Slechte afspiegeling is onderdeel van grotere politieke ongelijkheid

In een recent artikel op deze site wordt vastgesteld dat de aanstaande Tweede Kamer bepaald geen afspiegeling is van de Nederlandse bevolking. De auteurs wijzen specifiek op geslacht, opleidingsniveau en migratieachtergrond van parlementariërs. Dat politieke elites op geen van deze achtergrondkenmerken op de Nederlandse bevolking lijken, is een probleem dat hoog op de agenda van elke politicus zou moeten staan.

In dit stuk leggen we uit waarom de slechte afspiegeling een probleem is. We bouwen daarbij in het bijzonder voort op een punt dat bestuurskundige Mark Bovens benoemt in zijn reactie op het bovengenoemde artikel: de numerieke ondervertegenwoordiging van bepaalde groepen leidt tot hun inhoudelijke ondervertegenwoordiging in het beleidsproces. De scheve achtergrond van onze politici is daarmee een onderdeel van een groter probleem van politieke ongelijkheid.

Denken, spreken en handelen

In de afgelopen vijftig jaar zijn er vele honderden studies uitgevoerd om te achterhalen hoe parlementariërs wel of niet worden beïnvloed door hun persoonlijke achtergrond. Deze wetenschappelijke literatuur kunnen we kort samenvatten door te zeggen dat kenmerken als geslacht, etniciteit en opleidingsachtergrond mede bepalen hoe politici denken, hoe zij spreken en hoe zij handelen. We lichten elk van deze drie punten hieronder kort toe.

Ten eerste hangt de persoonlijke achtergrond van politici samen met hoe ze denken over politieke onderwerpen. Mannen en vrouwen, Nederlanders met en zonder migratieachtergrond en hoog en laagopgeleide burgers verschillen gemiddeld genomen in politieke standpunten, en dit geldt ook voor politici uit deze groepen.

Hoger opgeleide politici zijn bijvoorbeeld positiever over Europese integratie, positiever over multiculturalisme, en minder voorstander van herverdeling dan hun lager opgeleide collega’s. Daar komt bij dat politici systematisch overschatten in hoeverre hun politieke meningen gedeeld worden door de bevolking. Onze vertegenwoordigers delen meer de meningen van mannen, mensen zonder migratieachtergrond en hoger opgeleiden, en hebben tegelijkertijd zelf de indruk dat deze meningen breed gedragen worden.

Ten tweede uit de achtergrond van politici zich in wat ze zeggen in de Kamer, met name in welke onderwerpen ze benadrukken in debatten en Kamervragen. Vrouwelijke Kamerleden met een migratieachtergrond stellen bijvoorbeeld veel vaker Kamervragen over onderwerpen die vrouwen met een migratieachtergrond specifiek raken. Zonder Kamerleden die zelf die achtergrond hebben zouden die onderwerpen simpelweg nauwelijks geagendeerd worden. Zo bepaalt de samenstelling van de Kamer deels welke onderwerpen politiek behandeld worden.

Ten derde blijkt uit internationaal onderzoek dat de persoonlijke eigenschappen van politici ook beïnvloeden hoe ze politiek handelen. Hieruit blijkt dat de achtergrond van politici onder andere uitmaakt bij het reageren op burgerverzoeken, indienen van moties en stemmen op wetsvoorstellen.

In Nederland is partijdiscipline relatief hoog, waardoor individuele Kamerleden zelden afwijken van de partijlijn in hun stemgedrag, maar onderzoek uit Zweden laat zien dat in een soortgelijke situatie ze achter de schermen wel degelijk de partijlijn kunnen beïnvloeden. We kunnen aannemen dat dit ook in Nederland gebeurt, hoewel hier nog niet veel onderzoek over is.

Ongelijk beleid

Het feit dat de achtergrond van politici beïnvloedt hoe zij denken, spreken en handelen, suggereert, in combinatie met hun scheve afspiegeling, dat sommige burgers uiteindelijk beter worden gehoord in het beleidsproces dan andere. Om dit te toetsen hebben wij in recent onderzoek gekeken naar het begin- en eindpunt van het beleidsproces. Dat wil zeggen, voor tal van mogelijke beleidsveranderingen hebben we vergeleken wat burgers wilden en wat er daadwerkelijke gebeurde.

De onderstaande figuur is gebaseerd op deze data. Hier vergelijken we specifiek de politieke invloed van laag- en hoogopgeleide burgers. De figuur toont het verband tussen het percentage van elke groep dat voorstander was van beleidsverandering en de kans dat deze verandering echt werd doorgevoerd.

In het bijzonder kijken we hier naar veranderingen waar aanzienlijke meningsverschillen bestonden tussen de twee groepen. In dat geval blijkt alleen de mening van hoogopgeleide burgers ertoe te doen. De zwarte, horizontale lijn laat zien dat beleid niet responsief is ten opzichte van laagopgeleiden: hoe sterk zij zich ook uitspreken voor beleidsverandering, de kans op verandering wordt hier niet groter door. De grijze, stijgende lijn laat zien dat beleid wel sterk afhangt van de opvattingen van hoogopgeleide burgers: de kans op beleidsverandering wordt aanzienlijk groter als zij hier achter staan.

Deze ongelijke responsiviteit geldt in mindere mate ook voor andere groepen, waaronder mannen en vrouwen.[i] Met andere woorden, het gebrek aan afspiegeling beïnvloedt zeer waarschijnlijk wie haar zin krijgt in de Nederlandse politiek.

Figuur 1. Vertegenwoordiging van laag- en hoogopgeleiden bij meningsverschillen

Bezwaren weerlegd

De numerieke ondervertegenwoordiging van onder andere vrouwen, lager opgeleiden en mensen met een migratie-achtergrond beïnvloedt kortom het denken, spreken en handelen van politici en vertaalt zich uiteindelijk in ongelijke beleidsuitkomsten.

Een tegenargument dat vaak wordt gemaakt op deze punten is dat het niet onmogelijk is voor politici om burgers te vertegenwoordigen die niet op hen lijken. Dit is juist de taak van politici, zo gaat het argument.

Deels is dit waar; we willen zeker niet suggereren dat een man onmogelijk de belangen van vrouwen kan behartigen, om een voorbeeld te noemen. Maar gemiddeld gezien is de kans simpelweg kleiner dat een man dit zal doen in vergelijking met een vrouwelijke politicus. Zoals John Stuart Mill het ooit verwoordde: ‘In de afwezigheid van haar natuurlijke verdedigers is er altijd een gevaar dat het belang van uitgesloten groepen over het hoofd wordt gezien; en wanneer ernaar wordt gekeken, wordt het met heel andere ogen bekeken dan die van de personen die het rechtstreeks aangaat.’

Een andere tegenwerping is dat politici uit ondervertegenwoordigde groepen mogelijk slechter zijn in het behartigen van gedeelde belangen, zoals het creëren van werkgelegenheid en het bestrijden van corruptie. Deze zorg wordt vooral uitgesproken over laag- en middelbaar opgeleiden.

Recent onderzoek in verschillende landen laat zien dat lager opgeleide bestuurders net zo goed presteren als hun hoger opgeleide collega’s op dit soort ‘objectieve’ maatstaven. Kort gezegd zijn er in elke sociale groep dus genoeg competente kandidaten te vinden.

Geen baten, wel kosten

Onze conclusie is simpel: de vertekende achtergrond van Nederlandse politici brengt geen noemenswaardige baten met zich mee maar heeft wel aanzienlijke kosten. Het duidt op een sociaal en politiek bestel dat haar burgers systematisch ongelijk behandelt.

Dat wil niet zeggen dat de scheve afspiegeling van onze bestuurders de enige oorzaak of uiting van politieke ongelijkheid is; ook met betere afspiegeling zouden sommige ongelijkheden waarschijnlijk blijven bestaan. Maar het is hoe dan ook duidelijk dat we naar gelijkere afspiegeling moeten streven. Hoog tijd dus om dit hoog op de agenda te zetten.

Wouter Schakel is postdoctoraal onderzoeker aan de afdeling Sociologie van de Universiteit van Amsterdam. Daphne van der Pas is universitair docent aan de afdeling Politicologie aan de Universiteit van Amsterdam.

 

Noten

[i] Zie Persson, M., Schakel, W. en Sundell, A. (2020) A Man’s World? Policy Responsiveness to the Preferences of Men and Women in Comparative Perspective. Universiteit van Gothenburg: Ongepubliceerd Manuscript.

 

Foto: Bas Bogers (Straatfotografie.com)

Dit artikel is 1320 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Het Nederlandse politieke systeem heeft sterk aristocratische trekken. Veel macht door weinigen uitgeoefend. De politieke cultuur wordt vooral bepaald door een academisch denken dat ver af staat van het denken van de doorsnee Nederlander. Een cultuur maatschappelijke bubbel bij de politiek is dan het gevolg. De media hebben dan als taak dit te vertalen naar actuele politieke informatie maar falen daarin omdat zij in feite tot dezelfde politiek bubbel behoren.
    Maar ook in de uitvoering van de politieke (kabinet) besluiten doet zich hetzelfde verschijnsel voor.
    De politieke clan benoemt elkaar bij de hogere ambtenaren functies (vanaf salarisschaal 15).
    Het politieke bestuur met haar uitvoeringsorganen is daarmee ook geen afspiegeling van de bevolking.
    Bij de 2e kamer verkiezingen zullen deze problemen uiteraard niet gethematiseerd worden.
    Het niet kunnen kiezen van de Minister-President, de Eerste-Kamer, de Commissaris van de Koning en de burgemeester passen in dit patroon van ondemocratische processen bij ‘onze’ Volksvertegenwoordigers.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *