Big Society past Nederland niet

Dossier

Big Society

Nederlandse beleidsmakers en denkers lijken de Big Society te omarmen. Premier Cameron probeert met het gedachtegoed van Phillip Blond de problemen in het Verenigd Koninkrijk aan te pakken. Maar wat behelst het eigenlijk? En moeten we de Big Society wel in Nederland importeren? Dat lijkt niet zo'n goed idee.

Met het beleidsprogramma van de Big Society wil de Britse premier Cameron het eigen initiatief van burgers en hun verbanden versterken, de publieke dienstverlening hervormen en de eigen kracht van lokale netwerken versterken. Cameron laat zich inspireren door het werk van Phillip Blond.

Phillip Blond is één van de founding fathers van Big Society. In zijn boek Red Tory beschrijft hij drie problemen die een Big Society noodzakelijk maken: een economische crisis, een democratische en een sociale.

Wat er volgens Blond mis is in het Verenigd Koninkrijk
Economisch zijn in Groot-Brittannië de verschillen tussen arm en rijk de laatste decennia sterk gegroeid. Er is een concentratie van rijkdom bij een zeer klein deel van de bevolking; de onderste helft van de Engelsen beschikt over slechts 1 procent van de liquide middelen. De democratie heeft te lijden onder een zeer sterke machtscentralisatie in Londen, een groeiende onvrede onder de bevolking over het functioneren van de overheid en een sterke afname van het vertrouwen in politici. Sociaal heeft Groot-Brittannië te kampen met een gestage erosie van traditionele sociale netwerken: het gezin, de kerk, contact met buren, lidmaatschap van verenigingen. Blond koppelt deze ‘sociale recessie’ aan een groeiend onderling wantrouwen, de normalisatie van asociaal gedrag, meer geweld en onveiligheid op straat, toenemend gebruik van alcohol en drugs, afhankelijkheid van sociale uitkeringen en een toename van persoonlijke schulden. Hij vindt ook dat de maatschappelijke participatie sterk is afgenomen. Te weinig mensen zijn actief in vrijwilligerswerk of andere vormen van actief burgerschap.

Oplossingen en maatregelen
Phillip Blond komt ook met oplossingen. Kern is dat de samenleving sterker moet worden, zowel tegenover de staat, als tegenover de markt. De coalitieregering van Cameron volgt hem daarin met haar Big Society-agenda. Die behelst drie bewegingen:

1. Versterking van de eigen kracht van lokale gemeenschappen: wijken en buurten, maar ook lokale overheden, moeten weer zeggenschap krijgen, om vorm te geven aan hun eigen lokale gemeenschap.

2. Hervorming van de publieke dienstverlening: vrijwilligersorganisaties, verenigingen, coöperaties en maatschappelijke ondernemers moeten kunnen meedingen naar opdrachten om publieke diensten te verlenen, zodat zij (mede-)eigenaar worden van de diensten waarvan zij zelf gebruik maken.

3. Stimulering van maatschappelijke participatie: burgers moeten in staat gesteld worden om een actievere rol in de samenleving te spelen.

Deze bewegingen vinden we terug in een groeiend aantal concrete maatregelen, zoals een fonds van 10 miljoen pond om initiatieven voor vrijwilligerswerk en liefdadigheid stimuleren, een bank (600 miljoen pond in kas) ten behoeve van sociale investeringen en een National Citizen Service: in de zomers moeten tienduizend 16-jarigen deelnemen aan lokale projecten in hun eigen buurt of wijk.

Volgens Blond is ook de Localism Bill een belangrijk instrument om de Big Society concreet te maken. Met deze wet krijgen local councils en plaatselijke gemeenschappen meer controle en zeggenschap op het terrein van volkshuisvesting en ruimtelijke ordening. Het wetsvoorstel is momenteel in behandeling bij het Britse Hogerhuis.

Kritiek en verwondering over Blond
Big Society staat niet alleen voor een inhoudelijke heroriëntering. Tegelijk wordt er drastisch bespaard op de overheidsuitgaven. Aan sociale uitkeringen en op de sociale sector wordt gemikt op een besparing van 18 miljard pond per jaar. In een recent artikel in de Evening Standard uit Phillip Blond zijn zorgen over de gevolgen van de bezuinigingen. Hij vindt dat de kortingen op gemeentelijke budgetten te snel zijn doorgevoerd, waardoor burgers geen tijd hebben gehad om lokale beslissingen aan te vechten over bijvoorbeeld sluiting van bibliotheken en kindercentra. Noch hadden ze de tijd om gebruik te maken van het recht om deze voorzieningen in eigen hand te nemen.

Niet alleen Blond is kritisch. Andere critici wijzen op de eenzijdige benadering van het programma. Zo vindt bijvoorbeeld Ben Kinsby dat de grotere bijdrage aan de samenleving vooral verwacht wordt van de ‘gewone mensen’ en niet van bijvoorbeeld de superrijken. Bij de concretisering van Big Society ligt de nadruk op ‘small government’ en niet op nieuwe organisatievormen voor de Britse economie. In het programma wordt ook weinig genuanceerd gekeken naar de verhouding tussen overheid, markt en samenleving.

Tot slot wekt Big Society en de bijhorende retoriek keer op keer de suggestie dat burgers die de steun van de verzorgingsstaat nodig hebben in essentie profiteurs zijn en hun situatie aan zichzelf te danken hebben. Zo kondigde de Britse minister van Financiën zware besparingen aan op sociale uitkeringen met als argument dat teveel burgers het leven van bijstand als een normale levensstijl zijn gaan beschouwen.

Ook wij hebben onze twijfels over de Big Society. Om te beginnen bij het vertrekpunt dat de samenleving verdrukt zou worden door overheid en markt. De empirische bewijsvoering daarvoor van Blond is mager. Daarbij is het vreemd dat er in de retoriek van Big Society zwaar gehamerd wordt op de afwezigheid van actief burgerschap, maar tegelijk wordt daarop juist een groot beroep hedaan. Blond en de zijnen hebben een fors gebrek aan erkenning en waardering voor de grote rol die liefdadigheids- en andere vrijwilligersorganisaties spelen in de Engelse samenleving spelen. Van de 60 miljoen inwoners van het Verenigd Koninkrijk doet ongeveer 45 procent wel eens vrijwilligerswerk, meer dan 25 procent zelfs eens per maand. Naar schatting zijn er 600.000 informele vrijwilligersgroepen en ruim 100.000 formele.

Big Society: iets voor Nederland?
In Nederland kan de Big Society op instemming rekenen van uiteenlopende personen als minister Donner en GroenLinkser Jos van der Lans. Dat heeft alles te maken met de breedte van het gedachtengoed. Een terugtredende overheid, meer ruimte voor burgers en professionals, het benadrukken van de kracht van mensen in plaats van hun zwakte, en van de eigen verantwoordelijkheid.

Waar hebben we dat eerder gehoord? Is Big Society zoveel anders dan de beweging die sinds 2005 in Nederland gaande is en die door de komst van de Wet Maatschappelijke Ondersteuning werd gestimuleerd? Zeker, de Big Society kent wel een enkel idee waar wij in Nederland ons voordeel mee kunnen doen. Zoals dat buurtbewoners, maar bijvoorbeeld ook frontliniewerkers, eigenaar worden van lokale of buurtgebonden publieke voorzieningen. Net zoals vroeger, toen de bibliotheek of de peuterspeelzaal gerund werd door vrijwilligers.

Maar verder kunnen we veel beter met onze Wmo uit de voeten. Het is waar,  met name in de media en in de landelijke politiek komt de Wmo vooral naar voren als een wet die over zorg gaat, over mensen met een beperking, over ouderen. Die niet langer de hulp krijgen waar ze voorheen recht op hadden. Maar de lokale praktijk is zoveel meer dan dat. In steeds meer gemeenten wordt werkelijk geprobeerd om de manier waarop de lokale sociale sector werkt fundamenteel te veranderen. Zodat de eigen kracht van burgers meer wordt aangesproken, ze zich meer mede-eigenaar voelen van voorzieningen, zodat ze makkelijker een beroep op elkaar durven doen en de noodzakelijke zorg beschikbaar blijft voor hen die niet zonder kunnen. In die gemeenten is al lang sprake van 'big societies' of wordt er hard aan gewerkt om die te versterken. Laten we doorgaan die beweging te versterken in plaats van ons te laten imponeren door de retorische gaven van onze westerburen.

Aletta Winsemius is snior onderzoeker bij het programma Trends en Onderzoek van MOVISIE en bereikbaar via A.Winsemius@movisie.nl. Jan Steyaert werkt bij Fontys Hogescholen (Eindhoven) en de Universiteit Antwerpen. Hij is bereikbaar via j.steyaert@fontys.nl. Dit is een verkorte versie van hun artikel dat deze week verschijnt in TSS. De langere versie is ook te lezen op: http://www.alertonline.be.

 

Reacties op dit artikel (1)

  1. Het artikel schetst een interessante invalshoek. Kritisch volgen van trends is zeer belangrijk. Helaas gaat mij de vergelijking tussen Big Society en Wmo niet op. Ten eerste doet de Big Society meer denken aan een gedachtegoed en ten tweede heeft de Wmo teveel kenmerken van bovenaf en oude wijn in nieuwe zakken. Daarmee is het geenzins slecht. Het maakt alleen duidelijk dat wanneer het echt over empowerment gaat; het noodzakelijk is dat geld, macht en voorwaarden in co-creatie anders worden verdeeld. Zolang die oude structuren niet overgaan op een transparanter en open-democratischer systeem; verandert er weinig. Daar is durf, moed en innovatie voor nodig en vooral kijken naar wat werkt in de markt.

    Dat betekent ook dat een gedachtegoed niet klakkeloos moet worden overgenomen (lui en onpraktisch) maar dat het goed gemixed en op smaak gebracht moet worden. Naar een Hollandse Nieuwe! Blijft belangrijk dat het denken over schuldvraag, uitkeringen en al de andere clichés is losgelaten wordt. Mooi zou zijn om van economische ecologie te spreken, waarin de uitkering een basisinkomen wordt en de economie er een van balans tussen activiteit en inactiviteit. Met daarbij de uitwisseling van activiteit (vrijwillig /betaald) leidend is in plaats van geld vermeerderen. Maar een dergelijk systeem gebaseerd op natuurlijke wetmatigheid vraagt om een andere structuur en accountability. Daar zijn we nog niet aan toe. Pas als het mogelijk is alles op zijn kop te zetten, is er ruimte voor nieuws in de zin van positieve voncurrentie met het gevestigde.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *