Activisten bevorderen juist racisme

De rol van anti-Pietdemonstranten bij het aanjagen van polarisatie is tot nu toe onderbelicht gebleven, schrijft Hans Siebers.

De Sint is weer met zijn stoomboot terug naar Spanje. Hij heeft de jaarlijkse ophef over racisme vanwege zijn knecht weer achter zich gelaten. Die ophef is dit jaar alleen maar verder gepolariseerd. De anti-Pietdemonstranten lijken het slachtoffer. Hun rol bij het aanjagen van polarisatie is tot nu toe echter onderbelicht gebleven, vooral het feit dat hun rol gevoed wordt door een school van academisch werk.

Een discussie over racisme kan niet los worden gezien van de historische context. De naoorlogse publieke opinie in dit land kenmerkt zich door een sterk antiracisme, gesymboliseerd door onder andere het dagboek van Anne Frank, de dodenherdenking en de herdenking van de februari-staking.

Het ‘nooit-meer-Auschwitz’ adagium heeft onze rechtspraak gewapend om effectief tegen racisme op te treden en is een centraal thema in de naoorlogse literatuur. Decennialang werd het niet getolereerd als je het waagde om mensen met raciale termen te benoemen. Dan was je ‘fout’ en was je publieke rol uitgespeeld. Racisme werd onlosmakelijk geassocieerd met de biologische rassenleer van de nazi’s. Een aantijging van racisme was in die context een in ernst nauwelijks te overtreffen beschuldiging.

Een gerede kans op discriminatie

Dat antiracisme heeft niet kunnen voorkomen dat mensen met een migratie-achtergrond een gerede kans lopen op discriminatie. In haar rapport van 2017 doet de EU Fundamental Rights Agency verslag van vergelijkend onderzoek binnen de EU-landen naar discriminatie. Het rapport laat zien dat 20-21 procent van de mensen met een Noord-Afrikaanse of Turkse achtergrond in een jaar tijds discriminatie heeft ervaren bij het zoeken naar een baan.

Daar komt nog eens bij dat 13-14 procent van de mensen met een dergelijke achtergrond, die het wel gelukt is een baan te vinden, met discriminatie op de werkvloer te maken heeft gehad. Deze Nederlandse percentages zijn het hoogst van heel Europa.

Activisten stellen discriminatie en racisme gelijk – een denkfout

Anti-Pietactivisten en een school aan academici verwijzen naar deze discriminatie om hun beschuldiging van racisme te staven. Die beschuldiging komt hard aan gezien bovengenoemde context en verklaart een deel van de felle reacties erop.

Bovendien is de beschuldiging ongefundeerd. Anti-Pietactivisten als Sylvana Simons en academici als Philomena Essed kunnen hun beschuldiging van racisme alleen gestalte doen door discriminatie en racisme aan elkaar gelijk te stellen.

Dat is een denkfout omdat discriminatie op zijn minst uit drie geheel verschillende bronnen voort kan komen. Discriminatie kan ook ingegeven worden door sociaalpsychologische mechanismen als stereotyperingen en vooroordelen (zie het artikel van Hanneke Felten van 13 december 2018 op deze site).

Discriminatie kan ook voortkomen uit nationalisme, zoals onze eigen onderzoeken laten zien. Dat onderscheid is niet alleen academisch, het heeft radicaal verschillende consequenties voor de manieren waarop je discriminatie aan moet pakken.

Feiten doen er niet toe bij de activisten

Feiten doen er niet toe bij de activisten. Het historisch bewijs voor de bewering dat Zwarte Piet racistisch is, ook van Elisabeth Koning, blijft zeer discutabel. Maar dan nog, Zwarte Piet is alleen dan racistisch als hij ouders en kinderen die het sinterklaasfeest tegenwoordig vieren op racistische gedachtes brengt of tot racistische daden aanzet.

Daar is geen enkel bewijs voor. Het onderzoek van de Kinderombudsman van twee jaar geleden laat zien dat het waarschijnlijk niet Zwarte Piet zelf is die bij kinderen associaties oproept, maar veeleer de discussie over Zwarte Piet.

Feiten doen er bij gelieerde schrijvers evenmin toe. Het boek Dutch Racism uit 2014 van Philomena Essed en Isabel Hoving bevat 22 essays over racisme zonder ook maar een enkel bewijs van racisme aan te voeren. Zolang ze in de statistieken racisme en allerlei andere vormen van discriminatie op een hoop blijven gooien, zullen we nooit weten of er sprake is van racisme in dit land of niet.

Als feiten niet uitkomen, worden ze verdraaid. Philomena Essed geeft haar boek uit 1990 de titel Alledaags Racisme (Everyday Racism), terwijl haar eigen respondenten aangeven dat zij geen racisme op alledaagse basis ervaren.

Amerikaanse benaderingen van racisme leiden tot drogredeneringen

Waar nodig worden methodische fouten gemaakt. Schrijvers als Philomena Essed, Gloria Wekker, Melissa Weiner en Dvora Yanow laten er geen twijfel over bestaan dat ze zich laten leiden door Amerikaanse benaderingen van racisme. Ze laten na het begrip racisme te contextualiseren in de Nederlandse situatie en leggen dus hun Amerikaans begrip ervan op aan ons deel van de wereld.

Die Amerikaanse notie van racisme onderscheidt zich op belangrijke punten van de naoorlogse Nederlandse notie. De Amerikaanse gooit ‘ras’ en ‘etniciteit’ op een hoop, terwijl migranten dertig jaar geleden in Nederland als ‘etnische minderheden’ zijn benoemd, juist om te voorkomen dat ze als ‘rassen’ zouden worden gezien.

Het belangrijkste verschil is wellicht dat niet alleen officiële Amerikaanse statistieken en de huidige Amerikaanse regering, maar ook Amerikaanse antiracisme-activisten en academici, het volkomen normaal vinden om mensen in raciale termen te benoemen. Dat duiden van mensen in raciale termen is volgens de Nederlandse naoorlogse antiracismetraditie echter een daad van racisme.

Dat leidt tot drogredeneringen. Als mensen hier hun Amerikaanse definitie van racisme niet klakkeloos overnemen, worden zij beschuldigd van het ontkennen van racisme en wordt beweerd dat racisme hier een taboe zou zijn. Dat is een van de hoofdthema’s van het boek van Essed en Hoving. De sterke naoorlogse traditie van antiracisme in dit land, de olifant in de kamer, wordt simpelweg genegeerd.

‘Cultureel racisme’ roept verwarring op

Een andere drogredenering leidt tot het oprekken van begrippen. Als de werkelijkheid van discriminatie van migranten niet past bij het begrip racisme, zoek je als academicus normaal gesproken naar andere begrippen die er wel bij passen. Zo niet de betrokken auteurs. Zij rekken het begrip racisme zo ver op dat de werkelijkheid er wel onder moet vallen.

Zo laten veel publicaties zien dat hedendaagse discriminatie vooral gevoed wordt door vermeende cultuurverschillen tussen migranten en niet-migranten in plaats van door vermeende biologische verschillen. Dat duidt vooral op nationalisme in plaats van racisme. Om toch van racisme te kunnen blijven spreken, hebben betrokken racisme-auteurs de term ‘cultureel racisme’ bedacht. Maar dat is een term die in de Nederlandse context vooral verwarring oproept (zie Siebers en Dennissen, 2015). In die context is het spreken over ‘rassen’ zonder associaties van biologische superioriteit op te willen roepen simpelweg zinloos.

Activisten bevorderen juist racisme

Als de bewijsvoering en argumentatie van racisme-activisten en racisme-auteurs zo te wensen overlaat (Siebers, 2017), moet de vraag gesteld worden of de beschuldigingen van racisme meer zeggen over degenen die ze uiten dan over de werkelijkheid zelf. Projecteren ze hun eigen raciale manier van denken niet op de werkelijkheid? Is het niet zo dat je in Zwarte Piet alleen een racist kunt zien als je zelf in raciale termen denkt?

Volgens Amerikaans stramien benoemen betrokken activisten en auteurs mensen in raciale termen, als ‘zwart’ en ‘wit’ zonder aanhalingstekens, om de laatsten van ‘witheid’ te beschuldigen. Toonaangevende media als de NOS en NRC Handelsblad zijn er al toe overgegaan om onder hun druk en naar Amerikaans voorbeeld dezelfde raciale terminologie over te nemen.

Op drie december gaf ik een voordracht aan de Vrije Universiteit over nationalisme en racisme. Nog voordat ik mijn verhaal kon houden, werd ik al door een van de academici benaderd met de vraag hoe het voelde deel uit te maken van ‘wit voorrecht’, kennelijk om mij de mond te snoeren. Alumni van onze opleiding krijgen tegenwoordig soms kritiek als ze durven te solliciteren omdat ze niet ‘zwart’ genoeg zouden zijn. Paradoxaal genoeg lijken racisme-activisten en –auteurs naar Amerikaans voorbeeld precies datgene te bevorderen wat ze zeggen te bestrijden: racisme.

Hans Siebers is universitair hoofddocent aan Tilburg University.

Foto: Markus Spiske op Unsplash

Bronnen

Referenties

Essed, Ph. (1990) Everyday Racism: Reports from Women in Two Cultures. Claremont, CA: Hunter House.

European Union Agency for Fundamental Rights (2017) Second European Union Minorities and Discrimination Survey. Main results. Luxembourg: EU-FRA.

Siebers, H. (2010) The Impact of Migrant-Hostile Discourse in the Media and Politics on Racioethnic Closure in Career Development in the NetherlandsInternational Sociology, 25(4):475-500.

Siebers, H. and Dennissen, M.H.J. (2015) Is it cultural racism? Discursive oppression and exclusion of migrants in the Netherlands. Current Sociology, 63(3): 470-489.

Siebers, H. (2015) What Turns Migrants into Ethnic Minorities at Work? Factors Erecting Ethnic Boundaries among Dutch Police Officers, Sociology, Volume: 51 issue: 3, pagina: 608-625

Siebers, H. (2017) “Race” versus “ethnicity”? Critical race essentialism and the exclusion and oppression of migrants in the Netherlands. Ethnic and Racial Studies, 40(3): 369-387.

Dit artikel is 4026 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (12)

  1. Waarom blijft racismedefinitie van VN verdrag tegen rassendiscriminatie buiten beschouwing?

    “Rassendiscriminatie is “elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur op grond van ras, huidskleur, afkomst of nationale of etnische afstamming die ten doel heeft de erkenning, het genot of de uitoefening, op voet van gelijkheid, van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden op politiek, economisch, sociaal of cultureel gebied, of op andere terreinen van het openbare leven, teniet te doen of aan te tasten, dan wel de tenietdoening of aantasting daarvan ten gevolge heeft.”

    En waarom plaatsen jullie een plaatje bij de tekst waarvan duidelijk is dat groeperingen binnen Nederland dit als kwetsend ervaren?

  2. De stelling dat activisten juist racisme zouden bevorderen wordt niet onderbouwd in dit stuk. Hoe komt de auteur tot deze bewering? Wanneer we kijken naar de werkzame mechanismen van discri-minatie verminderen (zie https://www.kis.nl/publicatie/wat-werkt-bij-het-verminderen-van-discriminatie ) dan lijkt het erop dat activisten juist gebruik maken van verschillende werkzame mechanismen die discriminatie kunnen verminderen:
    (1) Diverse activisten delen hun gevoelens over hoe het fenomeen zwarte piet en laten zien hoe kwet-send de figuur is (denk bijvoorbeeld aan het filmpje van Jerry King Luther Afriye : https://www.youtube.com/watch?v=F1olThBqVGc ) Dit kan inleving en empathie bevorderen, wat vooroordelen en stereotypen kan verminderen.
    (2) Welwillende ‘witte’ mensen luisteren naar hun verhaal en delen in hun omgeving of via de media het standpunt dat zwarte piet niet meer kan (denk bijv aan Georgina Verbaan, Peter R. de Vries). Dit kan de ‘sociale norm’ veranderen. En het lijkt er op dat dit ook lukt: inmiddels vinden steeds meer mensen dat zwarte piet afgeschaft moet worden (zie;https://www.parool.nl/amsterdam/minder-nederlanders-willen-zwarte-zwarte-piet~a4610188/ )

    Een van de anderen vreemde beredenering uit bovenstaand artikel: dat er sociaal psychologische factoren een rol spelen bij discriminatie zoals ik en collega’s beschreven hebben, lijkt hier gebruikt te worden als argument dat discriminatie en racisme niet aan elkaar zouden zijn verbonden. Echter, juist sociaal psychologisch factoren worden ingegeven door maatschappelijke structuren en sociale nor-men (zie bijv het werk van Elizabeth Paluck) dus ik kan deze bewering echt niet volgen….

  3. Wat ik mis in dit stuk, zijn heldere definities van de gebruikte termen als racisme, discriminatie, cultuurverschillen en nationalisme. Wat betekent dat volgens de auteur? En hoe verhoudt racisme zich tot het feit dat biologisch gezien racisme geen inhoud heeft, omdat er geen rassen bestaan? Het betoog van de auteur haalt zelf de begrippen door elkaar.

    Zo heb ik moeite met het antiracisme dat de auteur definieert. Als je racisme koppelt aan huidskleur, is het bijzonder dat antiracisme gaat over nooit meer Auschwitz. Want de Jodenvervolging ging niet over huidskleur maar over cultuur (godsdienst) van een groep die niet in huidskleur van de rest van Nederland verschilde. Daarnaast heeft het decennia geduurd voor antiracisme deel werd van de herdenking van de Tweede Wereldoorlog (pas in 1981 werd dat opgenomen in de 4 mei herdenking – Wikipedia). Zo diep zit dat er nog niet in.

    Dat er beter onderzoek (van hogere kwaliteit) nodig is naar de achtergrond van vreemdelingenhaat en discriminatie in Nederland geef ik graag toe. Dat er termen door elkaar gebruikt worden ook. Het is jammer dat de auteur hier zelf mee begint.

  4. Allereerst dank voor de commentaren. Nav de reacties van Duif en Susan Schutjes: ik pleit nu juist voor de noodzaak begrippen veel sterker dan tot nu toe te definiëren én te contextualiseren. Het probleem van de definitie zoals door Duif verwoord is nu juist dat het naar Amerikaans voorbeeld niet differentieert tussen ‘etniciteit’ en ‘ras’ als grond voor uitsluiting. Het is een definitie die gangbaar is in de VS en het VK, maar die niet alleen verschilt van de anti-racisme traditie in Nederland maar ook strijdig is met het feit dat ‘ras’ en ‘etniciteit’ in de naoorlogse traditie hier gescheiden wegen zijn gegaan. ‘Etniciteit’ heeft een veelal positieve bijklank gekregen terwijl het tegenovergestelde geldt voor het begrip ‘ras’. Migranten zijn in dit land als ‘etnische minderheden’ benoemd om juist te voorkomen dat ze als ‘ras’ zouden worden gezien. De rechtspraak is goed in staat om discriminatie op basis van ‘ras’ aan te pakken maar heel slecht op basis van ‘etniciteit’ . Denk aan de vruchtelose processen tegen Geert Wilders, terwijl hij evident aanzet tot haat en discriminatie, maar niet op basis van ‘ras’.

    Wij doen al pakweg 15 jaar onderzoek naar discriminatie op de arbeidsmarkt en in het onderwijs, honderden interviews, duizenden respondenten op enquêtes, en keer op keer stuiten we op nationalisme als bron ervan en vinden we geen enkel spoor van racisme in de wijze waarop racisme sinds de oorlog in dit land wordt verstaan. Het heeft van daar uit geen enkele zin om racisme en nationalisme, ‘ras’ en ‘etniciteit’, op een hoop te gooien en te spreken over ‘cultureel racisme’. Het onderscheiden ervan is essentieel om te begrijpen hoe discriminatie tot stand komt.

    Nav Hanneke Felten: u mist het belangrijkste punt. Het gaat erom dat de anti-Pietactivisten en de ermee verbonden academici mensen in raciale termen benoemen. Dat is een trendbreuk in dit land en vormt als zodanig een racistische daad. Dat zie je als je bereid bent te denken vanuit de naoorlogse antirracismetraditie in dit land. Dat zie je niet als je denkt vanuit een Amerikaans kader waarin dat de normaalste zaak van de wereld is, ook bij antiracisme activisten en academici.

    Waarom is het benoemen van mensen in raciale termen een daad van racisme? Ten eerste omdat je de categorieën hanteert op basis waarvan racisme bestaat, namelijk raciale categorieën. Ten tweede omdat die termen in de Nederlandse context niet gehanteerd kunnen worden zonder associates van superioriteit en inferioriteit op te roepen. De term ‘ras’ is niet neutraal. Het indelen van mensen in raciale termen en daar associaties van superioriteit en inferioriteit aan te koppelen kan niet anders gezien worden dan als een daad van racisme in de Nederlandse context.

    We hebben dus niet alleen scherpe definities nodig van begrippen, we dienen ook scherp voor ogen te houden dat verklaringen van discriminatie radicaal van elkaar verschillen. Hanneke Felten schrijft over vooroordelen en empathie. Dat zijn sociaalpsychologsiche termen. De sociaalpsychologische literatuur over discriminatie is gebaseerd op de aanname dat mensen van nature onderscheid maken tussen anderen die meer of minder op hen lijken (similarity-attraction paradigm) of die ze tot de in-group of de out-group rekenen (social identity theory). Er zijn meer van dergelijke theorieën die met elkaar gemeen hebben dat het mentale processen zijn die mensen automatisch of van nature zouden doen en die aanzetten tot stereotyperingen, vooroordelen en de eruit voortvloeiende discriminatie als gedrag. Racismetheorieën (sla er alle overzichtswerken maar op na) leggen de bron van racisme heel ergens anders: in het ontstaan van de moderne samenleving (zie het standaardwerk van David Theo Goldberg). Nationalismetheorieën, die wijzen op de opkomst van de natie-staat en de eruit voortvloeiende processen van uitlsuiting en ethnische zuideringen (Michael Mann) vinden de verklaring voor discriminatie weer in geheel andere processen en factoren. Dus is het gelijkschakelen van discriminatie aan een van deze drie volgens de formule ‘als discriminatie dan racisme’ logischerwijs niet te verdedigen.

    Om tot een adekwate analyse van discriminatie te komen, hebben we scherpe conceptuele en theoretische onderscheiden nodig. Pas dan zullen we in staat zijn de bronnen van discriminatie werkelijk aan te pakken in plaats van ons blind te staren op een symbool dat er niets mee te maken heeft. De door Duif genoemde definitie helpt ons in dat opzicht geen stap verder. Het op een hoop gooien van verklaringen zoals Hanneke Felten doet, evenmin. Het heeft evenmin zin om dominante definities van elders klakkeloos op de Nederlandse situatie op te leggen. Wat we daarbij helemaal kunnen missen is het gewoon gaan vinden om mensen in raciale termen te benoemen. Dat is in de context hier een daad van racisme en helpt ons verder weg dan ooit.

  5. De aanleiding voor de activisten was dat kinderen huilend thuis komen omdat ze gepest worden vanwege het raciale stereotype. Door dit soort van beschouwingen begin ik ook te begrijpen hoe mensen zich miskend voelen door een academische elite en een geel hesje aantrekken.

  6. “De anti-Pietdemonstranten lijken het slachtoffer. Hun rol bij het aanjagen van polarisatie is tot nu toe echter onderbelicht gebleven, vooral het feit dat hun rol gevoed wordt door een school van academisch werk.”

    De mensen die zijn aangevallen, beledigd en bedreigd zijn niet de echte slachtoffers? Dat lijkt alleen zo? En watvoor rol speelt het aankaarten van racisme aan polarisatie? Het bestond al, het bestaat al honderden jaren. Het aankaarten van de problematiek werkt niet polariserend, maar confronterend. Dit omdat Nederland in een waas van quasi-tolerantie leeft. Draai de twee niet om.

    “Een discussie over racisme kan niet los worden gezien van de historische context. De naoorlogse publieke opinie in dit land kenmerkt zich door een sterk antiracisme, gesymboliseerd door onder andere het dagboek van Anne Frank, de dodenherdenking en de herdenking van de februari-staking.”

    ‘Sterk antiracisme’? Sorry? Volgens mij hebben we ons in Nederland toen enkel en alleen gefocust op antisemitisme (geen racisme, maar discriminatie). Direct ná onze eigen bevrijding hebben we getracht Indonesië weer af te pakken van de inheemse bevolking en de Molukse community daarbij voor eigen gewin aan de kant hebben gezet (hoezo superioriteitsgevoel). We hebben NIETS gedaan aan het tegengaan van racisme. Onderzoek heeft ook rapporten uitgebracht waarin is erkent dat in de afgelopen 35 jaar weinig tot geen progressie is geboekt.

    “Maar dan nog, Zwarte Piet is alleen dan racistisch als hij ouders en kinderen die het sinterklaasfeest tegenwoordig vieren op racistische gedachtes brengt of tot racistische daden aanzet.”

    Zwarte Piet is een vorm van Blackface, een raciaal stereotyperende karikatuur die wel degelijk al eeuwen direct geassocieerd is met uigebeeld en institutioneel racisme. Het neerzetten van de overdreven uiterlijke kenmerken op zeer karikaturistische wijze heeft absoluut invloed op de perceptie van mensen en vooral kinderen tegenover poc en dus klopt het zelfs binnen de context van de heer Siebers.

    “Ze laten na het begrip racisme te contextualiseren in de Nederlandse situatie en leggen dus hun Amerikaans begrip ervan op aan ons deel van de wereld. Die Amerikaanse notie van racisme onderscheidt zich op belangrijke punten van de naoorlogse Nederlandse notie.”

    Koloniaal Nederland is een van de oprichters van het concept van ras en daarmee de kapitalisering van racisme – dat was een van de benodigdheden om de behandeling van slaven te verantwoorden. De neerkijkende en polariserende manier van omgaan met de door u benoemde ‘minderheden’ is dus iets wat Amerikaanse ‘kolonisten’ (lees: stelende moordenaars) hebben overgenomen van Europa, niet andersom.

    “Amerikaanse antiracisme-activisten en academici vinden het volkomen normaal om mensen in raciale termen te benoemen. Dat duiden van mensen in raciale termen is volgens de Nederlandse naoorlogse antiracismetraditie echter een daad van racisme”

    Ja, want het woord n*ger is geen Nederlandse afleiding van een Latijnse term die nogsteeds zonder enig nadenken wordt gebruikt, zélfs door politici, toch? Volgens mij hebben we hier daarnaast nog altijd de zelfverheerlijkende, koloniale term ‘blank’ als benaming voor witte mensen, toch? Dat is hier nooit anders geweest.

    “De vraag moet gesteld worden of de beschuldigingen van racisme meer zeggen over degenen die ze uiten dan over de werkelijkheid zelf. Projecteren ze hun eigen raciale manier van denken niet op de werkelijkheid? Is het niet zo dat je in Zwarte Piet alleen een racist kunt zien als je zelf in raciale termen denkt?”

    Ohja, want het was niet de witte meerderheid in dit land die poc uitmaken voor zwarte Piet, toch? Die hebben gezorgd voor de raciale onderscheiding in naam van superioriteitsgevoel en kapitalisme, toch? Die neerkijkende opmerkingen maken over deze groep tot het punt waar de vooroordelen ook effect heeft op socio-economische status en veiligheid, toch? Volgens mij zijn raciale termen toch écht geïntroduceerd door white people.

  7. Nu voelen de anti-pieten zich aangevallen en inderdaad zij beroepen zich op zielige kinderen die thuis komen met verhaaltjes of zie hierboven gebruiken de term blackface. Dat laatste is toch echt Amerikaans, Wat ik denk ook bij mevr. Feiten, het moet een sterotype zijn, het liefst koloniaal want dan zou je recht van spreken hebben en een herstelbetaling kunnen eisen. Afriyie is heel goed in het bespelen van sentimenten, als je al bij voorbaat zegt piet is racisme, dan schoffeer je de mensen die zich nooit zo hebben gevoeld.

  8. Mensen zijn 1. een natuurlijke Soort, `dit in een intellectueel onoverbrugbaar onderscheid van de andere Soorten, 2. Flora en 3. Fauna genoemd*. De laatste twee Genres vertakken zich per stuk in natuurlijke RASSEN, die eerste Homo sapiens-sapiens verdeelt zich in culturele (= verschillende) GROEPEN. Deze algemene ‘Mens’ laat zich strikt vis-à-vis Flora & Fauna discrimineren door: A. symbolische communicatie (talen) en B. bipedale locomotie, met natuurlijke fenotypica genegeerd. Officieel. En vergeet Roodhuiden.

    In racisme, de modieuze misdaad van onze tijd, worden ‘groep’ en ‘ras’ door elkaar gehaald, wat een beetje begrijpelijk is. Immers verwijzen beide termen naar collectiva waarin de individu respectievelijk het enkele exemplaar zijn opgelost. Maar dit gaat in tegen de moderne opvatting van de menselijke individu die alle menszijn opeist of uitput en voor wie de groep slechts iets kan zijn om aan emanciperen. Bij dit ideologisch Individualisme komt de groep in kwade reuk te staan en gaat zij woordelijk en conceptueel de neiging vertonen zich met ras te vermengen of ermee te versmelten. Een naturaliseringsproces om zo te zeggen. En ook een maatschappelijke. Groep wordt iets dierlijks en als zodanig afwijsbaar. Maar dat lukt ‘natuurlijk’ niet helemaal. De groep blijft bestaan, wij blijven er afhankelijk van, willen dat niet weten en beginnen over racisme te zaniken en houden zo doende een vervelend misverstand – een contaminatie – in Stand.
    We zijn het Brahmaans geredeneerd ZELF.

    *We kunnen ze wel opeten, maar niet met ze communiseren.

  9. Ik ga hier niet inhoudelijk op reageren, want dat is het stukje niet waard.
    Erg triestig dat sociale vraagstukken dergelijke victimblaming plaatst.
    Morgen zullen we dan wel een stukje krijgen over hoe feminisme verkrachting bevordert, hoe Rosa Parks racisme en segregatie bevorderde, en hoe witte mensen die hun witte privileges niet erkennen, veel beter weten wat racisme is dan zwarte mensen, die er immers meestal niet voor gestudeerd hebben.

  10. Hoewel het zeker geen kwaad kan om in dit verhitte debat aandacht te besteden aan conceptuele kwesties lijkt me deze bijdrage niet heel behulpzaam omdat het het gebrekkige niveau van het Nederlandse publieke debat over kwesties m.b.t. ras, etniciteit, cultuur, discriminatie enz. hier vooral aan de activisten tegen zwarte Piet lijkt te verwijten. Juist de vergelijking met de naoorlogse omgang met anti-semitisme -die door de auteur als een succes beoordeeld lijkt te worden- laat zien hoe moeizaam dit in ons land was en nog steeds is. Pas vanaf de jaren 1960 werd langzamerhand en schoorvoetend erkend dat de bevolking van ons land niet slechts verzet had gepleegd of passief had toegekeken bij de Holocaust maar mogelijk zelf ook antisemitische sentimenten koesterde. Bovendien bleek dat antisemitisme een veelkoppig monster dat zowel nationalistische, racistische, theologische en culturele koppen droeg, zoals we sindsdien steeds weer opnieuw hebben moeten waarnemen: op de voetbaltribunes, in de geschreven pers en daar tussenin. Wat ‘Vergangenheitsbewaeltigung’ betreft kan ons land in dit verband zeker een voorbeeld aan onze oosterburen nemen. De suggestie die gemaakt lijkt te worden dat de zwarte Piet-discussie, aangejaagd door activisten, het racisme opnieuw geintroduceerd en aangejaagd heeft in een anti-racistisch naoorlogs Nederland is dan ook misplaatst.
    Een soortgelijke hybride vorm van racisme zien we nu ook in het debat omtrent zwarte Piet. Waar misschien in eerste instantie sprake was van associaties tussen m.n. Piets zwarte kleur, kroeshaar, dikke lippen,enz. en vormen van discriminatie die ook op de arbeidsmarkt terug te vinden zijn (waarnaar de auteur o.a. onderzoek gedaan heeft), daar bleek al snel dat vele pro-Pieten wel degelijk ook traditioneel (biologisch-) racistische ideeen over inferioriteit e.d. ventileren in dit debat. Intussen lopen inderdaad meerdere noties van ras door elkaar, die zowel het debat als de diagnose en therapie ervan compliceren, zowel hier als elders. Vandaar dat ook hybride noties als ‘cultureel racisme’ geintroduceerd worden, om die vermenging te signaleren. (Het geciteerde onderzoek door Siebers & Denissen, 2015, naar de mogelijke ervaring van cultureel racisme bij Nederlands-Marokkanse moslims is overigens volgens mij juist vanwege het ontbreken van die hybride vorm van racisme hier niet zo relevant omdat deze groep momenteel vrijwel uitsluitend cultureel gedefinieerd wordt en minder als een biologische, ras-gebaseerde groep wordt beschouwd.)
    Tenslotte: de acties tegen zwarte Piet zijn in eerste instantie begonnen om het feest inclusiever te maken, d.w.z. om zwarte kinderen te vrijwaren van de pesterijen en andere narigheid waaraan zij blootstaan in de tijd rond Sinterklaas en die voortkomen uit de vele karikaturale associaties die deze zwarte figuur oproept in de omgang met andere mensen met een kleur. Gaandeweg en mede vanwege de heftige reacties op het verzoek tot aanpassing van zwarte Piet heeft het debat zich vanzelfsprekend uitgebreid tot een bevraging van dit heftige verzet zelf. Waarom wil men niet een aanpassing accepteren van deze relatief recente ‘invented tradition’ van zwarte Piet t.b.v. de groep van Nederlandse kinderen met een donkere huidskleur? Waarom wordt er zo verbeten gereageerd als er verbanden tussen deze figuur en het debat over diens kleur met onze minder fraaie geschiedenis van slavernij, racisme en kolonialisme gelegd worden? Mij doet dat zeker denken aan het Nederlandse debat over de holocaust, het antisemitisme en de medeplichtigheid van een deel van de bevolking en politiek – en ja, in dat verband wordt wel de Joden verweten dat zij maar blijven ‘zeuren’ over die geschiedenis en nasleep, en zo zelf het antisemitisme in de hand helpen: blaming the victim in optima forma.

  11. Dit stuk is het inderdaad niet waard om serieus op in te gaan. Desondanks vind ik het relevant om iedereen door te verwijzen naar het filmpje van de comedian Aamer Rachman: https://www.youtube.com/watch?v=dw_mRaIHb-M (soms blijkt het enorm verfrissend en leerzaam om ideeen van ‘elders’ wel toe te passen op de Nederlandse situatie Hans Siebers..) Dat je een heel stuk kan schrijven over discriminatie en die te beperken tot een puur semantische discussie is werkelijk vreemd (en ofwel dom of betuttelend). Nog absurder is dat macht en machtsverhoudingen totaal niet aan bod komen. Siebers vraagt: ‘Waarom is het benoemen van mensen in raciale termen een daad van racisme? Ten eerste omdat je de categorieën hanteert op basis waarvan racisme bestaat, namelijk raciale categorieën.’ Hans, hans, hans… De basics jongen, de basics…

  12. Het vreemde is dat Siebers het begrip ‘ras’ als iets biologisch lijkt de beschouwen, onhoudbaar want er is alleen zoiets als het menselijke ‘ras’. Wij zouden in het naoorlogse Nederland op basis van het denken en handelen in termen van ‘etniciteit’ juist een niet-racistisch traditie hebben opgebouwd, beweert Siebers. En och, wat jammer nou, door de Engels-Amerikaanse besmette term ‘racisme’ zou ons debat vervuild zijn geraakt – want juist wij Nederlanders waren en zijn niet racistisch…?

    Het begrip ‘racisme’ is echter niet biologisch maar juist sociaal-politiek van karakter en precies dat onmogelijk complexe concept van politiek ‘racisme’ is met een historische werkelijkheid geladen die teruggrijpt op kolonialisme en slavenhandel – met helaas altijd de daaraan gekoppelde vermeende superioriteit van witte mensen.

    Maar nog even los van dit alles. Siebers probeert iets te ontwarren door schijntegenstellingen op te werpen met een mistige juridisch-semantische discussie. Zo stel hij dat: “Anti-Pietactivisten (…) kunnen hun beschuldiging van racisme alleen gestalte doen door discriminatie en racisme aan elkaar gelijk te stellen”; volgens mij wordt dat door niemand beweert, het gaat er nou juist om dat discriminerend onderscheid gemaakt wordt door racistisch denken. En zo schuift Siebers de schuld van echt ervaren pijn die ontstaat door openlijke discriminatie op basis van huidskleur in de schoenen van hen die nou juist die pijn (ongevraagd) moeten verduren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *