COLUMN Sociale experimenten nodig om te ontschotten

In de vijftiger jaren was ons land netjes verdeeld in zuilen. Katholieken trouwden met katholieken, stemden op de KVP, zaten bij elkaar op de RK school, op sportclubs en in vakbonden. Met socialisten of protestanten hetzelfde liedje.

Het voordeel van de verzuiling? De identiteit was geborgd en de cohesie geïnstitutionaliseerd. Het nadeel openbaarde zich toen er meer interacties kwamen tussen leden van verschillende zuilen. De geborgenheid dreigde te veranderen in wantrouwen en gebrek aan begrip voor leden van de andere zuil.

Zuilen afgebroken

Door de toegenomen interacties zijn de zuilen grotendeels afgebroken en dat is maar goed ook. Zo werkt deze agnostische katholiek regelmatig samen met zeer gelovige gereformeerden. No fuzz. Het curieuze is dat we de zuilen hebben ingeruild voor een andere soort verzuiling: die binnen de welvaartstaat.

Net als bij de andere verzuiling dachten we een overzichtelijke wereld geschapen te hebben. Werkzoekenden, ouderen, zieken of arbeidsgehandicapten: ze hebben allemaal hun eigen veilige welvaartszuil waar voor hen gezorgd wordt.

Hokjesgeest

Ook deze hokjesgeest moet nu uit de fles en wel om dezelfde reden. Of het nu gaat om jongeren met een zorgvraag, mensen met een migratieachtergrond die willen integreren, verwarde mannen, mensen in schulden of ouderen: er is toegenomen interactie tussen de welvaartszuilen, waardoor de schotten in al hun voegen kraken.

Neem iemand die met een serieus schuldenprobleem zit. Het is niet uitzonderlijk dat die persoon met zeven verschillende instanties te maken krijgt die allemaal een stukje van de schuldenpuzzel in handen hebben. De gevolgen laten zich raden: kast en muur spelen een spelletje lummelen, organisaties komen met strijdige belangen en eisen, er is duplicatie van kosten en het ‘slachtoffer’ weet het ook allemaal niet meer. Uiteindelijk rest een dure, weinig humane en ineffectieve manier om een probleem aan te pakken.

Dementie

Hetzelfde geldt voor mensen die de diagnose dementie krijgen. Uit een recent boek van hoogleraar langdurige zorg en dementie Anne-Mei The blijkt dat mensen zelf maar moeten uitzoeken hoe ze in het woud van regels moeten overleven. Terwijl ze dat helemaal niet kunnen. Voor de medische wereld is er geen eer meer te behalen en voor het verpleeghuis is het te vroeg. Een zwart gat is het gevolg. Ook hier ziet men hetzelfde kastje-muur-riedeltje met dure uitkomsten waar vooral de mensen zelf en hun omgeving veel last van hebben.

Er zijn voorbeelden te over. Uit de Monitor Transitie Jeugd bleek dat kwetsbare jongeren vaak heen er weer geslingerd worden tussen instanties. Ook een experiment van een Utrechtse GGZ instelling strandde in goede bedoelingen en hardnekkige schotten. Of het nu gaat om armoedebeleid of integratie, de problemen zijn steeds hetzelfde. Er is geen probleemeigenaar waardoor iedereen iedereen aankijkt en er niets nuttigs gebeurt.

Sociale experimenten

Wat nodig is zijn sociale experimenten op allerlei domeinen. Zoals die van Anne-Mei The. Maar dan beginnen er helaas andere problemen. De schotten blijken onverwacht van schokbeton. Zelfs als partijen overtuigd zijn van de noodzaak tot loslaten of samenwerken, blijken de achterliggende managers of organisaties vaak maar moeilijk hun autonomie op te willen geven. En niet zelden vallen die verschillende organisaties onder verschillende wetten en ministeries.

In het geval van dementie is het trieste dat de oplossing inhoudelijk niet eens bijzonder ingewikkeld of duur is: ondersteunen van mantelzorgers, de wijkverpleegkundige regisseur maken en het medische model inruilen voor het sociale model. Het levert ongetwijfeld bakken met geld op en de vroegdemente ouderen worden ermee geholpen. Maar de gevestigde belangen zien geldkranen dichtgedraaid worden en krijgen een financiële prikkel om het experiment te frustreren.

Barrières

Uit het eerdergenoemde experiment in Utrecht bleek zelfs dat vooruitgang pas mogelijk was als alle partijen besloten om regels te overtreden, een vrij schokkende - haast cynische – conclusie.

Alsof er nog geen barrières genoeg zijn, zien we ook nog wetenschappelijk obstakels. Hoe meet je dat een experiment geslaagd is? Een double blind trial met mensen is doorgaans lastig. Zo zijn er nu gemeenten aan het ‘experimenteren’ met vormen van een basisinkomen, maar is het op voorhand onduidelijk wat we met de resultaten precies kunnen.

Egalitair

En als het dan toch lukt, is er altijd nog wel in de landelijke politiek iemand bereid zijn of haar vinger op te steken met: ‘Hé dat ze het in Groningen leuk voor elkaar hebben is natuurlijk wel heel oneerlijk voor Maastricht!’ Aanvankelijk bestond staatsecretaris Klijnsma het om te dreigen de gemeentelijke initiatieven met het basisinkomen te blokkeren omdat ze vond dat de gemeenten allemaal hetzelfde moesten doen. Nee, het moet juist anders, want we experimenteren juist omdat we niet weten hoe het moet. Egalitair denken is dodelijk voor sociale innovaties.

Wopke

Sociale experimenten kunnen alleen slagen als een bewindpersoon er vierkant achter gaat staan, want er moet iemand boven de schotten uit kunnen kijken. Ook is fijn als de wetenschap aan boord is (Wat is de goede uitkomstmaat? Is er een goed design?) en er een stevige stuurvrouw aan het roer staat. Maar aan het eind van de tunnel wacht dan een licht dat schijnt op cliënten of patiënten.

En die minister? Misschien moet dat wel Wopke Hoekstra van Financiën worden, want als er één ding duidelijk is, dan is het dat de welvaartsverzuiling tot een gigantische verspilling van gemeenschapsgeld leidt. Een mazzeltje is dat Hoekstra van McKinsey komt. Daar zijn ze dol op het veranderen van organisaties. Dit is een hele grote organisatie en de noodzaak te veranderen is manifest. Beste minister, een schone taak wacht u.

Marcel Canoy is distinguished lecturer Erasmus School of Accounting and Assurance, en columnist voor www.socialevraagstukken.nl.

Foto: Paul Lim (Flickr Creative Commons)

Dit artikel is 638 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. Hoe de experimenten eruit zouden moeten zien, moet ook boven de schotten uit zien te komen.

    Het kan namelijk ook zijn: ‘Wat gebeurt er als we de voorstanders van het basisinkomen faciliteren?’.

    Dan haal je het dus uit het oeverloze gesprek dat steeds weer uit naam van de tegenstanders gevoerd wordt. Laat tegenstanders samen gewoon doorgaan met het oude, daarin zijn ze al gefaciliteerd, op de manier waarop het nu gaat. En faciliteer voortaan ook de voorstanders onderling. Dus als je een proef wilt doen, doe die dan voor de voorstanders onderling.

    Faciliteer de voorstanders voor een jaar. En zie wat daar uit komt.

    Hoe kan je de voorstanders faciliteren?
    – Laat hen een jaar lang x% van het geld dat bij hen binnenkomt, door laten stromen naar een centrale rekening van waaruit er maandelijks bestaansgeld (basisinkomen) naar mensen gaat.
    – Het gaat alleen naar mensen die zelf ook door laten stromen, dus onderdeel zijn van de voorstanders
    – Zorg dat mensen dit doorgestroomde bedrag bij belastingaangifte kunnen aftrekken, want we hoeven niet dubbelop te betalen
    – En zie wat daaruit volgt.

    Iedereen die niet voor het basisinkomen is, kan gewoon samen onderling op de oude manier verder gaan. Dat is hetzelfde als wanneer Nederland wel voor het basisinkomen gaat, en Chili niet. Het is ook prima om binnen 1 land twee voorkeuren te faciliteren.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *