SCP-rapport: wetenschappelijk verantwoord, maar nauwelijks relevant voor de praktijk

Volgens het SCP en de Volkskrant is de aanpak van de Vogelaarwijken mislukt. Docent Jeroen Gradener vroeg zich af: hoe leg ik dat mijn studenten uit? Gelukkig zijn die weerbaarder tegenover effectonderzoek dan je mag vrezen.

‘Planbureau: Aanpak Vogelaarwijken mislukt’, aldus de kop van de Volkskrant van 30 juli. En ook al doet dit dagblad in onze kringen nogal eens opgeld als leesvoer voor linkse spijtoptanten, toen die krantenkop ter sprake kwam tijdens het eindgesprek met een bijna afgestudeerde student Culturele en Maatschappelijke Vorming (CMV) bleek bij haar dat nieuwsbericht in eerste instantie toch wel hard aan te zijn gekomen. Niet fijn om op de drempel van haar professionele loopbaan, alvast een soort brevet van onvermogen mee te krijgen. Auteur van dat twijfelachtige brevet: het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP), door ons, opleiders, bij studenten regelmatig aangeprezen als een ‘gezaghebbende bron’.

Reden genoeg dus om te zien hoe deze student de bevindingen van het SCP inschatte. Zeker ook omdat uitgerekend zij voor haar afstudeerproject haar praktijkervaring als student heeft verdiept met een literatuuronderzoek naar de impact van culturele interventies op de zelfredzaamheid van bewoners in de Kolenkitbuurt. Een van de conclusies van haar onderzoek luidt: ook al is zelfredzaamheid een complex begrip om mee te werken, culturele co-creatie (samen met bewoners aan een cultureel evenement werken, jg) blijkt niettemin een krachtig instrument voor professionals om buurtbewoners te activeren.

‘Werk aan de wijk’ is verplichte kost voor studenten

Hoe kan dat eigenlijk, twee verschillende bronnen met elkaar tegensprekende conclusies over de werkzaamheid van leefbaarheidsprojecten: de ene bron (het literatuuronderzoek van de student) geeft indicaties dat het loont om te investeren in bewoners, de andere bron (SCP) verklaart de wijkaanpak failliet? Hoe leg ik het mijn studenten uit wanneer over twee weken de colleges weer beginnen? Kan ik het wegzetten als het zoveelste signaal dat de sociale professie echt nodig de zeilen bij moet zetten om beslissers het belang van hun werk te laten zien? Of is er iets anders aan de hand?

Ik downloadde daarom na het gesprek met de bijna-afgestudeerde allereerst ‘Werk aan de wijk’ van het SCP - in ieder geval een titel die hooggespannen verwachtingen wekte. Het vraagstuk van effectiviteit van leefbaarheidsinterventies is voor eindfasestudenten van de CMV-opleiding namelijk ook noodzakelijke ‘food for thought’. Zo was bijvoorbeeld het eerder dit jaar uitgebrachte ‘Schoon, heel en veilig’ (bron) van Vasco Lub (2013) een echte wake-up call tijdens mijn colleges praktijkontwikkeling. Vooral zijn bevinding dat de effectiviteit van sociale interventies in buurten mogelijk vooral van symbolisch aard zijn, stuitte bij studenten op onbegrip.

Hoe vager en breder de doelen, des te kleiner de risico’s

‘Symbolisch?’ riep er een, ‘Is het resultaat dat een groep moeders van niet-Nederlandse afkomst nu in Bos en Lommer als vrijwilliger koffie- en discussieochtenden organiseert ‘symbolisch’? Het is vaak de eerste keer dat ze actief zijn en zichtbaar worden in de wijk.’ ‘De onderzoeker bedoelt vast dat ze niet doen wat de bedoeling was van het beleid’, reageerde een ander.’ ‘Maar zaken als leefbaarheid en veiligheid: het zijn ook wel erg brede doelstellingen die de overheid formuleert,’ klonk het daarop, ‘daar kunnen we als professionals alle kanten mee uit?’

Ik leg studenten dan uit dat beleidmakers doelgroepen definiëren op basis van aggregaatcriteria zoals leeftijd, afkomst en opleidingsniveau, waarna zij er vervolgens probleemcategorieën als overlast en onveiligheid aan koppelen. De oplossing van die problemen krijgt in de beleidsarena daarna vorm in brede, abstracte en multi-interpretabele doelstellingen. Hoe vager en breder, des te groter het potentiële draagvlak en des te kleiner de politieke risico’s voor bestuurders als bepaalde doelen niet gehaald worden. Evaluatieonderzoek, zoals dat van het SCP in ‘Werk aan de Wijk’ (2013), hanteert daarbij ook nog eens grotendeels dezelfde categorieën en informeert de politiek verantwoordelijken over de onderzoeksresultaten. En zo lijkt de cirkel rond.

Professionals en burgers werken niet met aggregaatcategorieën

Maar wat als het werk van leefbaarheidsprofessionals er nu juist uit bestaat om die cirkel te doorbreken? Zij opereren in principe al niet binnen die aggregaatcategorieën. Zij zijn daarentegen bezig met overbruggen: jong en oud, nieuwkomers en gewortelden, meer en minder geletterden, actieven en niet-actieven. Hoe win je het vertrouwen van de wantrouwigen, hoe raak je de ‘juiste snaar’ bij de stille burgers, hoe haal je die misschien wel over om mee te doen aan laagdrempelige activiteiten? Hoe doorbreek je de zelfgenoegzaamheid van bewoners die zich al generaties lang het slachtoffer voelen van ‘Den Haag’? Want als dat lukt, ontstaat er misschien wel weer wat bereidheid bij mensen iets te betekenen voor lotgenoten en buren.

Daarbij hebben ook burgers relatief weinig boodschap aan al die geaggregeerd gewenste effecten waar het SCP naar op zoek is – zoals verschuiving in de woningvoorraad, en afname van gerapporteerde overlast. Dat maakt ze ook maar ten dele relevant voor onze leefbaarheidsprofessionals-in-opleiding. Hun werk ligt namelijk in het concrete, alledaagse – in het kleine effect. Daar heb je geen quasi-experiment voor nodig. Of zoals een deeltijdstudent – een jongerenwerker - vanochtend in een college opmerkte naar aanleiding van het SCP-rapport: ‘Sluit maar eens een jongerencentrum. Er ontstaan onmiddellijk groepen jongeren op straat die in de ogen van omwonenden overlast veroorzaken. Dan komt de politiek wel weer met geld om het centrum open te gooien’.

Afgestudeerde is niet weerloos tegenover onderzoek

Zo weerloos hoef je dus niet te zijn tegen de batterij van onderzoeksdata en gesofisticeerde analysetechnieken van het SCP. De eerder genoemde afstudeerder toont zich dan ook robuuster dan ik eerder had ingeschat. Want ook al had de krantenkop uit de Volkskrant haar eerst wel even uit het veld geslagen, ze heeft goed gezien dat het werk in de Kolenkit wel degelijk zinvol is. ‘Als professional ben ik bezig om mensen heel concreet te motiveren, om iets te doen met hun verlangens en vermogens. Ik geef ze een zetje: “Kom op, je kunt het wel”. Je ziet ze dan soms ineens opbloeien.’

Zij weet, als beginnend professional in onze ogen genoeg om af te studeren. Het niet vooraf al aannemen dat je wel weet hoe het werkt, is soms wel de beste garantie voor succes. De Volkskrantkop en het SCP-rapport krijgen zo de plek die ze verdienen: als achtergrondruis.

Jeroen Gradener is docent culturele en maatschappelijke vorming en onderzoeker aan de Hogeschool van Amsterdam.

Bronnen:

Permentier, M., Kullberg, J & Nooije, van, L (2013). Werk aan de wijk. Een quasi-experimentele evaluatie van het Krachtwijkenbeleid. Rijswijk: Sociaal Cultureel Planbureau.

Huisman, C (2013). Planbureau: Aanpak Vogelaarwijken mislukt. De Volkskrant, 30 juli 2013 via http://www.volkskrant.nl/vk/nl/2664/Nieuws/article/detail/3483782/2013/07/30/Planbureau-aanpak-Vogelaarwijken-mislukt.dhtml

Boer, N. de & Duyvendak, J.W. (2007). Welzijn en Welzijnswerk. In: Duyvendak, J.W. & Otto, M. (Red.). Sociale Kaart van Nederland. Over Maatschappelijke Instituties. Amsterdam: Boom Onderwijs,

Lub, V. (2013). Schoon, heel en werkzaam? Sociale interventies op het terrein van leefbaarheid wetenschappelijk beoordeeld. Boom-Lemma.

Dit artikel is 1132 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Fijn dat studenten niet gelijk gedemotiveerd raken. We hebben goede professionals hard nodig.
    Maar de argumenten in je artikel zouden nog aan kracht moeten winnen. Als professional heb je wel degelijk meer zicht nodig op wat je wel kunt bereiken en waarmaken. Wat werkt en wat niet? Dat bepalen is lastig genoeg in het sociale domein. Heb je dat zelf niet scherp, dan heeft het weinig zin om anderen te verwijten te vage doelstellingen te stellen. Beleid en professionals houden elkaar in een dodelijke omhelzing. Beleid: het onmogelijke bestellen (met relatief weinig geld in korte tijd sociale vraagstukken oplossen) en professionals: zeggen dat je dat kunt waarmaken (en zo’n opdracht zonder commentaar accepteren). Beide zijn zo ongeloofwaardig bezig en dat wordt bij elk ‘ongeluk’ blootgelegd.

  2. Beste Bert,
    Dank voor je reactie en terechte aanscherping. Uiteraard ben ik het met je eens dat studenten en professionals een stevig en gefundeerd besef èn verhaal nodig hebben over zowel wat ze wel tot stand kunnen brengen en wat niet. Dat vraagt om geīnformeerdheid, kritisch zelfbesef en de bereidheid het gesprek met beleid en politiek aan te gaan. Hier is zeker nog een wereld te winnen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *