Verbied dat Thomashuizen en andere zorgaanbieders zich door pgb’s laten financieren

Kleinschalige woonvormen als de Thomashuizen en De Drie Noteboomen laten zich financieren door persoonsgebonden budgetten. Dat zou verboden moeten worden, want dat gaat ten koste van de reguliere zorg, betoogt hoogleraar Harrie Verbon.

Vijf jaar geleden schreven Harrie van Haaster en Mark Janssen op Sociale Vraagstukken het volgende over het persoonsgebonden budget (pgb): ‘Want de nu bekende uitkomsten van ons kwalitatieve onderzoek (…) zijn positief over het pgb. Het pgb maakt zelfregie mogelijk. Het pgb bevordert empowerment. Met het pgb organiseren budgethouders passende zorg, zorg die precies tegemoetkomt aan hun behoeften en omstandigheden. En dit alles draagt zeer bij aan de kwaliteit van hun bestaan.’

Een instrument voor aanbieders om hun zorgaanbod te financieren

In maart van dit jaar echter heeft de ambtelijke werkgroep ‘Beheersinstrumentarium Zorguitgaven’ (kortweg BZ vanaf nu) er voor gepleit om het persoonsgebonden budget (pgb) bij de financiering van kleinschalige zorg-woonvormen terug te dringen. Tegen dit advies kwam Loek Winter in het geweer. Hij is eigenaar van De Drie Noteboomen BV, een winstgevende (700.000 euro per jaar) franchiseorganisatie achter kleinschalige woonvormen voor verstandelijk gehandicapten (de Thomashuizen) en demente bejaarden (de Herbergiers). Winter schreef: ‘Het [pgb] biedt een zorgvrager de kans om expliciet te kiezen voor een bepaalde zorgaanbieder, en om aan te duiden en af te spreken wat je voor je geld wil en kan krijgen.’

Winter gebruikt dezelfde argumenten als Van Haaster en Janssen om het pgb te verdedigen: keuzevrijheid, passende zorg en macht voor de zorgdrager om de juiste zorg af te dwingen. Dit zijn dan ook de ‘klassieke’ argumenten ter rechtvaardiging van het pgb: geef de zorgvrager zelf het geld in handen om zorg in te kopen en de aanbieders worden door de prijswerking gedwongen te doen wat de vragers willen. Volgens de werkgroep BZ echter is het pgb meer en meer een instrument geworden voor aanbieders om hun zorgaanbod te kunnen financieren.

Zorgondernemers krijgen de pgb’s

De Drie Noteboomen wordt niet met name genoemd door BZ, maar als de formule van deze zorg-franchise bekeken wordt, is het evident dat De Drie Noteboomen het pgb gebruikt om zijn aanbod te financieren (en daar winst op te boeken), niet noodzakelijk om aan zorgvraag te voldoen. De Drie Noteboomen faciliteert dat zorgondernemers (vaak een echtpaar) een huis runnen met zorgbehoevenden. De zorgondernemers krijgen dan de pgb’s van de bewoners tot hun beschikking, eventueel aangevuld met andere inkomsten (zoals de wajong-uitkering bij de jong gehandicapten en de aow bij de ouderen).

De bewoners dienen voor hun ingebrachte pgb zorg terug te krijgen. De Drie Noteboomen verzekert de bezoeker van hun website dat dit inderdaad zo is, omdat de zorgondernemers zelfstandig zijn en dit ‘creëert een grotere toewijding en betrokkenheid, wat zich specifiek vertaalt in een persoonlijke aanpak en het bieden van zorg op maat’. Of de bewoners zorg op maat krijgen is niet na te gaan.

Een aanzienlijk bedrag voor ‘managementfees’

Wat wel is na te gaan is dat de zorgondernemers een aanzienlijk bedrag voor huur en ‘managementfees’ aan De Drie Noteboomen moeten afdragen. Zij moeten daarvoor de pgb’s aanwenden om de exploitatie van de woonvorm rond te krijgen, tenzij de bewoners aanzienlijke extra inkomens inbrengen. Als die extra inkomsten er niet zijn (en vaak zijn die er niet), dwingt de financiële constructie van de zorgfranchise de zorgondernemers er toe excessief veel van hun eigen tijd aan de zorg van hun cliënten te besteden, of de zorg ondermaats aan te bieden.

Loek Winter afficheert zijn zorgfranchise-concept als de oplossing van de problemen in de zorg voor demente bejaarden. In een brief aan de Tweede Kamer schrijft hij dat de Herbergiers garant staan voor een menswaardige behandeling van demente bejaarden, en ook nog eens goedkoper zijn dan de reguliere instellingen. Deze laatste bewering wordt door Winter niet onderbouwd, maar is, gezien het bovenstaande, misleidend. De Herbergiers, en vooral de Thomashuizen, kunnen alleen maar goedkoop zijn door een hoge wissel op de zorgondernemers te trekken.

Het gaat ten koste van de reguliere zorginstellingen

Volgens Winter zouden de reguliere zorginstellingen ‘institutioneel jaloers’ zijn op zijn succes. Dat is heel goed voorstelbaar, want zorgfranchise-organisatie De Drie Noteboomen is in feite een reguliere zorginstelling die op een oneigenlijke wijze wordt gefinancierd, namelijk door pgb’s in plaats van door overheidsbudgetten. Door deze constructie kan De Drie Noteboomen ongehinderd het overheidsbudget voor demente bejaarden oprekken, ten koste van de reguliere zorginstellingen. Laten we maar even met De Drie Noteboomen meerekenen. Er zijn 270.000 bejaarden in Nederland met dementie. Het kost deze organisatie naar eigen zeggen 72.000 euro per jaar om een demente bejaarde zorg en inwoning te bieden. Als alle demente bejaarden door De Drie Noteboomen worden opgevangen kost dat dus 19,4 miljard euro, grotendeels gefinancierd met pgb’s.

Momenteel zijn de collectieve uitgaven aan verpleeg- en verzorghuizen 8,4 miljard euro. De overheid wil dat dit bedrag naar beneden gaat. Demente bejaarden moeten langer in hun eigen woonomgeving verzorgd worden door hun eigen netwerk, dan wel door goedkopere hulp. Als uitvloeisel van dit programma heeft het huidige demissionaire kabinet bezuinigingen op de reguliere instellingen ingevoerd. De overheid kan echter niet op woonvormen als de Herbergiers bezuinigen, omdat die zich laten financieren door de pgb’s van de demente bejaarden zelf. De overheid heeft geen directe invloed op de toekenning van pgb’s.

Hoe hoger echter de uitgaven voor de Herbergiershuizen zijn (en die worden ieder jaar hoger), des te minder geld er overblijft voor de reguliere zorginstellingen. De bezuinigingen op die instellingen zullen dus moeten toenemen. Hun ‘institutionele jaloezie’ op De Drie Noteboomen is dus goed verklaarbaar.

De hamvraag is of de kwaliteit van de zorg die de Thomashuizen en de Herbergiers bieden inderdaad zo goed is als De Drie Noteboomen claimt. Als dat zo is, komt dat dan door de macht die de zorgvrager met zijn pgb kan uitoefenen, zoals Harrie van Haaster en Mark Janssen, vijf jaar geleden en Loek Winter recent, zo optimistisch beweerden?

Verbied dat Thomashuizen en Herbergiers zich door pgb’s laten financieren

De afgelopen tijd zijn in de media berichten verschenen over verwaarlozing van cliënten en/of zelfverrijking door de zorgondernemers in sommige van de huizen van De Drie Noteboomen. Het lijkt er dus op dat de zorgvragers door hun pgb minder invloed op de kwaliteit van de zorg hebben dan Van Haaster en Janssen veronderstelden. Met andere woorden, de Thomashuizen en de Herbergiers verschillen niet veel van de reguliere zorginstellingen: er zijn goede en minder goede (of slechte) huizen.

Er is dus ook geen reden de financiering van deze huizen te laten afwijken van de financiering van de reguliere instellingen. Het is daarom gewenst dat het te vormen kabinet het advies van de werkgroep BZ overneemt: verbied het dat franchise-organisaties in de zorg, zoals De Drie Noteboomen, de Thomashuizen en de Herbergiers, zich door pgb’s laten financieren.

Harrie Verbon is hoogleraar openbare financiën aan de Universiteit van Tilburg.

Foto: lafleur (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (5)

  1. Zorgondernemers KRIJGEN niet het PGB daar wordt juist warme zorg geboden; zorg zoals zorg behoort te zijn. Daaruit worden zorgmedewerkers betaald en uiteindelijk hoop ik dat de zorgondernemers zelf ook nog een boterham mogen eten. Zij staan 24/7 paraat, staan open voor de wensen van de zorgvragers en hun vertegenwoordigers en doen al het mogelijke dit te realiseren wat in 99 procent ze ook nog lukt. Ik heb ervaring met zorg voor mijn moeder in een Herbergier; een neef in een Thomashuis. Geweldige zorg. Nauwelijks overhead en administratie, fantastisch. Tijd een aandacht voor de mensen die er wonen. Betere zorg kan haast niet en dat zou ik iedereen in Nederland wensen. Wat mij betreft in stand houden dat pgb, eigen regie en keuzevrijheid.

  2. De overheid (WMO,)heeft wel degelijk invloed op wel of niet verstrekken van PGB.Laat me niet lachen .Niets is zo zo als het lijkt .

  3. Wat een tendentieus stukje broddelwerk is dit zeg. Appels met peren vergelijken en onbekendheden als argument gebruiken om een persoonlijke agenda door te duwen. Ik schrok toen ik zag dat er hoogleraar onder stond.

    Voor de liefhebber hier wat in de reguliere zorg gebeurt:

    Wie verdiende wat?
    De schuingedrukte bestuurders in het overzicht hieronder verdienden meer dan de norm. Het gaat om salarissen van 2014, over 2015 zijn nog geen cijfers beschikbaar.

    Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis (Tilburg, Waalwijk, Oisterwijk)
    Klasse J (maximaal 229.043 euro)

    Bestuursleden:
    – prof. Dr. H.J.J.M. Berden (lid raad van bestuur): 248.992 euro
    – drs. L.J.C.G.M. van der Veen (lid raad van bestuur): 223.784 euro
    – drs. M.B.P.M. Visser (lid raad van bestuur): 257.004 euro
    – drs. P.A.G. de Zwart (lid raad van bestuur): 230.918 euro
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    Elkerliek Ziekenhuis (Helmond, Deurne, Gemert)
    Klasse G (maximaal 188.660 euro)

    Bestuursleden:
    – mr. W.H. van de Walle-van Veen (lid raad van bestuur): 241.473 euro
    – drs. C.A. Wolse (lid raad van bestuur): 192.228 euro (tot 1 november)
    – W.J.H.M. de Bie (lid raad van bestuur): 72.000 euro (vanaf 1 oktober)
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    Catharina Ziekenhuis (Eindhoven)
    Klasse J (maximaal 229.043 euro)

    Bestuursleden:
    – dr. P.L. Batenburg (lid raad van bestuur): 324.000 euro
    – dr. ir. P.A.M. Boomkamp (lid raad van bestuur): 262.000 euro
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht. Ook twee medisch specialisten verdienen meer dan de norm.

    Máxima Medisch Centrum (Eindhoven, Veldhoven)
    Klasse I (maximaal 218.194 euro)

    Bestuursleden:
    – prof. dr. J.H. Zwaveling (voorzitter raad van bestuur): 250.055 euro
    – G.H.A.M. van Berlo (lid raad van bestuur): 223.535 euro
    – Drs. C.A.L.M. Lennards (lid raad van bestuur): 179.177 euro (vanaf 1 maart)
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht. Ook verschillende medisch specialisten en managers verdienen meer dan de norm.

    Jeroen Bosch Ziekenhuis (Den Bosch, Boxtel, Rosmalen, Zaltbommel)
    Klasse J (maximaal 229.043 euro)

    Bestuursleden:
    – prof. dr. W.J.M. Spaan (voorzitter raad van bestuur): 271.695 euro
    – mw. drs. B.J.M. Gallé (lid raad van bestuur): 205.858 euro (tot 1 november)
    – drs. P.M. Langenbach (lid raad van bestuur: 238.163 euro
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    Amphia Ziekenhuis (Breda, Oosterhout)
    Klasse J (maximaal 229.043 euro)

    Bestuursleden:
    – O. Suttorp (voorzitter raad van bestuur): 305.928
    – drs. E.A. Hoette (lid raad van bestuur): 291.033
    – dr. J.J. Meij (lid directiecomité): 207.967
    – mr. M.J.R. Groenewoud (lid directiecomité): 206.770
    – L. Vos (lid directiecomité): 195.279
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    Maasziekenhuis Pantein (Boxmeer)
    Klasse G (maximaal 188.660 euro)

    Bestuursleden:
    – T. Mennen (directeur): 145.353 euro.

    Maasziekenhuis Pantein is onderdeel van Stichting Pantein. Deze overkoepelende stichting (met ook o.a. thuiszorg) valt onder klasse I (218.194 euro) en wordt bestuurd door:
    – A.G.J.M. Hanselaar (voorzitter raad van bestuur): 217.882 euro (tot 1 december)
    – R.L.P. Verreussel (lid raad van bestuur): 215.042 euro
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    St. Anna Ziekenhuis (Eindhoven, Geldrop)
    Klasse H (maximaal 203.728 euro)

    Bestuursleden:
    – E.J. Rutters (voorzitter raad van bestuur): 254.276 euro
    – I.C.D.Y.M. Wolf-de Jonge (lid raad van bestuur): 239.784 euro
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht.

    Bernhoven (Uden, Oss)
    Klasse H (maximaal 203.728 euro)

    Bestuursleden:
    – P. Bennemeer (algemeen directeur/voorzitter raad van bestuur): 214.842 euro
    – G. van den Enden (financieel directeur): 66.303 euro (vanaf 1 augustus)
    – R. Koopman (medisch directeur): 126.331 euro
    – W. de Boer (medisch directeur): 104.550 euro
    – H. Wouters (directeur HRM): 133.064 euro
    – J.E. Slot (directeur ICT): 125.798 euro
    – A. van Gorkom (financieel directeur) 171.633 (tot 1 augustus)
    – J. van der Heide (algemeen directeur/voorzitter raad van bestuur): 79.250 (tot 1 februari)
    De te hoge salarissen vallen onder het overgangsrecht. Dat geldt niet voor A. van Gorkom, het ziekenhuis heeft het te veel betaalde salaris van haar teruggekregen.

    Bravis Ziekenhuis (Roosendaal, Bergen op Zoom)
    Klasse H (maximaal 203.728 euro)

    Bestuursleden:
    – J.M.L. Ensing (voorzitter raad van bestuur): 218.696 euro
    – D.J.C. Smalbraak (lid raad van bestuur): 198.881 euro
    – dr. drs. J.A.G.M. van den Brand (lid raad van bestuur): 211.006
    – J. van Vliet (lid raad van bestuur): 198.500 euro

  4. Met verwondering heb ik dit artikel gelezen. De “hoogleraar” geeft aan dat de PGB ten koste gaat van de reguliere instellingen. Klaarblijkelijk heeft deze man weinig kennis van het publieke regime in de zorgsector. Met behulp van een persoons gebonden budget kan de klant zorg inkopen bij een zorginstelling al dan niet in combinatie met wonen. Sinds de introductie van deze vorm van vraaggestuurde zorg is de diversiteit aan woonvormen voor kwetsbare ouderen en andere zorgvragers aanzienlijk gegroeid. Mensen hebben eindelijk wat te kiezen! Zowel in het goedkopere segment als in het duurdere segment. Uiteraard verdienen er ook ondernemers geld aan deze markt. Maar dit zijn mensen en bedrijven die ook heel veel risico nemen en heel veel moeten investeren. Voordat dit geld is terug verdiend zijn ze veelal heel wat jaren verder. En veel van deze ondernemingen redden het niet omdat ze worden tegengewerkt door de traditionele sector of omdat het ontbreekt aan middelen voor voldoende werkkapitaal. Overigens kost het De Staat aanzienlijk minder om noodzakelijke zorg te financieren dmv PGB als via zorg in natura. In die zin is het bijzonder dat niet het gehele stelsel uitgaat van vraaggestuurde financiering (lees PGB´s) ipv aanbodfinanciering. Ik mag hopen dat er op de universiteit van Tilburg ook serieus wetenschappelijk onderzoek wordt verricht naar de doelmatigheid en soberheid van openbare financiën en er niet enkel dit soort politiek getinte kletsverhaaltjes van de hand van hoogleraren komen.

  5. Geachte Tweede Kamer, toekomstig Kabinet en hoogleraar Verbon,

    Verbetering m.b.t. de pgb is noodzakelijk. De zorg met name voor demente ouderen is een melkkoe voor ondernemend Nederland geworden. De kleinschalige woon-zorgvormen schieten als paddestoelen uit de grond. Zal het niet erger worden gezien de vergrijzing?

    Franchise-organisaties in de zorg van De Drie Notenboomen , zijn niet alleen de Thomashuizen en de Herbergiers, maar ook ZorgButler en Thomas op Kamers die zich allen door pgb’s laten financieren. De Drie Notenboomen werd onlangs onder de loep genomen door Follow the Money, met verwijzing naar https://www.ftm.nl/artikelen/hoe-zorgondernemer-loek-winter-een-imperium-opbouwde-en-216-miljoen-staatssteun-lospeuterde?share=1 en https://www.ftm.nl/artikelen/zorgondernemer-loek-winter-cadeau-overheid-deel-2?share=1.

    Wat is de praktijk ervaring in een Herbergier?

    Contracteermacht van de pgb budgethouder is een fabel.
    Als vertegenwoordiger van de zorgvrager wens je dat de zorgvrager, je dierbare, kwaliteit van zijn/haar bestaan behoudt. Daarom zet je je als vertegenwoordiger in om een pgb voor de zorgvrager voor elkaar te krijgen. Immers het plaatsen in een reguliere verpleeghuis is minder omvangrijk. Met het pgb zou je passende zorg kunnen organiseren die tegemoet komt aan de behoeften van je dierbare. Daarom kies je als zorgvrager c.q. vertegenwoordiger voor de pgb. Maar wat speelt er in werkelijkheid af?

    De Herbergiers maken wel reclame over keuzevrijheid en zelfregie, maar in de praktijk is het hún visie die de zorg bepaalt. De nadruk ligt niet op keuzevrijheid voor bewoners en hun vertegenwoordigers en respect voor alle betrokkenen. De praktijk is heel wat anders dan De Drie Notenboomen onlangs in april aan de Tweede Kamer schreven. Het pgb biedt een zorgvrager/vertegenwoordiger slechts bij aanvang de kans om aan te duiden en af te spreken wat je voor je geld wil en kan krijgen. Echter eenmaal in het verpleeghuis wordt er op allerlei wijze gepoogd de zelfregie af te nemen.

    Het wordt nog erger wanneer het vijfjarig contract verlengd moet worden. Immers het is de doodsteek voor een demente oudere om te moeten verkassen. Een instelling zoals de Herbergier weet dat ook en heeft dus alle troeven in handen. Menig vertegenwoordiger heb ik billend knijpend de laatste maanden van het contract in zien gaan, bang dat het contract van haar dierbare dementerende oudere niet verlengd zou worden omdat er eerder kritiek was geuit. Waarom mogen instellingen zoals de Herbergier een contract opmaken voor bepaalde tijd? Hebben reguliere verpleeghuizen ook die keuze? Ik meen van niet.

    Als zorgvrager moet je blijvend strijden voor je keuzevrijheid van passende zorg, zelfbeschikkingsrecht en recht op wettelijke vertegenwoordiging, die bij aanvang was geregeld in een contract. De zorgdrager heeft geen macht, immers zijn dierbare zit in het verpleeghuis en hij is bang om deining te veroorzaken. Meeste wettelijke vertegenwoordigers durven hun mond niet open te doen, want als je het wel doet kom je in de problemen. De kwetsbare positie van de zorgvrager blijft aanwezig ook met een pgb. Als vertegenwoordiger moet je bereid zijn de vertegenwoordiging met grote inzet te willen doen om de zelfregie van je dierbare te beschermen.

    Ook in een Herbergier krijg je geen zorg op maat. Staatssecretaris Van Rijn wilde kijken waar het pgb mogelijk aangevuld kan worden door zorg in natura (ZIN). De Drie Notenboomen vindt dit geen goed plan: ‘De keuzevrijheid van onze bewoners wordt enorm beperkt. Van Rijn zou juist de drempel naar het pgb moeten verlagen, daar moet op worden ingezet’.

    Maar zelfregie in een Herbergier is een broodje aap. Zorgondernemers schrijven brieven waarin te lezen valt dat de zorg volgens de visie van de zorgondernemer wordt gedaan. Hier tegenin gaan en wijzen op de overeenkomsten is geen kleinigheid. Als vertegenwoordiger ben je immers continue van bewust dat de zorgvrager afhankelijk is van goede zorg. Als je als vertegenwoordiger opkomt voor de rechten van de zorgvrager kun je problemen krijgen. Je moet van goede huize zijn, wil je als vertegenwoordiger zulke problemen het hoofd bieden. Het is wederom een broodje aap dat je als budgethouder zomaar het laatste woord hebt en de eindbeslissing neemt, daar moet je voor durven knokken in een Herbergier. Desnoods met een advocaat voor de zorgvrager.

    Cliëntenraad
    Als zorgvrager wens je invloed te hebben op de zorg en kwaliteit. Het is een fabel dat zorgvragers zonder meer invloed hebben op de kwaliteit van de zorg. De overheid heeft gezegd dat ook de Herbergiers een cliëntenraad behoren op te zetten en te faciliteren. Geen enkele Herbergier heeft een cliëntenraad opgezet. Verschillende malen heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg bij haar onderzoek in verschillende Herbergiers aangegeven dat het schort aan medezeggenschap.

    Klantenonderzoek, een wettelijke tweejaarlijkse verplichting van verpleeghuizen, een farce.
    April 2017 schreef De Drie Notenboomen een brief aan de Tweede Kamer: ” Op de bres voor het PGB.” Daarin stond o.a. ‘Betere zorg zelfs, want uit onze kwaliteitstoetsen die worden uitgevoerd door ARGO (een onafhankelijk onderzoeksbureau gelieerd aan de Universiteit Groningen ) komt een klanttevredenheidscijfer naar voor dat dichter bij de negen ligt dan de negen bij de acht. We doen het dus beter en maken het leuker met minder geld. Hoe doen we dat?’

    Ja, hoe doen ze dat. Het onderzoeksbureau laat aan vertegenwoordigers schriftelijk weten dat het klantenonderzoek onafhankelijk en anoniem is. Het anonieme klantenonderzoek bestaat uit een schriftelijke enquête en een groepsgesprek.

    Bij aanvang van het groepsgesprek worden de vertegenwoordigers voor een fait accompli gesteld. De zorgondernemers van de Herbergier zijn aanwezig. Hoe zo anoniem?

    Ook zonder vooraf gemeld in het schrijven van het onderzoeksbureau wordt het groepsgesprek opgenomen. Hoe zo anoniem?

    Wanneer ik schijnbaar te kritische vragen stel over de anonimiteit en onafhankelijkheid van dit klantenonderzoek, wordt door een vertegenwoordiger opgemerkt: ‘ik dacht dat we een gezellige middag zouden hebben.’

    Na het groepsgesprek komen de zorgondernemers de zaal binnen, waar het opname apparaat nog op tafel ligt. Later bleek tevens dat de opdrachtgevers, de zorgondernemers, de vraagstellingen bepaalden over welke onderwerpen alleen gesproken zou worden tijdens het groepsgesprek. De onderwerpen van de vraagstelling was dan ook zeer oppervlakkig.

    Later werd ik door de zorgondernemer geconfronteerd over mijn aandeel aan het groepsgesprek. Ook bleek achteraf dat vertegenwoordigers, die kosteloos en vrijwillig mee hielpen aan dit kwaliteitsonderzoek, geen kopie van het verslag van het onderzoeksbureau zouden krijgen. De vertegenwoordigers worden dus slechts gebruikt om gegevens te verzamelen. En kunnen o.a. niet verifiëren welke verbeterpunten uitgekomen zijn van hun gegevens.

    ‘Wie betaalt, bepaalt’ blijkt dus ook weer waar te zijn met het gehouden klantenonderzoek onder de vertegenwoordigers. Het onderzoeksbureau mag de klantenonderzoek doen voor alle Thomashuizen en Herbergiers. Dat zijn in totaal 159 huizen. Dat is een tweejaarlijks groot vast inkomen voor het onderzoeksbureau. M.a.w. dit is een grote opdrachtgever die je niet voor het hoofd wil stoten. De opdrachtgever is rechtstreeks belanghebbende, gezien ook het feit dat De Drie Notenboomen in haar brief naar de Tweede Kamer hierna verwijst, de onafhankelijkheid van het onderzoeksbureau is betrekkelijk. Een onderzoeksbureau heeft zijn beroepseer, maar die is wel kneedbaar. Sommige onderzoekers zijn erg vriendelijk voor de opdrachtgever. Op dit moment schakelt de Herbergier als opdrachtgever niet alleen naar keuze het onderzoeksbureau in, maar mag ook bepalen welke vragen gesteld worden tijdens een groepsgesprek van een kwaliteitsonderzoek. Een klanttevredenheidscijfer die dichter bij de negen ligt is zodoende makkelijk gemaakt. Alle zeggenschap ligt bij de Herbergier. Indien een cliëntenraad aanwezig zou zijn, kan deze daadwerkelijk een onafhankelijke enquête/kwaliteitsonderzoek organiseren.

    Pgb
    Om de exploitatie van de woonvorm rond te krijgen wordt een creatieve boekhouding er op na gehouden. Zorg uren worden extra berekend om een hogere pgb te ontvangen voor het compenseren van een lagere huur.

    Niemand heeft ooit onderzocht hoeveel ouderen alleen met een AOW inkomen daadwerkelijk in een Herbergier zitten.

    Door zorgondernemers worden zelf gezegd dat door gebruik van een pgb de Herbergiers al geen aanvraag krijgen van alleen AOW inkomers, omdat de verkrijging van een pgb te moeilijk is voor deze groep. Met het werken met pgb’s krijg je hoger opgeleiden die hogere inkomsten met zich meebrengen.

    Personeel
    Er wordt veel gewerkt met flexcontracten. Het verloop van verzorgers is groot.

    Stagiaires worden in dienst genomen die zelfstandig bij problematische gevallen zorg moeten verlenen.

    Veel zomerhulp, stagiaires en vrijwilligers worden in dienst genomen om de kosten te beperken.

    De krenten uit de pap.
    Reguliere zorginstellingen voelen zich de klos met zulke instellingen als de Herbergier. Een Herbergier pikt de krenten uit de pap. Het pgb budget wordt berekend op basis van de klas waarvoor je een indicatie hebt gekregen. Voor klassen ZZP 5 en 6 ontvangt een verpleeghuis het zelfde tarief. De demente ouderen met de minste zorg komen als eersten in de Herbergier. Aanvragen voor een plek in een Herbergier die worden afgewezen vallen onder het mom ‘hij/zij past niet in de groep’. Reguliere zorginstellingen kunnen niet kiezen.

    Daarnaast kiest een Herbergier vooral voor oudere met flink wat vermogen. Kijk naar de geparkeerde auto’s op de parkeerplaatsen. Bij sommige Herbergiers heb je met een huur van een paar duizend nog geen kamer.

    Tot slot
    Iedere oudere die in een Herbergier zou wensen te willen wonen, zou dat ook behoren te kunnen doen. Zeker als deze betaald worden met een pgb die door de Nederlandse samenleving wordt mogelijk gemaakt. Op dit moment ligt die keuzevrijheid volledig bij de zorgondernemers van Herbergiers. Oudere met alleen een AOW inkomen krijgen nauwelijks tot geen kans om in een Herbergier te komen wonen.

    Het pgb is een dankbaar systeem indien je daadwerkelijk de regie zelf kunt behouden met passende zorg en behoeften en tevens respect is voor de rechten van de zorgvrager en zijn/haar vertegenwoordiger. Georganiseerde en vastgelegde medezeggenschap is dan ook een noodzaak. Medezeggenschap zal er ook voor kunnen zorgen dat vertegenwoordigers in contact met elkaar kunnen komen. En niet zoals nu, dat een ieder op een eigen eilandje zit en zich te kwetsbaar voelt.

    Vertegenwoordigers van de zorgvrager behoren hun verantwoordelijkheid ook te nemen t.a.v. de verkregen pgb. Daar echter schort het een en ander aan door onder ander voornoemde problemen. De meeste vertegenwoordigers denken ‘wij zijn binnen met het pgb, na mij de zonnevloed. Het probleem van verkeerd gebruik van het pgb, een niet onafhankelijk kwaliteitsonderzoek, zullen mijn tijd wel duren.’

    De kwaliteit van de zorg die de Herbergier biedt is niet zo als door De Drie Notenboomen wordt geadverteerd. Het omhulsel, het gebouw, de kamers, de woonkamers, de openkeuken verblindt de zorgvrager bij de eerste bezoeken. Je kan een prachtig gekleurde glimmende appel hebben, maar als er wormen inzitten die de appel van binnen bijna heeft leeggegeten, smaakt de appel toch niet lekker.

    De Drie Notenboomen: geen zin in ZIN 3-3-16
    https://www.zorgvisie.nl/kwaliteit/nieuws/2016/3/de-drie-notenboomen-geen-zin-in-zin-/
    De Drie Notenboomen: ‘Pgb is fantastische uitvinding’ 26-4-17
    https://www.zorgvisie.nl/financien/nieuws/2017/4/de-drie-notenboomen-pgb-is-fantastische-uitvinding-/

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *