Beeldschermgebruik is bij uitstek een sociaal probleem geworden

Dossier

Anti-sociale media?

Mensen brengen steeds meer tijd door achter een beeldscherm. Dat heeft diverse gevolgen, met name voor kinderen. In veel gezinnen is het beeldschermgebruik dan ook een terugkerend onderwerp van discussie. Er is behoefte aan concrete richtlijnen, al zijn daarmee de problemen met schermtijd nog lang niet opgelost.

In onze samenleving worden we meer en meer in beslag genomen door beeldschermen en worden we er steeds afhankelijker van. De plaats en positie die deze talloze schermen, van televisie tot IPhone, in ons leven hebben veroverd is indrukwekkend. Het is weliswaar nog geen DSM-diagnose, maar nomofobie (no mobile phobia) wordt in sommige vakkringen gezien als een stoornis. Het kwijtraken of vergeten van je mobiel leidt tot klachten die lijken op fobie-achtige aandoeningen: mensen voelen zich ongemakkelijk, angstig en ‘disconnected’.

Schermtijd neemt toe met de leeftijd

We brengen steeds meer tijd door achter een scherm en ook voor kinderen lijkt het de normaalste zaak van de wereld om regelmatig achter een scherm te kruipen. De IPad als babysit is een bekend verschijnsel geworden. Het Nederlands Jeugd Instituut heeft diverse “Factsheets Mediagebruik” ontwikkeld en waar kinderen van 6-8 jaar gemiddeld nog ‘maar’ 2 uur per dag besteden aan televisie kijken, computeren en gamen, kijken kinderen van 9-12 al gemiddeld 3 uur per dag, kinderen van 13-16 al 4 uur en kinderen van 17-18 gemiddeld 5-6 uur per dag (Nederlands Jeugdinstituut, 2015).

Er zijn verschillende factoren, zowel positief als negatief, die uit onderzoek in verband met beeldschermgebruik naar voren komen. Iemands cognitieve ontwikkeling kan door het gebruik van schermen positief beïnvloed worden. Deze relatie wordt alleen gevonden wanneer er educatief-relevante programma’s worden gekeken, of wanneer er educatief-relevante videogames worden gespeeld. Deze effecten zijn voor kinderen extra groot wanneer er met een volwassene samen wordt gekeken en deze actief commentaar geeft. Dit verbetert daarnaast de ouder-kind interactie. Bovendien wordt het makkelijker om vrienden te maken, vooral met andere achtergronden, het biedt ruimte voor creativiteit, een ruimte om ideeën uit te wisselen en het lijkt kinderen socialer te maken zoals blijkt uit zelfrapportage.

Negatieve gevolgen van beeldschermgebruik

Overmatig beeldschermgebruik en dan met name televisiekijken lijkt, ongeacht de content, samen te hangen met een verhoogd risico op obesitas. Bovendien lijkt het doorbrengen van te veel tijd achter een scherm de duur en de effectiviteit van slaap te beïnvloeden, vooral wanneer er op de slaapkamer televisie gekeken wordt. Ook bij computergebruik en het spelen van videogames wordt een hoge correlatie gevonden met slaapkwaliteit. Het overmatig kijken van niet-educatieve content hangt daarnaast samen met een verminderde ontwikkeling van de frontopolaire en mediale prefrontale hersengebieden, een taalachterstand bij kinderen van 24-30 maanden en maakt dat kinderen minder goed voorbereid zijn voor school wanneer zij 65 maanden zijn.

Verder lijkt overmatig beeldschermgebruik negatief samen te hangen met zelfbeeld, prosociaal gedrag, schoolprestaties, en psychosociaal welbevinden. Het lijkt positief samen te hangen met depressie en agressie. Een ander belangrijk gevolg van overmatig schermtijd, zijn problemen met het gezichtsvermogen. Hiervoor is ook een etiket bedacht: Computer Vision Syndrome (CVS). Tenslotte blijft het de vraag hoe het zit met schermtijdverslaving. In de vakliteratuur is het nog geen uitgemaakte zaak of hier wel van een verslaving kan worden gesproken. Met name bij het gamen lijken drie type gedragingen aan te geven dat er een probleem is: gebrekkige controle over het gamen, gamen krijgt prioriteit boven andere activiteiten, doorgaan met gamen ondanks negatieve consequenties.

Beeldschermgebruik vormt een probleem in gezinnen

Op basis van enquêtes en schattingen lijkt bij een derde van de Nederlandse gezinnen met kinderen het gebruik van beeldschermen een dagelijks probleem te zijn. Er ontbreken goede afspraken of die afspraken worden niet nageleefd. De signalen die wijzen op een probleem bij kinderen zijn:

  • Teruglopende schoolresultaten doordat minder tijd aan huiswerk besteed wordt, of doordat de concentratie minder is
  • Verminderde interesse in andere activiteiten
  • Verminderde interesse in sociale activiteiten
  • Toenemende vermoeidheid (bleek, slap, futloos)
  • Slaapproblemen door blootstelling aan blauw licht
  • Klachten van onrust, prikkelbaarheid
  • Klachten in houding en beweging (rugklachten, nekklachten (whatsapp-nek), duimklachten (swipersduim) en schouderklachten)
  • Slechtziendheid

Geen richtlijn, maar pogingen daartoe

In de GGZ vragen ouders vaak naar een richtlijn voor het gebruik van schermtijd in hun gezin. Een dergelijke richtlijn bestaat nog niet officieel in de GGZ maar er zijn wel pogingen. Op basis van diverse bronnen, met name ook van het Bureau Jeugd en Media, ziet deze richtlijn er op dit moment als volgt uit (Mediaopvoeding, 2018):

  • tot 2 jaar: 5 minuten per dag samen tv-kijken en een paar keer per week samen internetten;
  • 2 - 4 jaar: 5 à 10 minuten per keer, tot maximaal 30 minuten per dag;
  • 4 - 6 jaar: 10 à 15 minuten per keer, tot maximaal 1 uur per dag;
  • 6 - 8 jaar: maximaal 1 uur per dag, verdeeld over periodes van maximaal 30 minuten;
  • 8 - 10 jaar: maximaal 1 à 1½ uur beeldschermtijd per dag;
  • 10 - 12 jaar: maximaal 2 uur beeldschermtijd per dag;
  • 12 jaar en ouder: maximaal 3 uur beeldschermtijd per dag.

Naast de tijd die er aan beeldschermgebruik wordt besteed is van cruciaal belang de plek in huis waar de schermen staan. Als vuistregel kan hierbij gedacht worden aan: geen beeldschermen op slaapkamers en in de keuken. De Wifi kan ’s avonds op tijd worden uitgeschakeld. Hiermee zijn de problemen met schermtijd nog lang niet opgelost want met name het initiëren en handhaven van een richtlijn is niet eenvoudig, zeker bij gezinnen met kinderen tussen de 10 en 18 jaar. Jonge ouders doen er goed aan om afspraken al voordat er kinderen zijn samen helder te vast te stellen en vooral ook zich er zelf aan te houden.

Prof. Dr. Jan Derksen is klinisch psycholoog en maakt met de psychologen Berrie Gerrits, Sander Pas en Mieke Govers deel uit van een projectgroep ‘schermtijd’. Recent verscheen hierover een eerste boek: Preventie psychische aandoeningen bij BSL in Houten.

Foto: J.D. Lasica (Flickr Creative Commons)