Buurt Bestuurt laat zien hoe participatiebeleid hysterie bevordert

Bewoners die de gemeente boos en soms hysterisch tot de orde roepen, het is een inmiddels bekend tafereel. Niet verwonderlijk, want de overheid vindt weliswaar dat de burger het allemaal zelf mag doen, maar alleen zolang hij doet wat de overheid wil.

Hysterie is van alle tijden, evenals de behoefte om haar te bestrijden. Maar hoe harder we ons best doen om de voortdurende staat van opwinding uit te bannen, des te hardnekkiger ze terugkeert. Als onze hysterie tegenwoordig ergens uit blijkt, dan is het wel dat veel Nederlanders hun directe omgeving niet meer ervaren als een veilige huiskamer en anderen daarvan de schuld geven.

Hedendaagse hysterie

Hangjongeren, viervoeters en buitenlanders: allemaal hebben ze ervoor gezorgd dat wijken in één klap ‘onleefbaar’ zijn geworden. Vervelende kinderen worden door buurtbewoners neergezet als ‘straatterroristen’, er worden bordjes geplaatst die een blafverbod voor honden afkondigen (‘woefboete’) en nieuwkomers in hun wijk ‘verkrachten onze dochters’. Omdat hysterie een besmettelijke emotie is, levert de discussie overal in Nederland dezelfde koortsachtige kakofonie op.

Om de opgewonden reacties van de boze burgers te temperen, zoekt de overheid naar nieuwe manieren om grip op hysterie te krijgen. Een veel gebruikte methode is burgers betrekken bij initiatieven die de leefbaarheid van hun buurt moeten verbeteren. In de afgelopen jaren is hiermee flink geëxperimenteerd. Omdat de burger dat wil en omdat de overheid het niet langer alleen afkan.

Een sprekend voorbeeld is Buurt Bestuurt, een initiatief in de Rotterdamse wijk Hillesluis waarmee bewoners actief worden betrokken bij de definiëring en aanpak van de aanpak van de grootste problemen in hun buurt. Zij bepalen wat de problemen zijn. Maar hoe serieus neemt de overheid hen? Nemen hun boosheid en frustraties over de leefbaarheid van hun wijk hierdoor af, en wint de overheid het vertrouwen van de burgers terug?

Hillesluis, een typische arbeiderswijk

Hillesluis in Rotterdam Zuid is een typische arbeiderswijk, met smalle en dichtbebouwde straten, waarvan het merendeel bestaat uit goedkope, kleine en gestapelde portiekwoningen met een gedeeld trappenhuis. De helft van de woningen bestaat uit sociale huurwoningen, een kwart uit particuliere woningen.

Aanvankelijk bestond de bevolking uit havenarbeiders, grotendeels afkomstig uit Zeeland en Noord-Brabant. Na de Tweede Wereldoorlog maakten autochtone Nederlanders rap plaats voor gastarbeiders uit Turkije en Marokko, die met hun overgekomen gezinnen de krappe etagewoningen betrokken. Inmiddels is 25 procent van de 12 duizend bewoners in Hillesluis van Turkse afkomst. Nederlanders maken 20,9 procent uit in de wijk, Nederlandse Surinamers 13,9 procent en Nederlandse Marokkanen 10,2 procent.

Buurt Bestuurt: het begin

Ongeveer 70 procent van de huishoudens in Hillesluis moet rondkomen van een laag inkomen, fors meer dan het Rotterdamse gemiddelde van 51 procent. De veelal laagopgeleide bewoners hebben een soms forse taalachterstand, hun organiserend vermogen is laag en het vertrouwen in de overheid klein. Hillesluis heeft een van de laagste veiligheidsscores van alle wijken in de stad. Drugsoverlast is een probleem, net als diefstal, vandalisme, geweld en inbraken.

Omdat de afstand tussen politie en de burger te groot is geworden om goed op de problemen van de burgers in te kunnen spelen, ontwikkelden de Rotterdamse wijkagent Hans Hoekman en wijkteamchef Fons Bijl in 2009 Buurt Bestuurt. Zij kwamen op het idee om met een aantal bewoners een comité te vormen, geïnspireerd door onder meer de Deventer Wijkaanpak en Veilige Buurten in Maastricht.

Simpele werkwijze

Het belangrijkste doel van Buurt Bestuurt is het versterken van de leefbaarheid in de wijk. Naast de aanpak van de objectieve veiligheid in de wijk wil de gemeente via Buurt Bestuurt de veiligheidsgevoelens onder de bewoners verbeteren. Bovendien wil het project het vertrouwen tussen bewoners en de overheid verbeteren door bewoners een stevige stem te geven in de aanpak van problemen in hun wijk. Doelen die niet officieel zijn benoemd maar die wel op de achtergrond meespelen, zijn het vergroten van de zelfredzaamheid van burgers en het gerichter en effectiever inzetten van het overheidsapparaat.

De werkwijze in Buurt Bestuurt is simpel. Hillesluisers dragen zelf ideeën aan om de leefbaarheid van hun wijk te verbeteren. Dit gebeurt via een top drie van problemen in de buurt die urgent moeten worden aangepakt. Gemeente en politie gaan hiermee aan de slag en proberen de bewoners daarbij actief te betrekken. Tijdens de vergaderingen wordt aan de buurtbewoners teruggekoppeld waartoe de acties van de overheid hebben geleid, het zogenoemde kort-cyclisch werken. De aanpak is een van de speerpunten in het Rotterdamse veiligheidsprogramma geworden.

Aanpak zwerfvuil mislukt

De gedachte achter Buurt Bestuurt is dat burgers gemeente en politie tot actie kunnen bewegen om problemen in de wijk aan te pakken. Maar eerst wordt gekeken naar wat de bewoners zelf kunnen doen. Als lid van Buurt Bestuurt in Rieder Noord, een van de buurten van Hillesluis, maak ik meerdere keren mee dat de gebiedsnetwerker van de gemeente aan de bewoners vraagt om met suggesties te komen voor de door hen aangekaarte problemen.

Aan dat appèl wordt gehoor gegeven: twee bewoners gaan op onderzoek uit en laten zien dat niet alleen burgers, maar ook winkels regelmatig afval naast de containers dumpen. Dit alles is aanleiding voor Stadsbeheer om tussen vijf uur ’s middags en tien uur ’s avonds te gaan posten bij de containers. Deze actie levert niets op.

De deelnemers aan Buurt Bestuurt besluiten vervolgens andere buurtbewoners aan te spreken die vuil laten rondslingeren. Ook dit initiatief leidt tot weinig succes. Een andere activiteit die de deelnemers organiseren, is een containeractie waarbij tussen half een en vijf uur twee containers worden neergezet waarin bewoners hun vuil kunnen storten. Ook deze actie biedt geen oplossing voor het rondslingerende vuil.

Om het vuilprobleem eens en voor altijd op te lossen, stellen de bewoners ten slotte voor om de bovengrondse containers op de middenberm van de Slaghekstraat onder de grond te plaatsen. De gemeente stelt zich echter op het standpunt dat de middenberm is gelabeld als groenstrook, waardoor de containers niet ondergronds mogen worden geplaatst.

De formele reactie van de gemeente leidt tot veel onbegrip bij de bewoners, omdat de middenberm in werkelijkheid helemaal niet zo groen is. ‘Zelfs je hond zou er nog omheen lopen’, zegt een bewoner boos.

Bureaucratische onwil

Hoewel het rondslingerend vuil boven aan de top drie van ergernissen staat, gaan de meeste discussies in de vergaderingen van Buurt Bestuurt over ‘te hard rijden’. Om het hardrijden in Hillesluis te ontmoedigen, stellen de bewoners voor een smiley aan te schaffen, een elektronisch verkeersbord waarop een gezicht te zien is. Afhankelijk van de snelheid waarmee een auto het bord passeert, lacht het gezicht of kijkt het bedroefd. Het idee is dat de smiley chauffeurs motiveert om zich aan de geldende snelheidsregels te houden.

Om het middel zo effectief mogelijk in te zetten, stellen de bewoners voor de smiley steeds in die straten te zetten waar te hard wordt gereden – eerst aan de ene kant van de straat en dan aan de andere kant. Een goed idee zou je zeggen, maar de gemeente wijst het verzoek van de bewoners telkens om bureaucratische redenen af.

Had een smiley de gemoedstoestand van de bewoners in Hillesluis gedurende de bijeenkomsten van Buurt Bestuurt weergegeven, dan zou het voortdurend hysterisch hebben gekeken, vanwege de bestuurlijke onwil en de talloze bureaucratische blokkades waarmee bewoners voortdurend werden geconfronteerd. De frustrerende ervaringen met de komst van de smiley voeden het idee onder bewoners dat ze de wijk niet mógen besturen.

Burger mag doen wat de overheid wil

Met de komst van de participatiesamenleving is er nadrukkelijk aandacht gekomen voor het uitgangspunt dat oplossingen voor problemen moeten worden gevonden in de wijk zelf en niet bij de overheid. Toch blijkt steeds weer dat de overheid maar lastig kan omgaan met burgers die meer zeggenschap willen over hun eigen leven en ruimte opeisen om meer zelf te doen. De burger mag het allemaal zelf doen, zolang hij maar wel doet wat de overheid wil.

Dit alles deprimerend noemen is een understatement: het is tekenend voor de manier waarop we denken dat de samenleving in een slagveld verandert als de overheid een stapje terugdoet.

Marc Schuilenburg doceert aan de afdeling Strafrecht en Criminologie van de Vrije Universiteit Amsterdam. Dit artikel is een sterk verkorte bewerking van het hoofdstuk ‘So you think you can participate?’ uit zijn nieuwe boek ‘Hysterie. Een cultuurdiagnose’ (Boom Filosofie, 2019).

Foto: Jack Sem (Flickr Creative Commons)