Waarom kunnen verslaafden elkaar niet helpen?

Zouden alle cliënten die bij de verslavingszorg aankloppen gevraagd moeten worden of ze voor een andere cliënt als peersupporter in de benen willen komen? Veel verslaafden zouden ermee geholpen zijn, stelt Gert Schout.

De vraag naar peer support tussen verslaafden kwam naar voren kwam op een studiemiddag met medewerkers van Verslavingszorg Noord Nederland (VNN). Met dit team zijn meerdere studiemiddagen gehouden over het nut en de noodzaak van het betrekken van primaire groepen (waarbinnen de leden persoonlijke en duurzame relaties onderhouden) bij de zorg voor mensen met langdurige verslavingsproblemen.

Veel van deze cliënten gaan alleen nog met hulpverleners om of met andere verslaafden die ze bij voorzieningen als de methadonpost aantreffen. In één van deze studiemiddagen bracht een hulpverlener het volgende voorbeeld naar voren:

‘Het is koud en regenachtig weer. Verslaafde x belt op dat hij niet kan komen naar de methadonpost omdat hij zich niet lekker voelt. Terwijl het buiten regent stapt de hulpverlener op de fiets om de methadon bij hem thuis te brengen. Dit blijkt vaker voor te komen en ook andere hulpverleners herkennen het voorbeeld. Op mijn vraag waarom niet iemand uit zijn sociale netwerk het voor hem op kan halen [het thema van de bijeenkomst] volgt een plausibele verklaring; je mag niet zomaar methadon meegeven aan derden.’

Grenzeloosheid cliënten maakt hulpverleners grenzeloos

Allerlei factoren dragen eraan bij dat de grenzeloosheid van cliënten de grenzeloosheid van professionele hulpverleners aanwakkert. Afstemmen op cliënten maakt dat er een neiging is om in het gedrag mee te gaan. Een accepterende houding maakt dat je contact kan maken, maar heeft als schaduwkant dat je als hulpverlener grenzeloos kunt worden.

Willen zorgen, aardig gevonden willen worden, belangrijk willen zijn voor iemand – dat speelt allemaal een rol in de grenzeloosheid van hulpverleners. Maar de angst om te maken te krijgen met klachtencommissies speelt ook mee. Iemand begrenzen of iemand ergens mee confronteren kan leiden tot klachten en werkt het mijden van risico’s in de hand.

Denken in stoornissen drukt cliënten in passieve rol

Ook het denken in stoornissen en ziekten draagt eraan bij dat hulpverleners gaan zorgen en behandelen en daarmee onbedoeld cliënten in een passieve rol drukken. ‘De markt’ tenslotte maakt dat de groei van omzet grenzeloosheid in de hand werkt (u vraagt, wij draaien).

Verslaafden veranderen niet voor hulpverlener, wel voor hun moeder

Het continueren of herstellen van een verslaving is een fenomeen dat zich bij uitstek afspeelt in sociale relaties; de omgeving tolereert het, gedoogt het, begrenst het soms, maar meestal nemen ze afstand van de verslaafde in de hoop dat deze ooit loskomt van zijn of haar verslaving.

Veel verslaafden willen niet voor hulpverleners veranderen maar wel voor hun moeder of iemand anders uit de primaire groep, met wie in de regel het contact is verwaterd. Het herstellen of terugkrijgen van verloren gegane contacten kan dus een bron van motivatie zijn om de verslaving achter zich te laten en een bron van steun zijn om het vol te houden.

Voortzetting van een verslaving is een dagelijkse keuze

In de kranten speelde een discussie tussen Bram Bakker en Harald Merckelbach die precies de kern raakt waar dit team mee worstelt: de etikettering van ziekte leert de verslaafde dat hij aan een ziekte lijdt en dat hij een ‘behandeling’ moet ondergaan. In navolging van Theodore Dalrymple[1] en hij op zijn beurt in navolging van de Amerikaanse verslavingsdeskundige Gene Heyman[2] laat Merckelbach zien dat de voortzetting van een verslaving een dagelijkse keuze.

Stoppen is mogelijk, velen doen dat ook. Door verslaving als ziekte te zien staan sociale netwerken min of meer buiten spel en op zijn minst op enige afstand, hun rol in het accepteren of het begrenzen van verslaving staat of valt bij de individuele hulpverlener die hier belang aan hecht.

Vraag verslaafden als peersupporter

Desondanks experimenteert dit team met de vraag waar dit artikel mee aanvangt: cliënten die bij de verslavingszorg aankloppen vragen of ze voor een andere cliënt als peersupporter in de benen zouden willen komen.

Deze peer supporters kunnen onderdeel worden van de primaire groep van verslaafden, mensen met wie ze duurzame en persoonlijk betrekkingen onderhouden, mensen voor wie ze willen veranderen, die elkaar steunen in een leven zonder verslaving.

Veel verslaafden zouden ermee geholpen zijn, veel ex-verslaafden die als peer-supporter in actief worden zouden zich van waarde voelen door iemand te helpen die nog niet zo ver is als hij of zij, en tenslotte kunnen peer-supporters werk uit handen nemen van professionals.

Het werkelijk doorzetten van dit soort intenties is slechts kansrijk in een omgeving die het dominante discours van ziekte en markt tussen haakjes zet.

Gert Schout is senior onderzoeker bij de afdeling Metamedica van het VUmc. 

Noten:

[1] Dalrymple, T. (2015). Admirable evasions: How psychology undermines morality. New York: Encounter Books.

[2] Heyman G.M. (2009). Addiction: A disorder of choice. Cambridge, MA: Harvard University Press.

 

Foto: Greta Schölderle Møller, Unsplash