Europeanen tonen eenzelfde patroon van uitsluiting van minderheidsgroepen

In vrijwel geheel Europa, het oude continent dat zich op haar culturele, etnische en culturele diversiteit beroemt, blijken mensen eenzelfde rangorde van uitsluiting van minderheden te hebben, onafhankelijk van sociaaleconomische positie, opleidingsniveau of leeftijd. Roma worden in Europa het meest uitgesloten, gevolgd door moslims, terwijl joden het minst worden uitgesloten.

Het relatief hoge welvaartspeil en de hoge mate van politieke stabiliteit maakten veel Europese landen de afgelopen decennia aantrekkelijk voor immigranten. Niet iedere Europeaan echter omarmt de toegenomen etnische en religieuze diversiteit.

Cumulatief patroon van uitsluiting

Integendeel, uit onderzoek blijkt dat veel Europeanen zich uitspreken voor een restrictief immigratiebeleid. Bovendien laten meerdere studies zien dat de steun voor radicaal rechtse partijen, die veelvuldig fulmineren tegen de komst en aanwezigheid van minderheidsgroepen, in Europa is toegenomen. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de uitslag van de recent gehouden Tweede Kamerverkiezingen in ons land.

De weerstand tegen minderheidsgroepen verschilt sterk, afhankelijk van de etnische of religieuze groep die het betreft. Emeritus hoogleraar Louk Hagendoorn ontwaart een uniforme rangorde van uitsluiting: bepaalde minderheden worden structureel meer uitgesloten dan andere. In die rangorde - ethnic hierarchy – is sprake van een cumulatief patroon, van groepen die het minst worden uitgesloten tot groepen die het meest worden uitgesloten.

Bestaand onderzoek naar de rangorde van uitsluiting is veelal beperkt tot bepaalde landen, waaronder Nederland, en is vaak gebaseerd op studies onder studenten. De vraag is echter of de uitsluitingspatronen wel beperkt zijn tot landsgrenzen en specifieke groepen of dat ze waarneembaar zijn binnen heel Europa en onder meerdere bevolkingsgroepen. In onze recent verschenen studie proberen we deze vraag te beantwoorden.

Voor ons onderzoek keken we naar uitsluiting van drie minderheidsgroepen: Roma, moslims en joden. Roma vormen de grootste etnische minderheidsgroep en moslims de grootste religieuze minderheidsgroep in Europa. De joodse bevolking in Europa is weliswaar klein, maar tegelijkertijd vaak slachtoffer van discriminatie, blijkt uit een studie van de European Union Agency for Fundamental Rights.

Uniform patroon van uitsluiting in Europa

Om te kunnen bepalen of er een cumulatieve rangorde van uitsluiting is, maakten we gebruik van hoogwaardige representatieve survey data (European Social Survey), verzameld over twee jaar (2014-2015) in 20 Europese landen. Voor de survey werden respondenten gevraagd of ze vonden dat verschillende minderheidsgroepen - Roma, moslims, joden - al dan niet toegelaten moesten worden tot hun land. Voor ons onderzoek keken we uitsluitend naar de antwoorden van respondenten zonder migratieachtergrond. Joodse en islamitische respondenten zonder migratieachtergrond alsook respondenten die aangaven tot een etnische minderheidsgroep te behoren lieten we buiten beschouwing.

Wat blijkt? In 18 Europese landen is er een universele rangorde als het gaat om uitsluiting van minderheidsgroepen: Roma worden het meest uitgesloten, gevolgd door moslims. Joden blijken het minst te worden uitgesloten. Alleen voor Portugal en Polen vonden we geen bevestiging voor deze rangorde. Bovendien is de mate van uitsluiting relatief hoog in verschillende Baltische staten en Oost-Europese landen en relatief laag in Scandinavische landen, Duitsland en Nederland.

Figuur 1: uitsluiting minderheidsgroepen (item difficulties: allow none vs. allow few-many)

Bron: European Social Survey (2014/15) (n = 23.682)

Geen verschil tussen sociale groepen in de samenleving

Om te kunnen zien of de rangorde verschilt per sociale groep, keken we naar groepen waarvan eerder onderzoek aantoonde dat ze sterk verschillen in de mate van vooroordelen tegenover minderheden.

In onze studie maakten we onder anderen onderscheid tussen hoog- en laagopgeleiden, mensen met en zonder werk, jongeren en ouderen, religieuzen en niet-religieuzen en mensen met en zonder contacten met etnische minderheden. Hoewel de mate van uitsluiting verschilt tussen deze sociale groepen, vonden we ook bij hen dat de rangorde van uitsluiting nagenoeg universeel is in de onderzochte landen. Ook zij sluiten Roma het meest uit, en joden het minst.

Gelet op de grote verschillen tussen Europese landen - in termen van migratiegeschiedenis, de aanwezigheid van verschillende minderheidsgroepen, immigratiebeleid en welvaart - zijn onze robuuste bevindingen voor 18 landen in Europa opmerkelijk te noemen. Het laat zien dat een dergelijk patroon van uitsluiting universeler is dan tot nu toe was aangetoond.

Dat beeld wordt bevestigd door de bevinding dat sociale groepen – die doorgaans sterk verschillen in de mate van vooroordelen over minderheidsgroepen – eenzelfde patroon van uitsluiting tonen.

In ons onderzoek beperkten we ons tot de vraag in hoeverre er sprake is van een uniforme rangorde van uitsluiting van minderheidsgroepen. We hebben niet gekeken naar achterliggende oorzaken. Hagendoorn toonde aan dat negatieve stereotypen een rol spelen bij de totstandkoming van cumulatieve patronen van uitsluiting. Mogelijk spelen dergelijke negatieve stereotypen ook een rol bij de verklaring van de vraag waarom Roma in Europa het meest worden uitgesloten. Onderzoek van de Amerikaanse socioloog Matthew Loveland en de eveneens Amerikaanse politicoloog Delia Popescu naar de onderliggende oorzaken van vooroordelen over Roma legt een link met negatieve stereotypen zoals criminaliteit.

Oplossing komt van kennis en onderwijs

De vraag is hoe we stereotypen en daarmee vooroordelen over de besproken minderheidsgroepen uit de wereld kunnen helpen. Het antwoord is verbluffend eenvoudig: kennis. Onbekend maakt onbemind, andersom geldt echter ook. Onderwijs wordt algemeen gezien als een krachtig instrument in de strijd tegen stereotypering en vooroordelen. Kortom, aandacht voor diverse etnische en religieuze minderheidsgroepen in het curriculum van het onderwijssysteem in de onderzochte Europese landen is noodzakelijk om negatieve stereotypen tenminste te reduceren en bij voorkeur te voorkomen.

Michael Savelkoul, Maurice Gesthuizen zijn universitair docent bij de vakgroep Sociologie aan de Radboud Universiteit. Peer Scheepers is hoogleraar sociologie, eveneens aan de Radboud Universiteit. Hun onderzoek is hier te downloaden.

 

Foto: Trishhhh (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 1437 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (1)

  1. Je moet ook kijken naar de verdeling van ‘minderheidsgroepen’. In de Nederlandse grote steden zoals Amsterdam, Rotterdam en Den Haag behoren Turken en Marokkanen niet tot een minderheid maar tot een substantiële meerderheid. In deze steden heeft 60% van de bevolking een niet Nederlandse achtergrond. De conclusies van dit onderzoek volgend zou ook bij hen een uniform patroon van uitsluiting te vinden moeten zijn. Zo hebben Joden in Amsterdam ook te maken met uitsluiting door de islam gemeenschap en is dragen van een keppel op straat risicovol.
    Uitsluiting is niet slechts een kwestie van vooroordelen maar heeft alles te maken met ideologie en levensbeschouwing. Kennis van de verschillende culturen vooral door politieke beleidsmakers is dan veel meer op zijn plaats aangezien (massa) migratie niet als een experiment beschouwd kan worden.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *