Participatiesamenleving: de opkomst en neergang van een begrip

De Koning was in september 2013 nog niet uitgesproken of de participatiesamenleving werd enthousiast omarmd. Het enthousiasme duurde nog geen jaar. Toen duidelijk werd dat het verrekte ingewikkeld was om met minder geld meer mensen te helpen, boette het begrip razendsnel aan populariteit in. Wat rest, is de herinnering.

In 2013 kondigde de Koning de participatiesamenleving af.  We kennen de quote al, maar toch even voor de volledigheid: ‘Het is onmiskenbaar dat mensen in onze huidige netwerk- en informatiesamenleving mondiger en zelfstandiger zijn dan vroeger. Gecombineerd met de noodzaak om het tekort van de overheid terug te dringen, leidt dit ertoe dat de klassieke verzorgingsstaat langzaam maar zeker verandert in een participatiesamenleving. Van iedereen die dat kan, wordt gevraagd verantwoordelijkheid te nemen voor zijn of haar eigen leven en omgeving.’ (Troonrede, 17 september 2013). De Koninklijke toespraak leidde tot veel enthousiasme en interessante discussies. Nieuw, fris, meer samenleving voor minder geld, wie wil dat niet?

Hoe Nederlanders soms van het pad raken

Ik heb toen meteen al een kleine poging gedaan om orde te scheppen, door in een artikel voor Socialisme en Democratie te analyseren hoe het begrip ‘participatiesamenleving’ al sinds de  vroege jaren ’70 een dankbaar vehikel is voor ideologische verlangens van links tot rechts. Er kon wel eens sprake zijn van een veenbrand, was de teneur van mijn betoog: soms laait het idee op, en dan trekt het zich weer terug. Daar trok natuurlijk niemand zich wat van aan. Intussen hebben de collega’s allang netjes geanalyseerd dat de invoering van die participatiesamenleving bepaald ongelukkig verlopen is. Er gaat van alles en nog wat goed in de lokale zorg, maar de mensen om wie de verzorgingsstaat echt gaat zijn de pineut.

Wat kan ik daar nog aan toevoegen?  Voor een lezing eind vorig jaar voor de Belgische welzijnskoepel Socius leek het me zinnig te laten zien hoe het enthousiasme voor die participatiesamenleving kwam en ging. Het leek me toch wel een opgave om in korte tijd aan Vlamingen uit te leggen hoe Nederlanders soms behoorlijk van het pad kunnen raken. Op zoek naar een heldere illustratie turfde ik hoe de term langs kwam in parlementaire stukken, dus wanneer en hoe vaak volksvertegenwoordigers zich bogen over dit alternatief voor de verzorgingsstaat. Daar kwam tamelijk voorspelbaar uit dat het enthousiasme kwam en ging – toen bleek dat het verrekte ingewikkeld was om met minder middelen meer mensen te helpen.

Participatiesamenleving was feit, geen doel

Maar er kwam ook uit dat het breekpunt vrij letterlijk samenviel met een uitspraak van minister-president Mark Rutte in de Tweede Kamer op 2 juli 2014: ‘de participatiesamenleving was helemaal geen doel’, hoe kwamen we daar nu bij? Deze was een feit en de regering probeerde er ondanks alle moeilijkheden het beste van te maken. Die door de Koning uitgesproken zin dat ‘van iedereen die dat kan verantwoordelijkheid wordt gevraagd’, daar schaatste het parlement toen ook maar een beetje overheen. Rutte waste zijn handen in onschuld. (Mattheus 27:24)  En de politiek ging over tot de orde van de dag, beschroomd als ze was dat het zover was gekomen.

Wie wel eens kranten leest, heeft vast gehoord van de ‘Olifantengrafiek’, waarmee de econoom Branco MIlanovic de verdeling van de welvaartsgroei van de afgelopen decennia illustreert: groei voor de armen en de hele rijken, maar niet voor de middengroepen. Een buitengewoon heldere illustratie van een ingewikkeld fenomeen, dat helpt het populisme verklaren.

Zonder het gezag van Milanovic te willen claimen, kan de samenvatting van de discussie over de participatiesamenleving daarmee prima verklaard worden via de Pilatus-piek van de participatiesamenleving: een explosie van gepalaver meteen nadat de Koning er namens de regering over sprak en een razendsnelle implosie nadat Rutte zijn handen er vanaf had getrokken.

‘De Pilatus-piek van de participatie-samenleving.’
Inzet van de ‘participatiesamenleving’ in parlementair debat en parlementaire tekst, gemeten tussen 2009 en 2019.

Mark Rutte, 04-07-2014: ‘Participatiesamenleving was nooit een einddoel’

Dit verhaal doet weinig voor alledaagse problematiek. Oftewel, wie met de resultaten van het beleid moet werken, is er niet mee geholpen. Maar wie probeert de boel te reconstrueren misschien wel, zodat we in de toekomst betere fouten maken.

Menno Hurenkamp is publicist en als politicoloog verbonden aan de Universiteit voor Humanistiek en de Universiteit van Amsterdam.

 

Foto: European Patent Office European Inventor Award (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 5007 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Dag Menno, Ben het wel met je eens dat de participatiesamenleving een flinke kat(er) in de zak is geworden. In het kort is het eigenlijk: het rijk gaat minder doen, de gemeenten en burgers mogen het zelf doen. Daarvoor stoppen we te weinig geld in het Gemeentefonds en krijgen de burgers al helemaal niks om hun ouders, buren etc. te ondersteunen. Het zou al flink anders er uit kunnen zien als de rijksbelastingen met 10% omlaag zouden gaan, zodat burgers geld overhouden om die prachtige participatie mee te kunnen financieren. Maar dit is nog meer taboe dan het kwartje van Kok.

  2. Het klinkt misschien vreemd uit de mond van een sociaal werker als ik zeg dat welzijnsorganisaties, gemeenten etc. v eel meer zouden kunnem doen om er voor te zorgen dat iedere burger zijjn eigen broek ophoud zonder gebruik te hoeven maken van dure welzijn of zorg. De eigen voorkeur of loopbaan is veelal van groter belang dan het maatschappelijk belang.

  3. We kunnen er een heel ingewikkeld verhaal van maken maar dat is onnodig. Het is relatief simpel;
    De overheid trekt zich terug, neemt steeds minder verantwoording terwijl de burger meer en meer belastingdruk krijgt.
    De overheid, de bestuurders hebben geen eenduidige visie en kunnen geen keuzes maken. Ofwel, er zijn teveel politieke idealen waarvan men zelden er een aantal schrapt. Immers een euro kun je maar 1 keer uitgeven. Toch zijn er erg veel politieke hobby’s die kost wat kost uitvoering moeten krijgen. Eigenlijk is er voor een bepaalde welvaart standaard zoals die er ooit was en waar het naar toe zou gaan eenvoudigweg niet voldoende geld beschikbaar waardoor veel erodeert.
    Doordat we vaak met coalities zitten, en een Rutte politiek waarbij ook steun soms uit oppositie komt krijgen vele politieke ideeën een kans. Echter altijd als compromis waardoor meestal de resultaten uitblijven maar de kosten wel ruim worden gemaakt want overheid, ambtenaren en te dure procedures.
    Daarbij komt vooral dat multinationals en erg rijken vaak geen of erg weinig belasting betalen optimaal gebruik makend van rulings mbt fiscaliteit en optimaal dit tbv belastingontwijking inzetten. Het enorme gat in inkomsten wat daardoor ontstaat moeten de gewone burger opvangen ofwel opbrengen.

    Het ergste is nog dat politici alles willen. Je kunt niet in het bijna dichtbevolkte land ter wereld waarvan deel over een 200, 300 jaar wellicht toch blank komt te staan, de Noordzee en Doggersbank verdwenen ook in 15-10.000 jaar, als maar meer mensen binnenhaalt waarvoor feitelijk geen plek is.
    Niet in de vorm van woningen, er is een nijpend tekort.
    Niet in de vorm van voldoende ruimte tbv vervuiling, uitstoot dat elke mens extra meebrengt.
    Niet in de vorm van voldoende geld in overvloed om al deze mensen een woning, inkomen, zorg, scholing, etc. te geven zonder dat deze extra lasten op de werkende burgers vallen.
    En vaak niet als ruimte omdat velen al teveel nadelen ervaren van de grote migratie die voor velen te3veel verandering, aanpassing vergt.

    Waarom juist nu dit issue aangehaald? Ten eerste omdat de werkelijke cumulatieve kosten de 60 miljard per jaar overstijgen. Zie onderzoek hoogleraar, Dr. Jan van de Beek mbt kosten migratie door oa asielopvang en het hele vervolg daarop.

    Voorbeeld over het prioriteiten stellen ofwel het scheiden van nut & noodzaak tov nice to have’s.
    Terwijl er overal veel geld te kort is. Neem jeugdzorg, toen er 2 schilderijen van Rembrandt werden ontdekt in Parijs, Marten & Oopjen, was het geen enkel probleem voor Pechtold om de regering, zijn collega in de politiek die over minister was van OCW over te halen die 160 miljoen op tafel te leggen. Dat ;later de Fransen eisten ook eigenaar te willen blijven, 50/50 te willen doen doet er niet aan af.
    Punt is dat wanneer politici iets willen is er altijd geld. De grote Windmolen parken, hup 19 miljard maar dan ben je er niet want oom ze 15 jaar operationeel te houden komt er nog eens 15 miljard bij.
    Mariniers als cadeau van Hans Hillen aan partijgenoot Carla Peijs naar Vlissingen verhuizen omdat het kan ook al kost dat bakken met geld, hoppa. Er worden de meest prestigieuze gebouwen en werken uit de grond gestampt zodat bestuurders, ministers een landmark achterlaten. Wijze ingenieurs en architecten zeggen nu dat er teveel goede bouwwerken worden gesloopt ofwel geld wordt vernietigd om maar aan deze dure nieuwbouw honger te voldoen. Vele mooie gebouwen verdwenen uit steden en dorpen geheel onnodig vaak.
    Vele subsidies waarvan absoluut niet helder is wat het oplevert opgebracht via staatsfondsen direct of indirect dan spreken we over veelvoud aan miljarden.

    Punt is er moet gewoon gekozen worden. Wat willen we echt met ons land en dat
    moet men een aantal andere zaken schrappen vooral de nice to have zaken. In een land wat groene ruimte wil houden, maar eigenlijk niet wil bouwen terwijl veel mensen 15 jaar wachten op een woning en vaak die niet eens kunnen betalen, waar we teveel uitstoot hebben moet men iedereen zoals het inde wet staat mbt opvang vluchtelingen, moeten alles statushouders terug zodra het veilig is. Dat is het principe van opvang die in feite tijdelijk is zoals omschreven staat. Gebeurt niet en illegalen mogen, krijgen van alles terwijl ze enorme koste meebrengen wat we zien bij We are Here en de lieden die zolang in Ter Apel en elders zitten.
    We moeten terug naar maximaal 16 en later 15 mm inwoners. Eventueel tijdelijk ivm vergrijzing tijdelijke hulp, zorgkrachten etc. uit Zuid Europa die graag na jaren zelf terug willen. En zorgen dat we ruimte hebben voor opvang echte asielzoekers die naar 5 (einde statushouderschap) of desnoods maximaal 10 jaar terug moeten. Eigen land heropbouwen wat nu vaak in die landen een probleem is. Men krijgt hier opleiding die van pas kan komen.
    In ieder geval zoals eerder aangegeven en de berekeningen na onderzoek van Dr Jan van de Beek kloppen werkelijk, Daar is al erg snel een besparing van ruim 30 miljard per jaar te vinden wat betekent dat we dan nog meer als 30 miljard eraan uitgeven.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *