Oplossing crisis vraagt om ander politiek stelsel

De huidige crisis komt voort uit de dominantie van eenzijdige menselijke en maatschappelijke waarden. Wat er nu gebeurt, is dat geprobeerd wordt de problemen op te lossen door ze groter te maken. Herinrichting van het politiek bestel en het financiële stelsel kunnen uitkomst bieden.

Sinds de industriële revolutie zijn de aantallen mensen, de economie, de snelheid van communicatie, de consumptie, het grondstoffengebruik en de hoeveelheid geld exponentieel gegroeid. Al die grootheden zijn in enkele decennia verdubbeld om in onze tijd, rond 2010, onhoudbaar hoge niveaus te bereiken. De ontwikkeling van de technologie heeft dat probleem niet verkleind, maar eerder vergroot.

Net als in de ‘Tovenaarsleerling’ van Goethe is geprobeerd de problemen op te lossen door ze groter te maken. Mensen en milieu bleken daar niet tegen bestand met als gevolg een ecologische, een financieel-economische en een sociale crisis. Hernieuwde economische groei is niet meer te verwachten nu de grenzen van de exploiteerbare aarde zijn bereikt. Hoge rendementen door het kappen van bomen, het oppompen van eenvoudig winbare olie of het maken van geld met geld behoren definitief tot het verleden. De huidige samenleving kan niet op deze manier worden voortgezet.

Het probleem van eenzijdige waarden

Vanuit een ruimer en historisch perspectief wordt duidelijk dat de kern van het probleem ligt in het steeds weer eenzijdig worden van de waarden die door mens en maatschappij belangrijk worden gevonden. Door specifieke sociale mechanismen worden bepaalde waarden eenzijdig belicht, overbelicht en uitvergroot. Dat gebeurt onder meer door de behoefte aan identiteit en autoriteit en, in onze tijd, door de media. Daardoor fragmenteert het waardepatroon en wordt de samenleving in de loop van de geschiedenis steeds weer een karikatuur van zichzelf en gaat de ‘menselijke waardigheid’ verloren. Zo heeft de eenzijdige dominantie van ‘geestelijke’ en collectief georiënteerde waarden in de middeleeuwen geleid tot dogmatische kerken die ‘de waarheid’ in pacht hadden, met rampzalige godsdienstoorlogen als gevolg.

Na de Renaissance, tijdens het Modernisme, is de karikatuur van het staatscollectivisme op een ramp uitgelopen. Nog altijd in de veronderstelling dat er één waarheid is en met een toenemend materiële oriëntatie bracht de wetenschap de industriële revolutie voort en Darwin de evolutietheorie. Die theorie ontaardde in het Nazisme met de bekende catastrofale gevolgen.

De recente ecologische crisis is niets anders dan een geleidelijke verschuiving van eenzijdig ‘geestelijke’ en immateriële waarden naar tegenovergestelde, even eenzijdig materiële waarden; van denkbeelden naar ‘spullen’. En nu, aan het eind van die ontwikkeling waarin materiële waarden nog altijd domineren, is de tijdgeest doorgedraaid naar een waardepatroon waarin niet meer het collectief, maar het daar tegenovergestelde egocentrische individu de boventoon voert. Uit angst voor ‘Sovjet-Russische toestanden’ rennen we in paniek van de publieke waarden aan bakboord, naar de private waarden aan stuurboord, om vervolgens aan die kant van het schip overboord te slaan.

De huidige financiële crisis is de karikatuur van de nieuwe eenzijdigheid, waarin iedereen een kleine kapitalist is geworden die achter zijn PC naar de laagste prijzen en de hoogste rendementen speurt. Het enige wat hem nog interesseert, is zijn eigen fysieke gezondheid, veiligheid en comfort. De samenleving is uitgelopen op consumentisme en hedonisme, vulgarisering en commercialisering. Daarmee is het voorlopige einde van de westerse geschiedenis en de vanouds christelijke beschaving bereikt. Blijkbaar slingert de samenleving  in een getijdenbeweging op een vrij primitieve manier heen en weer tussen tegengestelde waarden; op dit moment in de tijd zijn we doorgeslagen naar de private en de materiële kant van het spectrum. Karikaturale uitersten, zoals nu de financiële crisis, worden dan abusievelijk voor ‘normaal’ aangezien, terwijl ze dit vanuit een groter perspectief helemaal niet zijn. Het is niet normaal om te speculeren met het geld, de huizen of het voedsel van anderen.

Stop met zwalken

De les van de geschiedenis en de centrale boodschap van vele religies, mythen en legenden, en ook van de belangrijkste literaire en muzikale meesterwerken van de Europese cultuur is dat we moeten stoppen met rondzwalken van de ene catastrofale karikatuur naar de andere. In het kielzog van Thorbecke zou daarom een stap moeten worden gezet naar een bestel dat deze onbeheerste slingeringen in de maatschappelijke waardeoriëntaties verkleint in plaats van vergroot. Concreet leidt dit tot twee concrete suggesties:

Een volgende versie van ons politieke bestel in de vorm van collegiaal bestuur tot op de hoogste niveaus. In het kabinet hebben automatisch alle partijen zitting naar evenredigheid van Tweede Kamerzetels, daarmee worden alle onder de bevolking levende waarden erkend. Door afscheid te nemen van meerderheidscoalities is er minder energie nodig voor de politieke strijd om de macht en blijft er bestuurlijke energie over voor het zoeken naar een zo groot mogelijke overeenstemming over de aanpak van de niet mis te verstane inhoudelijke problemen. Binnen het onverminderd democratische bestel kan de gedogende minderheid de meerderheid niet meer zo gemakkelijk gijzelen met populistische beloften zoals nu in Nederland en de VS het geval is.

Wezenlijke herinrichting van het financiële stelsel als de meest bedreigende karikatuur van dit tijdsgewricht. Geldschepping is principieel een publieke, en dus overheidsaangelegenheid en hoort niet thuis bij private banken. Wanneer de overheid de geldscheppende partij zou zijn, hoeft er jaarlijks geen enorme rente te worden betaald aan de private partijen op de financiële markten die nu het geld scheppen. De door de gemeenschap afgedragen belastingen vormen tegelijkertijd de aflossing van een dergelijke ‘lening’.

Wanneer de overheid geld schept door het verstrekken van leningen aan de samenleving die ze vertegenwoordigt, dan kan daarmee de nu meer dan ooit vereiste richting worden gegeven aan de publieke maatschappelijke ontwikkelingen  (infrastructuur, onderwijs, etc). De vaak gehoorde bewering dat de overheid dan te kwistig met geld zou worden, valt historisch niet waar te maken. Banken worden de niet-geldscheppende bemiddelaars op de financiële markten voor eigen rekening en risico. Het financiële system wordt dan weer dienstbaar aan de reële economie, en die op haar beurt wordt weer dienstbaar aan de hier bepleite maatschappelijke doelstelling, waarbij er een principieel evenwicht wordt nagestreefd tussen de publieke en private en tussen materiële en immateriële kwaliteiten van het menselijk bestaan.

Klaas van Egmond is hoogleraar Geowetenschappen aan de Universiteit Utrecht. Hij is auteur van het boek  ‘Een Vorm van Beschaving’, uitgegeven door Christofoor/Vrij Geestesleven, isbn 9060386485

Dit artikel is 623 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Dat de evolutietheorie uitmondt in het Nazisme vind ik nogal een stelling. Noemt dan het sociaal-darwinisme. Een heel ander maatschappelijk verschijnsel dan wat Darwin beschrijft. Dat het financiele systeem van nu niet werkt kan ik beamen. Maar helaas wordt dit ook in stand gehouden door een zeer populistische conservatieve stroming binnen de VVD die momenteel nog zeer groot is. Het is nl. makkelijk inspelen op angst van het kwijtraken van kapitaal: het behoud van de HRA als campagnetool is daar een goed voorbeeld van. Of de leus dat je succes niet moet afstraffen. Een maskerade voor het in stand houden van bonussen en zelfverrijking. Want de grootste angst bij de VVD ligt bij het kwijtraken van kapitaal, moraliteit waar het CDA het nu eens over heeft is er bij de VVD absoluut niet bij. Moraal is bij de VVD een individualistisch begrip en iedereen heeft toch recht op zijn eigen moraal? Daarmee tolereerde het CDA toch ook de PVV de laatste twee jaar?

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *