Participeren op papier werkt niet

Migranten zullen een participatieverklaring moeten gaan ondertekenen. Maar eenzijdig opgelegde waarden zullen voor de nieuwkomer niet als erg uitnodigend overkomen om aan mee te doen. En Nederland doet zichzelf er ook mee te kort.

 

Vanaf dit jaar wordt in zestien gemeenten voor het eerst de participatieverklaring getest. Deze maatregel gaat gelijk in met het openen van de arbeidsmarkt voor migranten uit Bulgarije en Roemenië, maar is bedoeld voor zowel migranten van binnen als buiten de Europese Unie. Uitgangspunt van het kabinetsbeleid is dat - ongeacht waar iemand vandaan komt – een ieder die ervoor kiest om in Nederland een toekomst op te bouwen zich moet richten naar de Nederlandse samenleving.[1] Door het ondertekenen van de verklaring zouden migranten weten wat hun rechten en plichten zijn. Minister Asscher ziet dit als een van de middelen voor succesvolle integratie van migranten. Dat is veelzeggend voor de houding tegenover migranten. Aanpassing aan heersende normen en waarden is zo belangrijk dat er voorbij wordt gegaan aan mogelijke verrijking door nieuwe culturen. Om je naar de Nederlandse samenleving te richten, moet je echt weten waar deze voor staat, je moet haar kunnen en willen ‘verstaan’ en elkaar kunnen en willen ‘verstaan’. Het is zeer de vraag of het zetten van een handtekening onder dit contract bijdraagt aan een ‘verstaan’ van de maatschappij en of je op deze manier participatie stimuleert.

Volgens de Ghanese filosoof Kwame Appiah bepaalt uiteindelijk de praktijk hoe goed wij samen kunnen leven. Hij benadrukt hoe moeilijk het is om iemand zijn principes te laten veranderen door logische argumentatie. Onze gebruiken zijn vaak niet rationeel onderbouwd. Deze hebben met gewenning te maken, ook aan andere gewoontes. Juist dat is volgens hem de reden waarom we het gesprek aan moeten gaan en interesse moeten tonen in anderen: het zorgt ervoor dat we aan elkaar gewend raken.[2] Interesse in elkaar kan mensen in de maatschappij verbinden.

Gewennende gesprekken volgens Appiah

Soms begint zo’n gesprek doordat twee mensen die elkaar ontmoeten er achter komen dat ze iets delen.[3] Dat is volgens Appiah geen kwestie van ‘multiculturaliteit’ maar van ‘kosmopolitanisme’. Kosmopolitanisme wordt aan de ene kant gekenmerkt door een verplichting naar elkaar die verder gaat dan de groep waar we toe behoren, formele verbindingen of burgerschap. Aan de andere kant door interesse in de praktijken en geloven die betekenis geven aan het leven van mensen.[4]

Wat betreft dat laatste missen we kansen. Als ik in mijn eigen omgeving kijk, zie ik bijvoorbeeld dat juist de banen waarin migranten oververtegenwoordigd zijn, zoals schoonmaakbanen, vaak uitbesteed worden aan een extern bedrijf. Externe arbeidskrachten gaan vaak niet mee met het bedrijfsuitje en mengen minder snel met het andere personeel in de kantine. Doordat deze scheiding al in arbeidscontracten aanwezig is gaan kostbare kansen om aan elkaar ‘gewend’ te raken voorbij.

Gewenning is niet genoeg, het gaat ook om waarden

Maar ook alleen uit de gewenning waar Appiah voor pleit ontstaat er nog niet automatisch een maatschappij waar iedereen actief aan bij wil dragen. Het gaat verder dan gewenning, en een bewustzijn van waarden kan een motivatie zijn om hier aan bij te willen dragen. In het participatiecontract zijn de waarden ‘vrijheid’, ‘gelijkwaardigheid’ en ‘solidariteit’ gedefinieerd. Deze waarden zijn belangrijk om te waarborgen in de maatschappij. Nu wordt de inhoud ervan door de overheid vastgesteld. Maar waarden betekenen vaak niet hetzelfde voor iedereen, ook niet voor alle huidige bewoners van Nederland. Bovendien is de betekenis ervan ook niet statisch. Het is dus verstandig om ook mogelijkheden voor reflectie op deze waarden in te bouwen.

Dat kan door een bereidheid om er over in dialoog te gaan. En dat mist nu juist in het verzoek tot ondertekening van deze verklaring. Aan nieuwkomers wordt gevraagd om de Nederlandse waarden uit te dragen alsof deze vast staan. Het pakket van maatregelen om te integreren dat verder bestaat uit informatiebijeenkomsten, taaltrajecten en coaches om nieuwkomers zo goed mogelijk wegwijs te maken in de Nederlandse samenleving, is gericht op het laten aanpassen van nieuwkomers aan Nederland. Het aspect van wederzijdse interesse ontbreekt. Eenzijdig opgelegde waarden zullen voor de nieuwkomer niet als erg uitnodigend over komen om aan mee te doen. Linda Bakker en Tim Immerzeel kaarten eerder al de tegenstrijdigheid aan van het verzoek tot ondertekening van een participatieverklaring met het voorstel van de regering om nieuwkomers pas na zeven jaar stemrechtig te maken in plaats van na vijf jaar. Van nieuwkomers wordt dus wel verwacht dat ze de vastgelegde waarden uitdragen, maar ze mogen niet politiek participeren. Als we als land de waarden echt willen laten leven en willen dat iedereen daar aan bijdraagt, werkt een dialogisch proces met ruimte voor kritische reflectie op de eigen vooronderstellingen beter. Als bewoner hoor je vaak de piepende deur niet meer, maar degene die op bezoek komt, zal het wel door hebben.

De waarden van participatieverklaring moeten we zelf ook serieus nemen

De eenzijdigheid ontneemt onze maatschappij de kans op kritische zelfreflectie en mogelijke verrijking door nieuwe gezichtspunten. We hoeven de inbreng van nieuwkomers niet klakkeloos over te nemen, maar laten we ons niet van te voren al hiervoor afsluiten. Bovendien is het niet gezegd dat alle waarden door autochtone Nederlanders beter worden uitgedragen. Als we het over de waarde solidariteit hebben, blijkt bijvoorbeeld dat Surinaamse en Antilliaanse Amsterdammers meer dan gemiddeld bereid zijn om bij te dragen aan zorg en welzijn.[5] Sander van Walsum haalt in zijn artikel ‘Jong en afzijdig’ in de Volkskrant een onderzoek aan waaruit blijkt dat de aandrang om aan het democratisch proces deel te nemen in Nederland relatief zwak ontwikkeld is. Nederlandse kinderen staan ook veel afwijzender tegenover gelijke rechten voor migranten dan hun leeftijdsgenoten elders in Europa.[6]

De participatieverklaring gaat er vanuit dat de huidige Nederlander de gedefinieerde waarden ‘gelijkwaardigheid, vrijheid en solidariteit’ beter uitdraagt dan nieuwkomers. Als die waarden voor Nederland zo belangrijk zijn, dan zouden we deze zelf ook meer aandacht moeten geven in ons onderwijs. We moeten gelegenheden creëren waar mensen uit verschillende bevolkingsgroepen met elkaar in gesprek kunnen gaan en zo aan elkaar gewend raken. Daarnaast moeten we de waarden echt integreren in de Nederlandse samenleving. Door hier over in dialoog te gaan, door ze in de praktijk te brengen en ze hier aan te toetsen. We kunnen daarvoor beter plekken en gelegenheden creëren waar mensen met verschillende culturele achtergronden echt samen komen, elkaar ontmoeten en het gesprek aangaan, dan iemand een brief te laten ondertekenen. Wie weet ontstaat er zo ruimte voor nog een belangrijke waarde: ‘diversiteit’.

Renate Schepen is filosoof. Zij faciliteert dialogen gebaseerd op de Socratische methode en onderzoekt samen met Heinz Kimmerle, emeritus hoogleraar wijsbegeerte aan de Erasmus Universiteit Rotterdam, hoe de hermeneutiek bij kan dragen aan verstaansprocessen binnen samenlevingen met grote culturele diversiteit.

 

Noten:

[1] /www.rijksoverheid.nl/documenten-en-publicaties/kamerstukken/2013/12/19/kamerbrief-participatieverklaring.html

Dit artikel is 1029 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Nederland importeert volens meestal nolens mensen die zich hier domiciliair willen vestigen, en wij staan dat soms toe. Gaat het om Polen, dan hebben we een fonetisch probleem, zijn het Oeigoeren of rechtstreeks Ghanezen een slepend semantische. Het eerste is lastig maar overkomelijk, het tweede veel minder. In dat laatste geval is het doen tekenen van een profylactisch participatieverklaring door ´migranten´ fatsoenlijk en strikt rationeel. Wij moeten vooruitzien en aan ons nageslacht denken. Of niet?
    Op gezag van een Ghanees filosoof in kosmopolitanisme (v/h. multiculturalisme) geloven als kracht die mensen zal inlijven en uiteindelijk in het gareel doen lopen, is absurd.
    Bij dit te vernemen draait Sokrates, geloof ik, zich in zijn graf om. Ze hebben hem toch niet begrepen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *