Wonen zonder gas: geen gemakkelijk gesprek

Dossier

Leven met minder CO2

Wonen zonder gas gaat over meer dan geld en technologie. Het heeft ook te maken met het thuisgevoel van mensen, met gevoelsmatige verbinding en samen een weg vinden in onzekerheden rondom duurzaamheid. Het gesprek over overstappen naar andere energie moet daarom beginnen in het eigen leven van mensen, betoogt Kirsten Notten.

Een groot aantal gemeenten heeft zich in een manifest ten doel gesteld hun wijken gasvrij te maken. Nu is nog zo’n twintig procent van de CO2 uitstoot in Nederland afkomstig van de cv-ketel voor verwarming en het gasfornuis om te koken. Om de klimaatdoelen te halen en veel minder fossiele brandstoffen te gebruiken, is het nodig om gasloos te gaan wonen. Die overgang heeft twee obstakels waar een goed sociaal proces bij kan helpen.

Gevoelsmatige verbinding is nodig om te kunnen luisteren

Allereerst wordt vaak vergeten dat de transitie naar wonen zonder gas ingrijpt op het dagelijks leven van mensen. In het voorjaar van 2016 luisterde ik voor het ministerie van Binnenlandse Zaken (BZK) tijdens de energiedialoog naar verhalen van burgers over gasloos wonen en het verduurzamen van hun huis.

Uit deze verhalen kwam naar voren dat mensen zich koesteren aan de warmte van de centrale verwarming, gehecht zijn aan een vlam onder de pan en genieten van een warme douche. Energie bleek niet alleen over financieel rendement of techniek te gaan, maar ook over thuis. De eerste weerstand tegen wonen zonder gas ligt dan ook op het niveau van betekenis en het thuisgevoel.

Ze willen een vlam onder de pan

Zo is koken op gas voor een aantal mensen verbonden met hun identiteit, levensstijl, ambachtelijkheid. Ze willen een vlam onder de pan. ‘Daar wil ik niet op koken’, is de reactie van een Surinaamse oma als ze de inductiekookplaat ziet die voor een ‘Van de kook’ sessie is geïnstalleerd in de huiskamer van Anand Joti, een woongroep voor senioren met een Hindoestaanse achtergrond. De aanwezigen associëren elektrisch koken met lang wachten en moeilijk te regelen temperatuur. De inductiekookplaat reageert echter razendsnel. De kokkin van Anand Joti kijkt eerst sceptisch, maar neemt al snel de pan over. ‘Laat mij dat maar doen.’ De Surinaamse oma is de autoriteit op keukengebied en blijft wel kritisch. Ze mist de gasvlam, ‘maar’, zegt ze, ‘het kan wel’.

Om mensen te laten nadenken over alternatieve systemen is het nodig om samen nieuwe betekenis te geven aan het gevoel van thuis. We hoorden van een energiecollectief over opa- en omapanelen: zonnepanelen die gefinancierd worden door de grootouders en waarvan de financiële winst (en de klimaatwinst!) naar het kleinkind gaat. Zo verbinden ze duurzame energie met het thuisgevoel. Ze zijn een manier om mensen te helpen nieuwe technologie te accepteren. Eerst moeten zij zich gevoelsmatig kunnen verbinden met alternatieve warmtetechnologie, pas daarna gaan ze informatie en advies inwinnen.

Onzekerheden belemmeren investeren in gasloos wonen

Als mensen op basis van informatie vervolgens een concreet besluit willen nemen om te investeren in gasloos wonen, blijkt er een tweede obstakel te zijn: de vele onzekerheden. Het gaat om grote investeringen die mensen mogelijk niet terugverdienen. Warmtetechnologie, zoals warmtepompen of aardwarmte, zijn niet uitontwikkeld. Zonnepanelen worden nog steeds goedkoper en beter. Het is onduidelijk of salderen, dat wil zeggen het terug kunnen leveren van de zonne-energie die je niet zelf gebruikt, blijft bestaan. Deze onzekerheden belemmeren burgers om concreet te investeren in gasloos wonen.

De energiesector zegt vaak dat mensen meedoen als het financieel voordelig is en zet daarom in op aantrekkelijke proposities en goedkopere technische innovaties. Bewoners vertellen echter dat besluitvorming veel meer te maken heeft met het sociale proces waarin het plaatsvindt.

 In een zeer diverse volkswijk in Enschede, Horstlanden-Veltkamp, wilde de wijkraad gezamenlijk zonnepanelen aanschaffen. Op verschillende bijeenkomsten konden de wijkbewoners van alles vragen over techniek, prijs, het afval en het onderhoud. Zij twijfelden openlijk of het niet beter was om te wachten omdat de panelen nog voordeliger zouden worden. De voorzitter was in staat om gesprekken goed te begeleiden en begreep de twijfel, toch wist hij de bewoners over te halen de overstap te maken:  ‘… nu ligt er een kans om te handelen. Anders doe je misschien nooit iets.’

Uiteindelijk koos men massaal voor de aanschaf van zonnepanelen. De wijkbewoners vonden aldus samen hun weg om met de onzekerheden rond verduurzaming om te gaan.

Duurzaamheid kan sociale samenhang versterken

Uit de verhalen bleek dat mensen best bereid waren de consequenties van de klimaatdoelen te aanvaarden en mee te werken aan de overstap naar wonen zonder aardgas. Ook mensen die anders nooit over dit soort onderwerpen spreken. Dat wil niet zeggen dat dit gemakkelijke gesprekken waren of dat dit een soepele overgang gaat worden. In het leven van mensen speelt veel meer dan de klimaatproblemen. Niet gehoord worden, ziekte, zorgen over zorg, angsten over migratie en bestaansonzekerheid, zijn veel nadrukkelijker aanwezig.

Het verminderen van de CO2 uitstoot door gas in huis uit te faseren, dat is langzaam stoppen met de levering ervan, raakt mensen in het hart van hun dagelijks leven. Dat is niet alleen lastig, het biedt ook kansen. Het sociale proces dat nodig is, geeft meteen meer samenhorigheid en contact. In Horstlanden-Veltkamp praten de buurtbewoners nu met elkaar over wie er zonnepanelen op zijn dak heeft of over hoe ze op een krukje voor de meterkast zitten om te kijken hoe de meter terugloopt. Duurzaamheid is zo dus ook een kans om de sociale samenhang te versterken.

Mensen kunnen met elkaar nieuwe betekenis geven aan duurzame warmte en elkaar inspireren stappen naar gasloos te zetten. Om concrete besluiten te nemen over investeringen in gasloos wonen, helpt het om met elkaar onzekerheden te bespreken. Het is daarom nodig het gesprek over gasloos wonen te beginnen in het eigen leven van mensen. Het sociale proces is bij het halen van klimaatdoelen doorslaggevend.

Kirsten Notten is filosoof en verhalenverteller. Zij werkt met haar eigen bedrijf Waterschrijver als storyteller en strateeg in de publieke sector. Dit artikel is gebaseerd op haar rapport  ‘Van de kook. Verhalen voor een gas(t)vrije wijk’, 2016. 

Foto: Marcel Oosterwijk (Flickr Creative Commons)

Reacties op dit artikel (2)

  1. ‘Het gaat om grote investeringen die mensen mogelijk niet terugverdienen.’
    Het verminderen van de CO2 uitstoot gaat ons teveel kosten.
    Naast de alsmaar stijgende milieutoeslagen op gas en stroom ook nog belangeloos investeren?
    ‘Het sociale proces is bij het halen van klimaatdoelen doorslaggevend.’ meent de filosoof en verhalenverteller, vooral het laatste lijkt hier aan de orde.
    Dat gaat ‘em dus niet worden voorspel ik de filosoof, zeker niet vrijwillig.

  2. Aanvullende opmerkingen van en over mijzelf:

    1) Ik juich in beginsel warmte-netwerken toe. Voor mij zijn die in de echter praktijk verbonden met verhalen (van media en personen) over tekortschietende betrouwbaarheid en over hogere kosten dan bij individuele afrekening van gas.
    Wellicht laat die betrouwbaarheid zich vergroten door een voorbeeld te nemen aan de ring-structuur van ons electriciteitsnet.
    Evanals bij electriciteit kan bij warmte sprake zijn van afname en levering. En met name in flats kunnen bewoners van tussenwoningen zowel baat als last hebben van warmte “van” de buren. Begrijpelijke en rechtvaardige afrekening lijkt mij het draagvlak voor warmte-netwerken te kunnen vergroten.

    2) Toevallig ben ik zelf twee maanden geleden overgestapt van koken /op/ gas naar koken /in/ electrische apparaten.
    Ik heb jeugdherinneringen aan koken /op/ een electrisch fornuis (geen inductie), en herken die associatie met “langzaam”, in zowel warm worden als in reageren op schakelaars.
    Mensen met een combi-magnetron en een koffie-apparaat hebben alvast een stuk ervaring met die andere vormen van electrisch koken. Sommige vormen gaan snel (electrische snelkookpan, roerbakken), andere juist heel traag (sous vide). Ze hebben hun eigen toepassingsgebieden.
    Ik heb een verzameling van dergelijke apparaten aangeschaft, evenals een vracht spulletjes en ook e-books, en ben nu op ontdekkingsreis. Ik kan niet wachten om morgen dat andere te bereiden. Zoals ik het aanpak is het niet voor iedereen geschikt, naar wensen en draagkracht. Maar laat bij het gas-loos maken van ons stukje wereld de betrokkenen weten, dat ze binnen electrisch koken een rijke keus hebben, met inductieplaten als slechts één mogelijkheid uit vele.

    3) Die e-books over koken zijn vooral in het Engels. Aan recepten in het Nederlands geen gebrek, aan een overzicht van die technieken volgens mij wel.

    4) Ik veronderstel, dat nieuwe woningen minstens voorbereid worden op aansluiting op een warmtenet. Ik weet niet, of bij nieuwbouw of renovatie ook al rekening wordt gehouden met de vermogens die electrische keukenapparaten kunnen opnemen, en met het aantal stopcontacten dat in een keuken aanwezig zou moeten zijn om verlengsnoeren en verdeelstekkers te vermijden. Ik heb apparaten die ik niet tegelijk in bedrijf moet hebben (voor verschillende delen van mijn menu) om brandgevaar of doorslaan van een stop te voorkomen. Ik zou daarover niet moeten hoeven nadenken.
    Voor het electrische fornuis van mijn jeugd moest een driefasenleiding door de hoogte van het flatgebouw worden getrokken, en er kwam een afzonderlijke meterkast voor. Zo zou het ook kunnen, maar mijn huidige apparaten vragen slechts een eenfase-stopcontact met randaarde. Misschien is het dan beter om binnen woningen een of twee extra zekering-groepen voir de keuken te maken, en de bekabeling van de meterkast naar de straat iets zwaarder uit te voeren.
    Maar dan zijn we bij technische vraagstukken, ter beantwoording van de sociale…

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *