspireerd is door Theater van de Onderdrukten van Braziliaanse dramaschrijver en regisseur Augusto Boal. Wanneer ben jij er mee gaan werken en waarom?
‘Goh, dat is heel lang geleden. Ik ben ondertussen 22 jaar met de methodiek aan het werk. Ik was destijds jongerenwerker voor Marokkanen in coffeeshops in Rotterdam. Ik vond het moeilijk om die jongeren geactiveerd te krijgen. Op een gegeven moment zag ik theatervoorstelling over racisme in de buurt. Daar waren die Marokkaanse jongeren naar aan het kijken. Doordat zij hun eigen probleem op toneel verwoord en verbeeld zagen, werden ze er actief bij betrokken. Die omslag vond ik heel interessant. Ik zag een methodiek om mensen in beweging te krijgen. Ze kregen een rol op toneel en konden actief laten zien wat ze bedoelden.’

‘Ik ben toen in de leer gegaan bij Augusto Boal, die in de jaren tachtig als politiek vluchteling in Parijs woonde. Hij is de grondlegger van Theater van de Onderdrukten en wilde daarmee de samenleving menselijker maken. Het gaat niet om consumptieve wensen, maar om het tegengaan van onderdrukking, bijvoorbeeld discriminatie, misbruik, pesten, en de “innerlijke onderdrukking”. Voorbeelden van innerlijke onderdrukking zijn aannames zoals: ik zal nooit een goede ouder worden, want dat zegt mijn directe omgeving. Of: ik heb geen politieke zeggenschap, want politici doen toch gewoon waar ze zin in hebben. Deze aannames zitten als politieagenten in het hoofd genesteld en  houden het individu klein. Paolo Freire zei daarover dat het erom gaat te onderzoeken hoe de dominantie van dit mechanisme werkt, het te leren begrijpen, waardoor mensen hun kracht kunnen hervinden.’

Hoe komen jullie aan de deelnemers voor theatervoorstellingen?
‘Dat verschilt. Doordat wij heel veel voorstellingen door de stad heen spelen, melden zich gedurende zo’n tournee, die meestal tien voorstellen omvat, nieuwe buurtbewoners aan. Zij raken geïnspireerd door wat ze zien. In een normaal toneelstuk is het de regisseur die het thema bepaalt, hier zijn het de spelers. Deelnemers komen ook bij ons als zorginstellingen klanten naar ons doorsturen. Zo kwam zorginstelling Pameijer met de vraag: “Kun je met theater naar boven brengen waar mensen met een verstandelijke handicap in de zorg, op het werk of thuis tegenaan lopen?” Pameijer merkte namelijk dat vergaderen bij deze groep niet goed werkte. De punten die daaruit kwamen zijn door de directie als speerpunten voor beleid genomen.’

Dus een verstandelijke handicap hoeft geen beperking te zijn voor participatief drama?
‘Iedereen kan meedoen. Ik ben nog nooit een groep mensen tegengekomen met wie het niet kan. Ik heb bijvoorbeeld ook gewerkt met vluchtelingen, herintredende vrouwen, slachtoffers, ex-kankerpatiënten, maar ook met politievrouwen over hun positie in een typische mannenorganisatie. Onderdrukking is overal, ben ik bang. Kwetsbaarheid is zeer divers.’

Maken jullie bezuinigingen in de zorg mogelijk?
‘Dat zou je zo kunnen stellen. We kunnen de zorg geld besparen. We maken mensen sterker, weerbaarder. Daarbij zie je dat mensen veel steun ondervinden  door samen met lotgenoten de voorstelling te maken. Neem bijvoorbeeld senioren. Mijn eigen moeder gaat een keer per week voor een zeurpraatje naar de huisarts. Op het moment dat je mensen, in hun eigen sociale netwerk met elkaar verbindt, dan zullen ze minder een beroep doen op de zorg. En zullen ze ook minder eenzaamheid ervaren.’

‘Met theater kan je in sommige gevallen zelfs direct de omstandigheden van de deelnemers verbeteren. Zo werkte ik met een groep daklozen uit Haarlem, waarvan ik hoorde dat de beveiligingsdienst van het Leger des Heils drugs dealde in het slaappand. We hebben daar een stuk over gemaakt en gepresenteerd aan de leiding van het Leger des Heils. Met als gevolg dat de beveiligingsdienst onmiddellijk ontslagen is. Als individu durf je zo’n probleem niet aan te kaarten, want dan kan je je slaapplek verliezen. Maar op het moment dat je dit collectief op het toneel zet, sta je sterk.’

En ondanks deze uitkomsten staat je organisatie Formaat momenteel onder druk?
‘Ja, helaas. Wij zullen zelf ook moeten reorganiseren en kijken naar de hoeveelheid mensen die we in dienst hebben. Het is moeilijk op dit moment. Maar aan de andere kant, als we naar een participatiesamenleving  toegaan, is dit eigenlijk wat we nodig hebben: dat burgers met elkaar in dialoog gaan en met concrete voorstellen komen om hun situatie te verbeteren. Door mensen bij elkaar te brengen en in de gelegenheid te stellen elkaar te ondersteunen, leren ze te participeren. Dus eigenlijk wat de Wmo graag wil is wat Formaat al vijftien jaar doet in de praktijk.’

‘Het probleem is dat bij de overheid en de meeste fondsen een kwantitatief resultaat gevraagd wordt: hoeveel mensen stromen door naar de arbeidsmarkt, hoeveel naar scholing, enzovoort. Terwijl de meeste effectmetingen die wij doen kwalitatief van aard zijn. Wij willen weten in hoeverre de kwaliteit van leven van mensen die hieraan deelnemen verbetert. Dat proberen wij zo goed mogelijk in beeld te brengen, door middel van de Quality of Life. Op de verschillende velden van Quality of Life, zoals wonen, werken, sociaal netwerk en het kennen van je rechten, constateren wij groei bij de deelnemers. En ze geven expliciet aan een grotere regie te hebben over hun eigen leven. Alleen willen overheid en fondsen kwantitatieve toetsen en dat geeft wel eens een spanningsveld.’

‘Als wij ruimte en budget krijgen om kwantitatief onderzoek op te zetten en de nodige deskundigheid daarbij kunnen betrekken van een universiteit of grote instelling, denk ik dat wij ook wel hardere cijfers kunnen gaan laten zien. Wij zien ook dat mensen uitstromen naar arbeid. Of dat ze bijvoorbeeld de keuze maken om in therapie te gaan. Een probleem is vaak wel dat de overheid een bepaald doel heeft met een project. De kaders liggen vast: een x aantal mensen moet doorstromen naar de arbeidsmarkt. Dat is niet onze insteek. Wij zijn er niet om te bepalen en te sturen op wat mensen moeten gaan doen met hun leven. Een  theater-atelier biedt juist de mogelijkheid om te ontdekken wat je wilt doen met je leven.’

Wat maakt jouw werk zo leuk, dat jij na al die jaren nog steeds zo gedreven bent?
‘Je doet iets voor mensen die in een situatie zitten waarin ze veroordeeld zijn tot het luisteren naar monologen. Het theater maakt dat je dat openbreekt, en er een dialoog kan plaatsvinden. Het zien groeien van mensen is ongelofelijk motiverend, zelfs op het verslavende af. Als je mensen ziet binnenkomen die compleet in een depressie zitten en je ziet ze na een paar maanden weer rechtop lopen. Dat zijn de mooiste cadeautjes die je kan krijgen. Ik leer ook ontzettend veel van de groepen. Over hoe de samenleving in elkaar zit en wat de structuren zijn die de onderdrukking in stand houden.’

Silke van Arum is senior onderzoeker en adviseur effectiviteit bij Movisie.

Participatief Drama wordt binnenkort opgenomen in de databank Effectieve sociale interventies van Movisie. Een uitgebreide beschrijving is dan te vinden op www.movisie.nl/databanken.

Dit artikel is 2203 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Yes! Geweldig goed verwoord! Zelf heb ik deel mogen nemen, en doe dit nog, en ben trots om te delen in dat ik van participatief drama en het theater van de onderdrukten heel veel heb geleerd, en er ook getuige van ben dat dit werkt voor veel groepen en mensen! Het is inderdaad een heel effectief middel voor vele mensen en vele sociale vraagstukken.
    Bij ons zat er zo ook iemand in de groep die ik helemaal op zag bloeien; kreeg eerst het vertrouwen terug, en het zelfvertrouwen. Dat is zo mooi om mee te maken!
    En dat je als groep allemaal samen werkt, je veilig voelt en de dingen waar je tegenaan loopt met elkaar kunt delen… Niet alleen dat; want tevens wordt er met een groep naar een stuk toegewerkt om te presenteren, waarbij je kunt laten zien waar je als groep gezamenlijk tegenaan loopt, of waar mee er geworsteld wordt. Dit geeft zekerheid omdat je het thema als groep kunt presenteren, waardoor je je sterker voelt staan.
    Doordat het publiek mag reageren, op wat er gebeurt in de presentatie en met hun eigen ‘spel’ voor een oplossing voor de situatie komen (zo’n forumtheaterstuk loopt altijd slecht af); ze nemen de rol over van de onderdrukte (veelal), komen ze erachter dat een situatie best ingewikkeld kan zijn, en worden zich daardoor op z’n minst bewuster van wat er speelt. En er ontstaat een dialoog over mogelijkheden, of een discussie over wat nu wel of niet zou kunnen of mogen.

    Daarbij komt, dat, hoe dan ook het hele gebeuren bloedserieus is, we heel veel plezier kunnen beleven aan wat er allemaal gebeurt in zo’n theateratelier! Zo wordt er gewerkt met spel-oefeningen, die heel leuk zijn en daarbij vaak ook een doel hebben, zoals: warming-up, elkaar beter leren kennen, concentratie of juist coördinatie-, bewegings- of vertrouwensspelen! Beeldentheater, een must voor de beeldvorming van het onderwerp!
    Eén ding weet ik als participant van Formaat: ik heb mezelf een stuk beter leren kennen; en ontdekte telkens weer nieuwe kanten in mezelf. En dat kwam gewoon doordat ik mee deed. Ik heb mensen tijden aan de kant zien zitten tijdens dat we bezig waren, en ineens kwamen ze mee doen! Mensen die een gesloten boek waren open zien gaan. Mensen die weinig tot niets vertelden, vertelden ineens zoveel zeggend werden toen ze met een beeldenoefening mee deden! Mensen die inderdaad naar werk toe zijn gestroomd, of die voor zichzelf op gingen komen. En ik die hier heel graag in mee wil blijven doen, samen met anderen, omdat dit niet alleen een heel effectieve, maar juist ook mooie vorm van participatie is!
    Het zou niet mogen verdwijnen uit deze samenleving, omdat juist de mensen hier de samenleving in beeld kunnen brengen, neerzetten zoals ie is en kan zijn, in de ogen van de meeste diversiteit in mensen en groepen. En wat ons uitdaagt tot het gezamenlijk zoeken en vinden van wegen die naar bewustwording, verandering, en oplossingen leiden.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *