Zes suggesties voor grotere toegankelijkheid van het Nederlandse rechtsbestel

De gesubsidieerde rechtshulp heeft lange tijd prima gefunctioneerd, maar het is niet effectief genoeg meer. Om toegankelijker te worden, moet het rechtsbestel zelf op de kop. Maar hoe kan dat geleidelijk gebeuren, zonder revolutionaire ingrepen, die de rechtsbescherming in gevaar brengen?

Een veelgehoorde klacht over de rechtspleging in het algemeen is dat de regels te ingewikkeld zijn en niet langer aansluiten op beslechting van problemen. Wat het recht ook parten speelt, is de ondoorzichtigheid van de markt. Wanneer je juridische hulp nodig hebt, is het bepaald geen sinecure de juiste persoon in te huren. Kwaliteit noch specialisatie zijn voor de klant makkelijk in te schatten. Verder is de toernooivorm die de grondslag vormt van ons procesrecht - eis tegenover verweer, standpunt tegenover standpunt, argument tegenover argument - kostbaar en vaak niet de meest succesvolle vorm om een conflict of misstand op te lossen.

Tegenover de imperfecties van het systeem staan tal van mogelijkheden tot vernieuwing

De hoge prijs en de onvoldoende standaardisatie van de juridische dienstverlening dragen al evenmin bij aan de toegankelijkheid en effectiviteit van het rechtssysteem. Een systeem dat bij elke vraag over zijn functioneren steevast in een kramp schiet waardoor het niet in staat is om alternatieven aan te dragen.

Moeten we daarom vrezen voor de toekomst van de rechtspleging in Nederland? Nee, want tegenover de imperfecties van het systeem staat een veelheid aan mogelijkheden om de eerder geschetste problemen aan te pakken. Nieuwe technologie, betere kennis over conflictbeslechting, slachtofferschap en leedverwerking, een groeiend dienstbesef bij de professionals en een steeds zelfredzamer publiek bieden tal van kansen voor innovatie.

Om die kansen ten volle te benutten, doen wij de volgende suggesties:

1. Een expliciet beleden moraliteit van juridisch vakmanschap ten dienste van de samenleving

De opleiding van juridische beroepsbeoefenaren moet voor een deel gewijd zijn aan de ethische waarden die bij de uitoefening en organisatie van het vak horen. Dit geldt ook voor hun permanente bijscholing. Kern hierbij moet steeds zijn: ’Wat was ook weer de bedoeling, wordt mijn cliënt hiermee echt geholpen?’ De uitoefening van het juridische beroep gaat gepaard met fundamentele dilemma’s, bijvoorbeeld over de botsing van de eigen belangen en die van de cliënt. De maatschappelijke meerwaarde van de juridische beroepsuitoefening is erbij gebaat als de professionals met enige regelmaat expliciet op deze dilemma’s reflecteren. Zo ontstaat meer evenwicht tussen de technisch-juridische, dienstverlenende, maatschappelijke en intermenselijke belangen en wordt de afstand tussen de juridische en de geleefde wereld verkleind.

2. Een IKEA-test om de regels praktischer maken

Als het erop aankomt, kun je het dan zelf? Deze vraag wordt wel de IKEA-test genoemd naar de eenvoud van de zelfbouwmeubels en bijbehorende handleidingen van het Zweedse woonwarenhuis. Nieuwe regelgeving waar veel burgers mee te maken krijgen, zou aan de IKEA-test moeten voldoen, ofwel zo duidelijk moeten worden dat mensen er zelf, zonder hulp van een jurist, gebruik van kunnen maken er naar kunnen handelen. Bijkomend voordeel is dat de druk op de rechtbanken navenant kan verminderen.

3. Prikkels om oplossingen te stimuleren in plaats van procedures

Dat klinkt eenvoudiger dan het in praktijk vaak is. Toch moeten er stappen gezet worden bijvoorbeeld om rechters verantwoordelijk maken voor een zo goed mogelijke oplossing van het conflict als geheel en niet alleen voor de voorliggende claim. Of door sociaal raadslieden te bekleden met doorzettingsmacht, waarbij de rechter toeziet op rechtsbescherming en onpartijdigheid. Voorts zouden de vergoedingen voor gesubsidieerde rechtsbijstand kunnen worden vervangen door maximumvergoedingen. Dit kan per uur maar ook per zaaktype. Om effectief te zijn zou hieraan een tariefafhankelijke eigen bijdrage moeten worden gekoppeld. Aldus wordt zowel aan advocaten als aan cliënten en andere betrokkenen een prikkel gegeven om oplossingsgericht te werk te gaan.

Ten slotte kan bij verplichte procesvertegenwoordiging een (vrijwillige) bijdrage worden gevraagd voor een op te richten pro deo fonds. Dit voorstel beoogt stap voor stap een ander kostenbewustzijn te initiëren: er zijn genoeg partijen die goede oplossingen willen bieden, maar de wind van de betaling waait consequent een andere kant op. Het voorbeeld van de almaar voortslepende woekerpolisaffaire illustreert dit fenomeen: zonder dat van enige afzonderlijke procedure gezegd kan worden dat die overbodig zou zijn, krijgt het geheel een volstrekt eigen dynamiek en blijven oplossingen uit.

4. De introductie van een breed en algemeen toepasbaar right to challenge

Rechtbanken, rechtsbijstandverzekeraars of vernieuwende ICT-en-recht-bedrijven zouden de kans moeten hebben om de bestaande procedures ter discussie te stellen. Het right to challenge opent de deur voor een verscheidenheid aan kleine en grotere innovaties die vanuit andere kennisgebieden het juridische terrein structureel zouden kunnen verbeteren. Het zet een proces van evolutie in gang: stap voor stap helderder, toepasbaarder en praktischer, zonder revolutionaire stelselwijzigingen.

Veel beroepsbeoefenaren lijken angstig voor een krimpende markt, terwijl de maatschappelijke behoefte aan werkzame juridische dienstverlening nota bene groeit. Buurtbemiddeling, mediation, herstelrecht en online conflictbeslechting lenen zich stuk voor stuk voor exploratie door ondernemende private partijen. De overheid zou deze ontwikkeling kunnen bevorderen om zo meer ruimte te creëren voor vernieuwing en verbetering. Hierbij is het steeds van belang dat een rechter kan toetsen of geschilbeslechters onpartijdig zijn en niet de belangen van de hulpzoekenden schaden.

5. ‘Maatschappelijke Doelen’ voor een betere werking van ons rechtssysteem

Een brede gezaghebbende werkgroep benoemt de acht meest urgente maatschappelijke problemen op het gebied van de werking van het recht. De werkgroep agendeert het oplossen van deze problemen over een periode van de komende tien jaar en benoemt tevens indicatoren om de voortgang te kunnen bijhouden en beschikt over middelen om jaarlijks voortgang te meten en rapporteren.

Naar analogie van de werking van de Millennium Goals van de Verenigde Naties zal dit voorstel allerlei partijen verleiden om zich op de oplossing van de genoemde problemen te richten. De kunst wordt om maatschappelijke problemen die met de werking van het recht te maken hebben, precies te benoemen. Bijvoorbeeld: kinderen mogen niet meer de dupe zijn van een echtscheiding. Of: massaschadezaken moeten binnen een jaar tot een structurele oplossing komen.

De werkgroep moet breed worden samengesteld , niet alleen juristen moeten er deel van uitmaken. Er is een Canadees voorbeeld: reaching equal justice: an invitation to envision and act.

6. Een systeem van publieke recensies om het rechtssysteem transparanter te maken

Waar cliënten slechts zelden een juridische dienstverlener hoeven te kiezen, ontstaat geen ervaring. Om een systeem van publieke recensies voor juridische dienstverleners te creëren en bestaande spelers op dit terrein te ondersteunen zou het ministerie van Veiligheid en Justitie een challenge kunnen uitschrijven, en de beste kandidaat belonen met een startkapitaal. Meer spelers en meer dynamiek op de markt kunnen alleen gekanaliseerd worden als de kwaliteit van het gebodene voortdurend beoordeeld wordt. Publieke klantrecensies zijn hiervoor onmisbaar – de kunst is om dat mechanisme te versterken en aan te vullen met bijvoorbeeld elementen van peer review.

Onze suggesties zijn de vrucht van twee brainstormbijeenkomsten in mei 2015 bij HIIL Innovating Justice in Den Haag. Het zijn geen heroïsche interventies in de zin dat ze alles in één keer ten goede keren, maar ze verleggen de aandacht en sturen zo de koers van het systeem geleidelijk bij. En zullen de werking van het recht per saldo versterken. Ook zullen ze naar verwachting de gang naar de rechter verminderen, en daarmee het beroep op de gesubsidieerde rechtsbijstand.

Krijn van Beek is voorzitter van de redactie van sociale vraagstukken,  strategiemoderator en bestuurder en initiatiefnemer van onder andere de Policy Design Studio. Maurits Barendrecht directeur van het HiiL Innovating Justice. Beiden zijn initiatiefnemers van dit voorstel.
Ondertekenaars:
Alex Brenninkmeijer, Barbara Baarsma, Casper Schouten, Emile de Wijs, Erna Kortlang, Evert van der Molen, Frans van Dijk, Hans Hofhuis, Jaap Winter, Jan Maarten Slagter, Jan Moerland, Jos Sewalt, Leendert Verheij, Martijn Snoep, Mechteld van den Oord, Michiel Scheltema, Nora van Oostrom-Streep, Onno van Veldhuizen, Pablo van Klinken, Pauline van der Meer Mohr, Sadik Harchaoui, Sam Muller.

Foto: Rumble Press (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1387 keer bekeken.

Reageer

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *