Gebruik brave burgers niet als voetveeg

Dossier

Nudging

De overheid probeert burgers zover te krijgen dat ze maatschappelijke problemen oplossen. Het is aan de burgers om wijken leefbaarder te maken, voor elkaar te zorgen en af te slanken. Nederlanders reageren daar verrassend braaf op. Maar politici moeten daar geen misbruik van maken, stellen Imrat Verhoeven en Marcel Ham. Zij vormden de redactie van het TSS Jaarboek 2010 'Brave Burgers gezocht', dat vandaag verschijnt.

‘Burgers zijn aan zet.’ ‘De bal ligt bij de burger.’ ‘Burgers staan centraal.’ Het zijn veelgehoorde kreten die uitdrukken dat de overheid naarstig op zoek is naar burgers die hun schouders onder de publieke zaak zetten. Burgers moeten de overheid te hulp schieten om achterstandswijken socialer en buurten veiliger te maken, om kwetsbare mensen te ondersteunen, obesitas te bestrijden en energiegebruik te verminderen. Daartoe moeten ze aan vrijwilligerswerk gaan doen, voor de buurman gaan zorgen, afslanken, en de politie helpen verdachten op te sporen. Er lijkt wel sprake van een nieuwe maakbaarheid. Deze keer wil de overheid de samenleving niet zelf vormgeven, maar probeert ze burgers te verleiden om publieke belangen te behartigen. Natuurlijk zijn het wel de door ons gekozen politici die deze belangen hebben benoemd. Namens ons hebben ze de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo) in het leven geroepen, geld voor initiatieven in achterstandswijken verschaft, besloten dat obesitas een bedreiging vormt voor de volksgezondheid, nieuwe milieudoelstellingen geformuleerd, en ga zo maar door. We hebben de nieuwe maakbaarheid dus aan onszelf te danken. Maar ondertussen worden we er wel mee opgezadeld.

Cameron
Het beroep op burgers komt niet uit de lucht vallen. Het komt voort uit twee grote ontwikkelingen: die van een terugtrekkende naar een activerende overheid, en die van een burgerschapsopvatting gericht op rechten naar een die plichten centraal stelt. De Nederlandse situatie is daarbij sterk beïnvloed door ontwikkelingen in Angelsaksische landen. De recent gekozen Britse premier David Cameron presenteerde onlangs zijn ideeën over de Big Society. Hij verwacht veel van burgerinitiatieven die niet te zwaar rekenen op de staat. De overheid moet ruimte maken voor ouders die scholen stichten, buurten die hun eigen pub of postkantoor redden, burgers die de politie helpen of de vuilnisdienst bijstaan. Volgens critici is Camerons Big Society-concept niet meer dan een ordinaire bezuinigingsoperatie. Waar of niet, Camerons verwachtingen van burgers zouden wel eens een trendbreuk kunnen vormen met het beroep op verantwoordelijke burgers dat New Labour vanaf 1997 ontwikkelde. Typerend voor Blair was dat de overheid zich intensief bemoeide met de ontwikkeling van actief burgerschap. Eigen verantwoordelijkheid werd niet langer over de schutting gegooid, zoals onder zijn conservatieve voorgangers.

Brave burgers gezocht…
Dezelfde beweging zagen we in Nederland vanaf het kabinet Balkenende II in 2003. Waar het eerste kabinet Balkenende (met de LPF) nog een sterk beroep deed op burgers die alles maar zelf moesten opknappen, veranderde de teneur van eigen verantwoordelijkheid drastisch van betekenis. ‘Meedoen’ werd het motto van de regering. Net als Blair omarmde Balkenende de denkbeelden van de Amerikaanse socioloog Amitai Etzioni, die veel nadruk legde op revitalisering van de gemeenschap, actief burgerschap en individuele verantwoordelijkheid. In dit ‘communitaristische perspectief’ op burgerschap wordt veel nadruk gelegd op plichten jegens de gemeenschap en minder op rechten van het individu. Net als Blair kwam Balkenende bovendien met maatregelen waarmee de overheid het meedoen in de samenleving ging aanjagen. Een van de belangrijkste voorbeelden daarvan is de Wmo, bedoeld om burgers te stimuleren om minder zelfredzame mensen te ondersteunen.

Voor ons boek ‘Brave burgers gezocht. De grenzen van de activerende overheid’ brachten wetenschappers op verschillende terreinen in kaart hoe burgers op die activerende overheid reageren. De werkhypothese was dat mensen daar toch vaak niet al te gewillig op zouden reageren, dat ze zich wellicht nogal eens gebruikt zouden voelen, en zich al dan niet stilzwijgend aan het appèl zouden onttrekken. Immers, vaak is er toch wel enige reden om te veronderstellen dat het beroep op burgers voortkomt uit platte financiële redenen (minder geld voor de zorg, de maatschappelijke kosten van obesitas), of dat de overheid burgers aanspreekt terwijl ze het er zelf veel te lang bij heeft laten zitten (oude wijken). Daar komt bij dat alle overheidsinitiatieven die inbreken op de leefstijl (obesitas, slimme meters voor energiegebruik) de vraag oproepen in hoeverre de overheid zich daarmee mag bemoeien.

… en gevonden
Maar op straat en in huis is de werkelijkheid anders, zo ondervonden we. Nogal wat mensen doen loyaal, vrijwillig en in hun eigen tijd mee aan het gevraagde brave burgerschap. Ze melden zich massaal aan bij Burgernet, waarmee ze de politie helpen verdachten van misdrijven op te sporen. Ze doen dat enthousiast omdat het aansluit bij hun behoefte aan saamhorigheid; dit ondanks dat er door hun oplettendheid nauwelijks meer boeven worden gevangen. Ook jongeren laten zich niet onbetuigd als het om veiligheid gaat. Ze spelen graag de rol van bemiddelaar in conflicten tussen bewoners en jongeren. Mensen zijn ook heel goed te enthousiasmeren om zorg te verlenen aan hun hulpbehoevende buren. Er zijn zelfs wachtlijsten voor vrijwilligers die boodschappen willen doen voor ouderen of mee willen gaan op ziekenhuisbezoek. En aangezien mensen best gezond willen eten, maar het ze uit eigen beweging niet lukt, hebben ze er geen probleem mee wanneer de overheid ze nudged, oftewel een duwtje in de goede richting geeft door bijvoorbeeld in de kantine het fruit en de groente voor de kroketten te plaatsen. Ook voor het milieu willen mensen zich best inzetten, getuige de deelname aan klimaatfeesten. Kortom, de overheid klopt niet tevergeefs aan bij burgers.

Het brave burgerschap vertegenwoordigt een niet gering maatschappelijk kapitaal in tijden dat menigeen geneigd is mee te gaan in het gesomber over de onvrede van burgers met de overheid. Daar valt nog veel uit te halen. Maar politici moeten niet te lichtzinnig met dit kapitaal omspringen, zoals Cameron in het Verenigd Koninkrijk nu lijkt te doen. Wij voorzien ook in Nederland onder Rutte een ondermijning van het brave burgerschap. De motivatie van mensen dreigt te worden aangetast onder druk van historische bezuinigingen en door gebrek aan richtinggevend moreel perspectief op actief burgerschap. Dat kan funest uitpakken, want ondanks hun enthousiasme om mee te doen met de overheid, passen Nederlanders ervoor om zich als voetveeg te laten gebruiken. Ze willen best boodschappen doen voor hun zieke buurman, maar zijn rug wassen gaat te ver. Burgerinitiatief in achterstandswijken akkoord, maar niet zonder professionele ondersteuning en financiële steun.

Actieve burgers hebben vooral een betrokken en luisterende overheid nodig, niet een overheid die hen overvraagt of  te weinig personeel en tijd overhoudt om de samenwerking serieus vorm te geven. Als Rutte de Nederlandse Cameron wordt, dan zou het ons niets verbazen als over vier jaar veel afgehaakte actieve burgers heimelijk naar Balkenende verlangen.

Imrat Verhoeven is socioloog aan de Universiteit van Amsterdam. Marcel Ham is hoofdredacteur van TSS, Tijdschrift voor sociale vraagstukken. Onder hun redactie verschijnt op 15 december het boek ‘Brave burgers gezocht. De grenzen van een activerende overheid’ (uitgeverij Van Gennep), dat wordt aangeboden aan de Nationale Ombudsman Alex Brenninkmeijer.

Aanmelden voor de presentatie met debat: www.spui25.nl.

Dit artikel verschijnt vandaag ook in de Volkskrant. In Trouw van vandaag treft u een interview met Imrat Verhoeven.

Het boek 'Brave burgers gezocht' is verkrijgbaar in de boekhandel. (Prijs: 22,50 euro).