COLUMN Een gouden tip

In deze column staat een gouden tip, zo eentje waar je rijk mee kunt worden. Dan weet u dat alvast.

Het gaat over toezicht. Want het toezicht bij semipublieke instellingen, dat loopt niet zo lekker. Corporatie Vestia bezwijkt onder exotische financiële producten en de Raad van Commissarissen is er totaal door verrast. Hogeschool Amarantis gaat op de fles omdat een directeur een liefde voor bouwen had, niemand hield hem tegen. En een Raad van Toezicht doet niets als er bakken met klachten binnenkomen over de directeur van het Centrum Opvang Asielzoekers.

En waar er iets mis is, hoef je niet lang te wachten op de boeken waarin staat uitgelegd hoe het in de toekomst allemaal beter kan. Zo kan het dat in één weekend twee interviews in de Volkskrant stonden met wijze grijze mannen die allebei een boek te water lieten over toezicht bij semipublieke instellingen. Uit die dubbeling blijkt dat ook het toezicht op de planning van de zaterdagkrant nog wel wat beter kan, maar dat terzijde.

Een van de schrijvers was Willem van Leeuwen (58). Misschien kent u hem nog wel. Als voorzitter van Aedes was hij jarenlang het gezicht van de woningcorporaties in Nederland. Inmiddels is hij ‘adviseur’ en schrijft hij dus over toezicht.

Dat is best ironisch. De man was jarenlang een warm pleitbezorger voor de ‘maatschappelijke onderneming’. Op de vleugels van dat zelfde enthousiasme begonnen sommige corporatiedirecteuren megalomane bouwprojecten of haalden zij snelle financiële jongens binnen die hun rentelast omlaag klusten met ingewikkelde ‘derivaten’.

Daarbij gingen de bestuurders in de sociale woningbouw zichzelf steeds meer geld betalen. Iets waar Willem van Leeuwen erg op tegen was. Zelf verdiende hij overigens ruim meer dan Balkenende (destijds nog geen ‘adviseur’, maar premier te Den Haag). Toen Van Leeuwen in 2008 op 54-jarige leeftijd vertrok bij Aedes, kreeg hij een gouden handdruk mee van 1 miljoen euro. Maatschappelijk ondernemen, prachtige term.

Enfin, die Van Leeuwen heeft nu een boek geschreven over toezichthouders. Hij komt tot de weinig verrassende conclusie dat toezicht verbeterd kan worden door meer diversiteit. ‘Voor een corporatie kun je bijvoorbeeld denken aan een commissaris van politie, een rabbijn en een schooldirecteur in de raad van commissarissen.’ Dat is op zijn old-boys-networks inderdaad heel divers: we zijn allemaal ergens anders de baas van.

Leuk om deze passage te leggen naast woorden die hoogleraar medezeggenschap Rienk Goodijk in dezelfde krant sprak over diversiteit. ‘Raden van toezicht tellen veel managers, met financiële en juridische kennis ‘, zegt Goodijk, ‘van de processen bij een zorginstelling, hogeschool of corporatie weten ze veel minder. Daarom zou het goed zijn als er naast de wijze mannen meer vrouwen, jongeren en allochtonen met een frisse blik in de raden zouden komen.’

Dat klinkt nog net even wat diverser en geloofwaardiger. Want in zo’n breed samengesteld gezelschap durft er vast iemand te zeggen: ‘ik begrijp hier helemaal niets van’, als de treasurer van een woningcorporatie nonchalant uit de doeken doet hoe je de driemaands euribor met een ‘plain vanilla receiver swap’ omzet in een vaste lage rente. Een commissaris die zo’n opmerking had durven maken, zou Vestia waarschijnlijk veel sores bespaard hebben.

Maar wie gaat al die nieuwe toezichthouders vinden? De deftige club die dat nu doet, het Nationaal Register, is een weinig wervende stichting van werkgeversorganisaties en vakbonden. Over het eigen functioneren is op de website van het register niets terug te vinden. Maar aangezien de instelling al ruim 10 jaar geleden is opgericht, ver voor de eerder genoemde incidenten, kan die best wel wat concurrentie gebruiken.

Dus daar is de gouden tip. Het wordt tijd dat iemand een bureau opzet dat wat peper gooit in de smakeloze stamppot van het toezicht. Iemand die de werkvloer binnen brengt in de raden van commissarissen. Er is grote behoefte aan die gepensioneerde leraar economie, die zelf is geboren in een huurhuis van ‘Woningstichting Ons Belang’ en een jaarrekening op zijn kop kan lezen. Of aan die jonge architect die alles weet van succesvol aanbesteden. Of aan een ervaren maatschappelijk werker die genadeloos door lelijke managementtaal over ‘leefbaarheid’ heen prikt. Omdat zij echt weet wat er leeft in een buurt.

Ze moeten alleen even gevonden en gelanceerd worden, door een slimme ‘maatschappelijk ondernemer’. Doe er uw voordeel mee.

Tjerk Gualthérie van Weezel is economieredacteur van de Volkskrant

Dit artikel is 1055 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Leuk stuk, Tjerk, maar hoe kan het nu dat toezichthouders bij vrijwel alle organisaties voornamelijk verstand hebben van financiën en volgens critici te weinig verstand van andere aspecten behalve dan uitgerekend bij de woningcoöperaties die zich ondeskundig aan derivaten hebben vertild?

  2. Grappig om zo te discussiëren.
    De Vestia-commissarissen waren de laatste jaren eigenlijk meer politiek-bestuurlijke zwaargewichten. De twee mannen die er na het derivatendrama bij werden gehaald waren wel harde zakenlui. Een oud-topman van Delta Lloyd en een zakenbankier.
    Iets meer financiële kennis had er dus wel in gemogen. Maar een iets diverser gezelschap had, zoals ik hierboven ook schrijf, mogelijk ook wel geholpen. Een jonge architect had misschien naief kunnen zeggen: ‘ik begrijp niets van die rentederivaten, maar weet wel dat gratis geld niet bestaat. wie legt mij uit wat hier precies de risico’s zijn?’ Dan had ze de belangrijkste gesteld.

  3. Heel aardig. Moet zo kunnen. 1 Probleem: de doorlooptijd om in NEDERLAND hiermee enig succes te hebben is zelfs voor onze vitale gepensioneerden te lang! Zo ben ik 72. Ik slik per etmaal 4 soorten medicijnen. Daarmee ben ik bijna geen patiënt. Ik geniet van het groeiende aantal kleinkinderen en het samen doen met m’n vrouw. Ik ben adviseur van de SESAM Academie én secretaris van de Vereniging van Gepensioneerden PME. Dat kost me 2 dagen per week (gemiddeld). Ik heb elk kwartaal wel een begrafenis momenteel, statistiek is ook maar statistiek! Zou ik dit kunnen? Ja, ik heb een vreselijk geschikt CV. M’n vrouw is tegen. Net gevraagd. Je doet genoeg. Dan windt je je op over de traagheid en stroperigheid van waaraan je werkt en de kortzichtigheid en domheid van al die pensioen oliemannetjes. Nee, hier heb ik een leuk reisje ….

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *