Sociaal werk rendeert, maar dat inzicht verdient wel aanscherping

Professionals in het sociale domein vinden dat hun werk bijdraagt aan een betere kwaliteit van leven. Maar het valt nog niet mee om de toegevoegde waarde economisch in beeld te brengen. Dit jaar is een poging ondernomen, en wat blijkt: sociaal werk rendeert, schrijven de onderzoekers.

Al voor de instelling van de avondklok zagen jongerenwerkers de bui hangen[1]. Met (preventief) sociaal werk kun je namelijk een deel van de maatschappelijke onrust in coronatijd dempen, zo is hun verwachting. Het was ook rond deze tijd dat we ons onderzoek afrondden naar de kosten en baten van sociaal werk in Nederland[2]. Want ondanks dat de meeste professionals het er wel over eens zijn, is nog steeds onvoldoende duidelijk wat de werkzame kernelementen in het sociaal werk zijn en (vooral) of sociaal werk vanuit economisch oogpunt van toegevoegde waarde is.

Om hier een antwoord op te geven zijn we op zoek gegaan naar goed onderbouwde meta- en kosteneffectiviteitsstudies in het sociaal werk, die samen een kosten- en batenanalyse mogelijk maken. Ook is gesproken met sociaal werkorganisaties en gemeenten. Aan de hand van een typologie zijn in totaal 32 geselecteerde aanpakken ingedeeld.

Hierbij zijn we uitgegaan van twee assen: curatieve versus meer preventieve aanpakken en activiteiten gericht op het tegengaan van enkelvoudige versus meervoudige problemen van hulpvragers. Dit blijven natuurlijk ideaaltypen, want hét sociaal werk bestaat niet. Of het nu gaat om buurtwerk, vrijwillige inzet of opvoedondersteuning: veel partijen willen uiteindelijk zoveel mogelijk verschil maken en laten zich daarom moeilijk inpassen in ‘harde’ schema’s.

De zakelijke kant van sociaal werk: batenfactor van 1,6

De onderzochte aanpakken bevestigen een aantal inzichten uit de literatuur. Sociaal werk heeft een positief effect op welzijn en gezondheid van mensen. Direct en indirect draagt dit bij aan vermindering van zorggebruik, een gezonder en productiever arbeidsaanbod en een betere kwaliteit van leven.

Een voorbeeld is de aanpak ‘sociaal makelen’ in de gemeente Haarlemmermeer, waarbij ‘sociaal makelaars’ het contact in de wijk aanwakkeren en op zoek gaan naar praktische oplossingen voor concrete hulpvragen. Hiermee wordt zwaardere en dus duurdere zorg voorkomen. Hoewel het kleine aantal beschikbare studies te weinig aanleiding geeft om te komen tot een precieze inschatting van het economisch rendement, is wel duidelijk dat sociaal werk maatschappelijk gezien rendeert. Kijkend naar de minimumvariant van de beschikbare businesscases ligt dit (bruto) rendement op ongeveer 1,6, dat wil zeggen dat de baten een factor 1,6 hoger liggen dan de kosten.

Kijkend naar de onderliggende werkwijzen die dit rendement mogelijk maken, zien we vaak generieke factoren in de uitvoering. Denk dan bijvoorbeeld aan factoren en activiteiten als ‘inlevingsvermogen’, ‘flexibiliteit’ en ‘het aanbieden van laagdrempelige sociale activiteiten’. Er simpelweg ‘zijn voor anderen’ is een andere factor die meerdere keren terugkomt in interventies en verwijst naar de presentiebenadering van Andries Baart (2004)[3]. Dit type werkwijzen maakt het tegelijkertijd moeilijk om factoren aan te wijzen die zich lenen voor opschaling. En als er al werkzame kernelementen zijn aan te wijzen, dan is het de specifieke hulpvraag en ‘vertaling’ van de sociaal werker die uiteindelijk leiden tot resultaat (Van Engelen et al., 2017)[4].

Randvoorwaarden voor opschaling van sociaal werk

Dat het sociaal werk rendeert is een belangrijke conclusie. In een tijd waarin de gemeentebegrotingen in coronatijd onder druk staan (en dus ook het bredere welzijnswerk), lijkt dit geen moment om te bezuinigen op sociaal werk. Dit inzicht verdient echter wel aanscherping.

Er zijn namelijk nog steeds te weinig goed onderbouwde kosteneffectiviteitsstudies beschikbaar, waarbij niet zelden gebruik wordt gemaakt van subjectieve kengetallen, een klein aantal interviews of interpretaties van experts en belanghebbenden. Effect-evaluatieonderzoek waarbij mensen gedurende een langere tijd worden gevolgd met aandacht voor een controlegroep en zogenaamde verdelingseffecten tussen typen incasseerders zijn bijzonder schaars. Om sociaal werk te optimaliseren moeten we hier in de toekomst meer aandacht voor hebben.

Een andere aanbeveling is dat het sociaal werk, nog beter dan nu, haar werkwijzen en kernelementen expliciteert. Nu bouwt het sociaal werk nog te vaak op generieke werkwijzen en benaderingen. Door nog scherper na te denken over de werkzame kernelementen en randvoorwaarden waaruit een succesvolle interventie is opgebouwd, wordt toegewerkt naar een nog bredere kennisbasis van wat er precies werkt en economisch rendeert in het sociaal werk.

Fabian Dekker, Kees Zandvliet en Elisa de Vleeschouwer zijn werkzaam bij SEOR, een onderzoeksinstituut verbonden aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

 

Noten:

[1] Zie https://www.sociaalwerknederland.nl/thema/een-sterke-sociale-basis-in-wijken-en-buurten/nieuws/9795-1-5-week-avondklok-jongerenwerk-en-lobby-in-het-land

[2] Zie https://www.sociaalwerk-werkt.nl/nieuws/sociaal-werk-rendeert

[3] Baart, A. (2004). Een theorie van de presentie. Amsterdam: Boom.

[4] Engelen, M. van. Ham, M. & Rensen, P. (2017). Bezielende interventies. Amsterdam: Van Gennep.

 

Foto: Raul Lieberwirth (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 3687 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Mooi onderzoek! Een bevestiging dat preventie loont! In de regio Helmond hebben we soortgelijk veldonderzoek gedaan met Good2Consult. En de uitkomst hiervan was dat er zelf sprake was van een factor 2,4 rendement ten opzichte van het in sociaal werk geinvesteerde budget. Deze meting verliep langs verschillende werksoorten.

  2. “Hoewel het kleine aantal beschikbare studies te weinig aanleiding geeft om te komen tot een precieze inschatting van het economisch rendement, is wel duidelijk dat sociaal werk maatschappelijk gezien rendeert”

    Dit artikel maakt dit logischerwijs helemaal niet duidelijk. Effectiviteit en rendement zijn in het welzijnswerk bijzonder moeilijk te bepalen. De neoliberale wensdroom om al het economisch nut in getallen te vangen is dan ook de verkeerde richting om het nut van sociaal werk te rechtvaardigen.

  3. De onderzoekswereld die al ruim 20 jaar de impact van zorg en welzijn tracht te traceren, is door de auteurs op de stand van zaken van zo’n vijftien jaar geleden stilgezet. Dat inmiddels alom bekend is dat dergelijke neoliberale cijferexercities zo zacht als boter zijn en juist de sociale/ecologische/culturele impact + het verhaal dat op basis van die exercities is te vertellen de hardheid van de cijfers doet onderbouwen, is de auteurs helaas ontgaan, Erg jammer dat er niet eerst op de stuf is gestudeerd, alvorens nog een keer met 1,6 op de proppen te komen als neoliberaal simulacrum.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *