Waarom ik sceptisch ben over de ingreep in de jeugdwet

Al sinds ik vanmorgen opstond met kranten vol 'recentralisatie', schrijft Jeroen Hoenderkamp, probeer ik als early believer in de decentralisaties te achterhalen of mijn scepsis over de ingreep in de jeugdzorg van minister Hugo de Jonge nu komt omdat ik het ongelijk niet wil toegeven, of omdat het echt vooral politiek paniekvoetbal is, bedoeld om een - terecht - kritisch rapport mee te ontwijken. Hoenderkamp deelt zijn scepsis.

Het begint duidelijk te worden dat de jeugdhulp onder onacceptabele druk staat. Daar valt van alles over te zeggen, maar de motor lijkt me dat het beschikbaar bedrag per kind enorm is afgenomen. In 2015 was het budget 4 miljard en werden 380.000 jeugdigen geholpen. In 2019 is het budget 3,6 miljard en worden 430.000 duizend jeugdigen geholpen. Tel daarbij 10 procent inflatie en een forse toename van administratieve lasten (10 procent?) en de conclusie is dat het reëel beschikbaar bedrag per kind met 35 procent (!) is afgenomen van 10.500 naar 6.800 euro.

De opstelling verandert maar er blijven te weinig spelers

Als ik even een voetbal-metafoor mag gebruiken: de regering heeft sinds 2015 het team op het veld verkleind van 11 naar iets meer dan 7 spelers. Gemeenten ervaren dit probleem, en proberen door (te) lage tarieven het aantal spelers te verhogen. Maar dat lukt maar beperkt, omdat er - gelukkig - een grens zit in wat rechter en maatschappij accepteren aan schrale zorg en arbeidsvoorwaarden.

En nu gaat het kabinet de opstelling van dit team van 7 spelers wijzigen, waarbij de - terechte - tariefregelgeving gaat zorgen dat gemeenten die extra spelers hadden geregeld door te lage tarieven, deze alsnog van het veld moeten halen.

Ik geef direct toe dat een andere opstelling soms tot betere resultaten leidt, ook als je met te weinig spelers staat. Maar de wedstrijd winnen met 7 man gaat niet lukken, nooit. En het voorgoed afschrijven van de tactiek die was verzonnen voor 11 man, omdat deze niet werkt met 7 man, lijkt mij ook niet erg logisch.

Het juichen is ongelooflijk

Dat nu veld en vakbonden staan de juichen voor de opstellingswijziging van De Jonge, vind ik ongelooflijk. Noem je dat opkomen voor de belangen van gezinnen en medewerker?

Kortom, in mijn beleving dient het bedrag dat per kind beschikbaar is, enorm te worden verhoogd. Ik denk dat een grote verhoging van het budget en een beperkte inperking van de toegang voor de meest lichte gevallen hiervoor het beste pad is. Blijft het budget te laag, dan zullen stelselwijzigingen op stelselwijzigingen blijven volgen, omdat de wedstrijd niet te winnen is.

42 regio’s: meer bureaucratie

Mijn tweede punt van scepsis is dat één van de gekozen oplossingen in mijn ogen bizar is. Het werken met regio's als bestuurlijke eenheid is op papier al kwestieus (democratische verantwoording? gedwongen samenwerking?), in de praktijk is het nog erger. Alle voorbeelden van regionale samenwerking in het sociaal domein laten zien dat dit ineffectief is, dat gemeenten elkaar gijzelen en besluiten uitblijven, dat de bestuurlijke drukte toeneemt, evenals de doorlooptijd van besluitvorming en dat het eigenaarschap en de aanspreekbaarheid van bestuurders en ambtenaren afneemt.

Bovendien mag je verwachten dat het aan de praat krijgen van de regio's geruime tijd zal duren. En mijn voorspelling is dat de bureaucratie niet zal afnemen, omdat er alleen maar een speler in het veld bij komt.

Kortom, van alle niveaus waarop jeugdhulp georganiseerd en geregisseerd kan worden, is de regio een van de slechtste opties.

Wat zijn dan mijn oplossingen?

Wat dan mijn oplossingen zijn? Ik weet het niet precies. Helaas, want de problemen zijn groot en het kan zo echt niet langer.

Reële tarieven lijken me goed, evenals meer ruimte om aanbieders onderling en met gemeenten te laten samenwerken. Voor minder administratieve lasten zie ik meer heil in slimme technologie dan in opgelegde regels. Maar bovenal is een passend budget nodig. En daarna geduld, vertrouwen en een continue dialoog met doelgroep en medewerkers.

Jeroen Hoenderkamp is manager bij Kenniscentrum Koraal. Eerder was hij manager sociaal domein bij de gemeente Eindhoven, en strategisch adviseur sociaal in Maastricht. Hij promoveerde in 2008 op 'De sociale pijler, ambities en praktijken van het grotestedenbeleid'.

Dit artikel is 3230 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (3)

  1. Wat ik mis in dit artikel is vooral het feit dat er eindelijk eens efficiënt gewerkt moet gaan worden en vooral meer cliënt gericht. Ik ontken niet het probleem,maar ook in dit artikel de roep om steeds meer geld, doet de situatie niet verbeteren,maar het weer menselijk maken van de hele hulpverlening wel! Economie, geldlust etc. speelt in het grote geheel een enorme rol! Dat is bijna onmenselijk! Eerst de mens dan het geld. Ik snap heel goed dat mensen betaald moeten worden, maar ook ik moet met mijn salaris de dingen doen, die ik kan doen. De tering naar de nering zetten heet dat,maar dat is kennelijk onmogelijk.
    Als ik zie wat ik meemaak; drie coaches op 1 kind. 1 voor de huishouding 1 voor het geld 1 om te zorgen dat zij of hij geen schulden maakt, dan vraag ik mij echt af, of dit wel allemaal nodig is? En…. soms zie je weken geen enkele coach voorbijkomen. Maar ze worden wel betaald!!! En natuurlijk is dit de zoveelste ingreep van de “wijzen”uit den Haag, waar je weer vraagtekens bij kan zetten,maar toch……de hand in EIGEN BOEZEM wordt de hoogste tijd.

  2. Het artikel geeft richting aan het zoeken naar oplossingen die structureel effect hebben. Meer werken van de vraag van kinderen en de vraag van ouders ( leefwereld ) en het verminderen van de de bureaucratie , het grote aantal organisaties en professionals, het vele overleg tussen partijen en verantwoording( systeemwereld). Kinderen en ouders willen een toekomst waarbij een eigen huis, een baan , een vitaal netwerk , goede professionele ondersteuning essentieel is. Wie wordt eigenaar en beslisser in het regio overleg. Zolang we blijven werken met het aantal financiële schotten worden problemen vanuit de leefwereld niet opgelost

  3. “Wat dan mijn oplossingen zijn? Ik weet het niet precies. Helaas, want de problemen zijn groot en het kan zo echt niet langer.”

    Als dit dit door een deskundige wordt gezegd moet de toestand in de jeugdzorg wel heel erg zijn en staat de samenleving in de toekomst nog ernstige problemen te wachten.
    De jeugdzorg kampt niet zozeer met geldgebrek maar aan een goede politiek- bestuurlijke aansturing waarbij in feite niemand de eindverantwoordelijkheid draagt. Organisatorische hulpverlening eilanden zijn hierbij ontstaan waardoor geen adequate hulpverlening gegeven kan worden. Zo gezien is het budget van €3.6 miljard voor de jeugdhulpverlening het schieten met financiële hagel. Volstrekt ongericht en weinig effectief zonder hiervoor verantwoording te hoeven afleggen.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *