Korte lontjes en kwetsbare ego’s

In de hedendaagse marktsamenleving gaan burgers er van uit dat ze steeds snel worden geholpen en dat iedereen voor ze klaarstaat. Als aan die verwachtingen niet wordt voldaan, beginnen ze te steigeren. Bas van Stokkom analyseert in onderstaand fragment uit zijn boek: ‘Wat een hufter!’ waarom dat gebeurt.

Allereerst beschrijf ik de toegenomen ergernis over onfatsoenlijk gedrag. Van dergelijk gedrag kan namelijk een alarmerend signaal uitgaan met grote gevolgen. Wanneer anderen met hun gedrag niet voldoen aan de verwachtingen kan dit angst en ongenoegen veroorzaken en het bevestigt de indruk van gebrekkig maatschappelijk toezicht. Dit kan een demoraliserende werking hebben op het publiek. Zo kunnen vele kleine incidentjes rond dronken mensen of hangjongeren uitgroeien tot een groot probleem.

Verwensingen
Beledigen, schelden en bedreigen intimideert mensen door het vertoon van kracht. Veel taalwetenschappers hebben vastgesteld dat schelden de laatste decennia heftiger is geworden: steeds meer wordt de overtreffende trap van verwensingen opgezocht. Uit onderzoek blijkt dat er vaak geen enkele aanleiding is voor verbaal geweld. Een verzoek of een corrigerende opmerking kan bij sommigen al de vlam in de pan doen slaan. Ruwe opmerkingen, een scheldpartij, negatieve gebaren of andere vormen van ‘alledaags kwaad’ kunnen de voorloper zijn van openlijk en heftig agressief gedrag.

Naast verbaal geweld wordt ook klagend en eisend gedrag vaak als ergerniswekkend ervaren. Klagende burgers vertonen vaak claimgedrag: ze menen bepaalde diensten of producten dwingend te kunnen opeisen. Het gaat dikwijls om ontevreden en ongeduldige klanten die op stel en sprong bediend willen worden of op irritante wijze vasthouden aan hun wensen. Sommige cliënten of patiënten hebben irrationele verwachtingen van wat een zorgverlener of een arts kan bieden, verwachtingen die door het politieke bedrijf in menig opzicht zijn versterkt. Veel burgers geloven dat zij een speciale behandeling verdienen. Om die reden roept hun gedrag veel weerstand op, van gekwetste gevoelens tot agressie. Niettemin, omdat professionals en baliemedewerkers de lieve vrede willen bewaren, worden onredelijke claims lang niet altijd bestreden.

Veranderend gezag
Hoe is nu de toename van ruw en onbeschoft gedrag over langere termijn te verklaren? Het zou onjuist zijn te concluderen dat het gezag geheel en al op de terugtocht is. Juister is het dat gezag andere vormen heeft aangenomen.
In de eerste plaats lijken formele gezagsvormen te worden ingewisseld voor argumentatieve en persoonlijke gezagsvormen. Moderne gezagsdragers werpen zich niet meer op als vertegenwoordigers van de overheid, maar ontwikkelen ook persoonlijke vormen van overtuigen en aansporen. Door overtuigende argumenten en een integere houding moet de instemming van de burger worden gewonnen.
In de tweede plaats vindt gezagstoekenning niet meer blindelings plaats. Coöperatie wordt door de burger beschouwd als een beloning voor de politieman of -vrouw. Voor andere professionals, zoals artsen en docenten, lijkt hetzelfde op te gaan: ze moeten aantonen dat ze competent zijn en op redelijke wijze uitleggen wat ze willen. Gezag moet zich aldus steeds opnieuw waarmaken en kan dus ook door bijvoorbeeld lomp gedrag of een aarzelende houding worden verspeeld.
Een derde reden dat moderne burgers kritischer kijken naar het optreden van professionals heeft te maken met hun sterke oriëntatie op eerlijkheid en procedurele correctheid. Er wordt een strikt gelijke behandeling verlangd. Waargenomen oneerlijkheid (‘waarom hij wel en ik niet?’) schept aldus een groot conflictpotentieel.

Afwijzing
Dit alles heeft de nodige implicaties. Als de medewerking van burgers steeds opnieuw moet worden ‘gewonnen’, wordt het verwerven van gezag een moeizaam proces. In veel opzichten zijn gezagsdragers onmachtiger en onzekerder geworden en hebben zij eerder moeite een eind te maken aan ergerlijk gedrag. Zij deinzen ervoor terug paternalistisch op te treden en vrezen weerstand en afwijzing van burgers.

Vele tendensen hebben de sociale drempels aangetast die agressief gedrag kunnen afremmen.  Het christelijke geloof vormde lange tijd een drempel die verhinderde dat men vormen van woede, gekrenktheid of agressie gemakkelijk de vrije loop liet. Maar die drempel is veel lager in een cultuur die zelfbepaling en zelf kiezen als de hoogste waarden beschouwt. Dat betekent dat degenen die om de een of andere reden tot agressief gedrag neigen, veelal ongestoord hun gang kunnen gaan.

 Naast de problematiek van het ‘tanend gezag’ zijn ook de sociale omgangsvormen ruwer geworden. De laatste decennia heeft zich een doorgeslagen assertieve levensstijl ontwikkeld; burgers gaan eerder op hun strepen staan en willen hun eigen wensen gehonoreerd zien. De keerzijde van die levenshouding is dat diezelfde burgers zich eerder gekwetst voelen. Als zij niet het respect ontvangen waarop zij recht menen te hebben, schakelen ze gemakkelijk over op een grote mond, een dreigende houding of het gebruik van geweld. De socioloog Gabriël van den Brink interpreteert dit  als een narcistische woede, dat wil zeggen een onvermogen om eigen tekorten te erkennen en de neiging ergernis op anderen af te reageren. Van den Brink brengt dat in verband met de problematiek van een ‘kwetsbare hoge eigendunk’: personen die een groot ego combineren met een onzekere status zijn het agressiefst. De negatieve zelfwaardering, de hulpeloosheid, het gevoel vernederd te zijn of verlaten te worden, al die schaamtegeladen gevoelens leiden regelmatig tot explosieve, ongecontroleerde vormen van woede.

 Slachtoffer
Uit Amerikaans onderzoek blijkt dat excessief zelfgecentreerde mensen snel agressief worden wanneer ze worden bekritiseerd, uitgedaagd of bedreigd. Narcistische mensen ontwikkelen ook een verhoogde gevoeligheid voor de reacties van andere mensen. Ze voelen zich in het alledaagse leven eerder een slachtoffer en zien onschuldige vormen van onfatsoenlijk gedrag (geen ‘dank u’ zeggen bijvoorbeeld) eerder als expliciete overtredingen. Narcistische personen verwachten veel respect en voelen zich bijna permanent teleurgesteld en gekleineerd.

 Veel sociale drempels die agressief gedrag kunnen dempen (sociale controle; geloof) zijn aangetast, terwijl het gezag van professionals minder uitgesproken vormen heeft gekregen. Veel mensen hebben het gevoel dat ze worden lastiggevallen wanneer ze op straat worden aangesproken, en nemen de toevlucht tot de assertieve imponeertaal van ‘afbekken’ en ‘afzeiken’. In feite is dit gedrag een poging om de eigen status hoog te houden. Door een toegenomen gevoeligheid zijn we ons agressiever gaan gedragen. Dit ‘ben ik te min?’-gevoel lijkt ons hele psychische huishouden te domineren en initieert voortdurend morele krachtmetingen waarin wordt gestreden om respect en waardigheid.

Bas van Stokkom is socioloog en filosoof. Hij is verbonden aan het Centrum voor Ethiek van de Radboud Universiteit Nijmegen. In september verscheen van hem het boek: 'Wat een hufter! - Ergernis, lichtgeraaktheid en maatschappelijke verruwing' (ISBN: 9789085069041) bij Uitgeverij Boom.