Oud zijn betekent niet per se eenzaam en ongelukkig

Om eenzaamheid onder ouderen aan te pakken is meer nodig dan uitbreiding van sociale contacten. Zelf regie voeren, betekenisgeving en activiteiten zijn minstens zo belangrijk. 

Eenzaamheid wordt beschouwd als zowel een individueel als een maatschappelijk probleem met negatieve gevolgen voor de persoonlijke gezondheid en de maatschappelijke participatie. Er rust een taboe op en het ontstaan ervan lijkt een geleidelijk proces van opeenstapeling van risicofactoren, zoals een kleiner wordend sociaal netwerk, ziek worden en minder regie ervaren over het leven.

Een gemis aan sociale relaties ervaren

Wij onderzochten welke factoren een rol spelen bij het ontstaan van eenzaamheid in met name in de tweede levenshelft van mensen. Tevens bestudeerden we de samenhang tussen eenzaamheid en kwaliteit van leven bij ouderen, verpleeghuisbewoners en mensen met een ondersteuningsbehoefte op het gebied van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo-melders).

Wij namen hierbij de cognitieve discrepantie-benadering als uitgangspunt. Deze stelt dat eenzaamheid het gevolg is van de evaluatie van de ervaren discrepantie tussen de werkelijke en de gewenste sociale relaties. Eenzaamheid definiëren we als het ervaren van een gemis aan (kwaliteit van) bepaalde sociale relaties, variërend van een matig of onplezierig tot een sterk of ontoelaatbaar gemis.

De tachtiger van nu is anders dan de tachtiger van toen

De gemiddelde individuele oudere is minder eenzaam dan zijn of haar leeftijdsgenoot twintig jaar eerder. De tachtiger van nu is anders dan de tachtiger van toen. Verbeteringen in de sociale contacten dragen bij aan deze daling van eenzaamheid: meer ouderen hebben een partner en een groter en diverser netwerk en ze ervaren meer regie over het leven.

Tegelijkertijd groeit de oudere bevolking. Daarom zijn er nu meer eenzame ouderen dan twintig geleden.

Eenzamer door verliezen

Veel 55-plussers worden eenzamer naarmate ze ouder worden. Tussen 55 en 95 jaar loopt het aandeel matig eenzamen op van 18 naar 53 procent en het aandeel sterk eenzamen van 2 naar 9 procent. Deze toename is te verklaren vanuit de verliezen in deze levensfase: verlies van sociale relaties, partnerverlies, een kleiner en minder gevarieerd netwerk en verlies van dagelijkse netwerkcontacten.

Ook is er verlies van ervaren regie over het leven en is men vaker afhankelijk van professionele zorg en ondersteuning. Gezondheidsverlies en verlies van inkomen spelen een beperkte rol bij de toename van eenzaamheid tijdens het ouder worden.

Er is één belangrijke uitzondering op de toename in eenzaamheid: de oude ouderen met ernstige gezondheidsproblemen. Zij zijn na verhuizing naar een verpleeghuis minder eenzaam dan toen zij nog zelfstandig woonden.

85-plussers in verpleeghuizen zijn het minst eenzaam

Verpleeghuizen hebben geen goed imago. Het lijken eenzame oorden in de publieke beeldvorming. Uit ons onderzoek kwam naar voren dat de helft van de ondervraagde verpleeghuisbewoners zich eenzaam voelt, 10 procent van hen voelt zich sterk eenzaam, de rest voelt zich matig eenzaam.

Over het geheel genomen voelen 85-plussers in verpleeghuizen zich het minst eenzaam, minder dan de jongere bewoners van een verpleeghuis en minder dan hun zelfstandig wonende leeftijdsgenoten.

Verpleeghuisbewoners zijn verder minder eenzaam als ze een partner hebben, meer regie over het leven ervaren, meer sociale contacten hebben, vaker bezoek krijgen en gebeld (of geskypet) worden door kinderen en andere familie. Ook zelf bij iemand buiten het verpleeghuis op bezoek gaan, helpt tegen eenzaamheid. Een slechte mentale gezondheid en hoogopgeleid zijn, vergroten gevoelens van eenzaamheid.

Verpleeghuis beschermt tegen eenzaamheid

Verhuizing naar een verpleeghuis wanneer mensen met ernstige gezondheidsproblemen te maken krijgen, heeft een beschermend effect tegen eenzaamheid. Na opname vermindert het risico op eenzaamheid. Met name de oudste en kwetsbaarste mensen zijn na opname in een verpleeghuis minder eenzaam.

Dit geeft aan dat er grenzen zijn aan het beleid en streven van het kabinet om ouderen lang zelfstandig te laten wonen.

Wmo-melders zijn eenzamer als ze alleen wonen

Steeds meer mensen met een ondersteuningsbehoefte wonen zelfstandig. Ruim de helft van de zelfstandig wonende Wmo-melders van achttien jaar en ouder voelt zich eenzaam. Bijna een op de vijf voelt zich sterk eenzaam. Dat aandeel is hoger dan in de gehele volwassen bevolking.

Wmo-melders zijn vaker eenzaam wanneer ze alleen wonen, motorische of gezichtsbeperkingen hebben, een verslechterde of wisselende gezondheidstoestand in het afgelopen jaar hadden, en vermoeidheidsklachten of psychische en psychosociale problemen hebben. Oudere Wmo-melders (55-74 jaar) zijn vaker eenzaam dan jongere melders (18 - 54 jaar).

Wmo-melders voelen zich minder eenzaam als ze mogelijkheden hebben om contacten zelfstandig of met hulp te onderhouden, wekelijks contact hebben met familie, vrienden, buren of clubleden en veerkrachtiger en zelfredzamer zijn en meer maatschappelijk participeren. Ook de aanwezigheid van een mantelzorger en het ontvangen van een maatwerkvoorziening vanuit de Wmo verlagen de kans op eenzaamheid.

Eenzaam en toch gelukkig

Maar zijn eenzame mensen ook altijd ongelukkig? Wij vonden onder zelfstandig wonende Wmo-melders en verpleeghuisbewoners groepen van ‘eenzaam ongelukkigen’ en ‘eenzaam gelukkigen’. De eenzaam ongelukkigen onderscheiden zich door een slechtere gezondheid.

Slechts een kleine groep van twee tot vier procent voelt zich sterk eenzaam en zeer ongelukkig. Een groep van tien tot vijftien procent voelt zich sterk eenzaam en toch redelijk gelukkig. Ongeveer de helft van de verpleeghuisbewoners en van de Wmo-melders voelt zich gelukkig en niet eenzaam.

Kwaliteit van leven omvat meer dan sociale contacten

De aanname dat de bestrijding van eenzaamheid een weg is om mensen gelukkiger te maken, blijkt niet geheel te kloppen. Een aanpak van eenzaamheid richt zich vaak op sociale contacten. Maar de ervaren kwaliteit van leven of het geluk van kwetsbare personen omvat meer dan een gemis aan sociale contacten en heeft ook met gezondheid, betekenisgeving en activiteiten te maken.

Het bevorderen van de mentale gezondheid draagt bijvoorbeeld direct bij aan het geluk. Sociaal-culturele activiteiten op het raakvlak van sociale activiteiten en mentale ontwikkeling, en betekenisgeving zoals kunstbeoefening en sporten kunnen via verschillende wegen bijdragen aan zowel geluksbevordering als eenzaamheidsbestrijding.

Kijk eerst naar de wensen van mensen

Eenzaamheid heeft meer oorzaken, die elkaar kunnen versterken of afzwakken. Mensen bij wie de risico’s toenemen (en de bescherming afneemt) zijn vatbaarder voor eenzaamheid. Het samenspel van factoren van eenzaamheid is ingewikkeld en hebben we nog niet volledig doorgrond.

Eenzaamheid is een ervaren verschil tussen wens en werkelijkheid ten aanzien van sociale relaties, die geleidelijk sterker en langduriger kan worden. Het is dus van belang om eerst na te gaan wat het specifieke probleem is en wat de wensen zijn van mensen, voordat men een aanpak bedenkt. Eenzaamheid is een hardnekkig probleem en de bestrijding ervan kent geen eenvoudige oplossing.

Cretien van Campen is wetenschappelijk strateeg Kwaliteit van leven bij het SCP. Frieke Vonk is wetenschappelijk medewerker bij het programma Gezondheid en Welzijn van het SCP. Theo van Tilburg is hoogleraar Sociologie en Sociale Gerontologie aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Hele rapport lezen? Klik hier. 

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)

Dit artikel is 1092 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Wat een vreemd artikel! In de afgelopen decennia is zowel de studieduur als de financiering ervan onderuit gehaald, wat tot enorme druk op jongeren: juiste studie, niet vertragen, bijbaantje, studieschuld heeft geleid. De arbeidsmarkt is meedogenloos voor jongvolwassenen, de meeste baantjes worden door goedkope scholieren ingevuld, voor starters zijn er de flexbanen, zéker voor de niethoogopgeleiden. De woningmarkt is overspannen, zeker voor starters. Geen woord over levensloopbeleid in dit artikel, terwijl het gaat om de nieuwe generatie volwassenen en hun (uitgestelde!) kinderen.

  2. ‘Niet oud zijn betekent niet per se niet eenzaam en gelukkig zijn’. Deze omkering van bovenstaande kop laat zien dat het om een ‘existentieel’ probleem gaat. Betekenis aan het leven kunnen geven is een opdracht die in ons hele leven wordt gevergd. Ouderdom geeft (noodgedwongen) andere mogelijkheden om tot zingeving te komen.
    De wens van het kabinet om ‘ouderen’ zo lang mogelijk zelfstandig te laten wonen kan hier haaks op staan als hierdoor geen relaties en sociale netwerken uit kunnen ontstaan. Zonder dit zal gevoelde eenzaamheid het gevolg kunnen zijn. Niet de ‘ouderdom’ is hierbij dus het probleem maar de mogelijkheid om sociale contacten en relaties te kunnen aangaan.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *