INTERVIEW Vier sociologen: ‘Coronacrisis kan een katalysator zijn voor socialer beleid’

Mark Rutte is helder: in het coronadebat is geen ruimte voor sociologen. Bij de media groeit wél de vraag naar sociologische verklaringen. Zou de coronacrisis een katalysator kunnen zijn voor de opwaardering van de sociale invalshoek in het beleid? Sociale Vraagstukken liet vier prominente sociologen aan het woord.

Mark Rutte zei in gesprek met de NOS dat de rellen eind vorige maand geen sociologische verklaring nodig hebben. Ook in het bredere coronadebat wenst hij geen inbreng vanuit de sociologie. ‘Hij heeft dat inmiddels geloof ik wel zes keer herhaald’, zegt Samira van Bohemen, die als cultuursocioloog verbonden is aan de Erasmus Universiteit. Bij de pers ziet Van Bohemen wel een kentering. ‘Vanuit de media komen steeds meer vragen om sociologische verklaringen.’

Dat werd hoog tijd, vindt ook Tim Reeskens, universitair hoofddocent aan het departement sociologie van Tilburg University. ‘Nu het allemaal langer duurt, moeten de dissonante events zoals de rellen sociologisch geduid worden. Dat geldt ook voor vraagstukken als eenzaamheid, en schoolachterstanden in relatie tot kansenongelijkheid. Het is niet meer dan normaal dat gedragswetenschappers en sociologen breder aan bod komen.’

Geluid klinkt niet door in beleid

‘Dat er in de media en bij het algemene publiek meer aandacht is voor de sociologische invalshoek, wil echter niet zeggen dat deze stem doorklinkt in het beleid’, constateert Monique Kremer, hoogleraar actief burgerschap aan de Universiteit van Amsterdam. ‘Het politieke debat gaat nog steeds voornamelijk over fysieke gezondheid en economie. De overheid heeft de economie gestut, dat is ook voor het welbevinden heel waardevol. Maar ik mis ruimte, ook financieel, voor creatieve oplossingen. Met name op sociaal vlak. Bij mij op het plein is het koffietentje wel open voor afhalen. Maar het buurthuis is nog steeds dicht. Ook de lokale overheid moet meer stimuleren en kijken wat er wél mogelijk is.’

Na Ruttes expliciete afwijzing klom hoogleraar Jan Willem Duyvendak samen met drie collega’s in de pen. ‘Rutte heeft de sociologie juist nodig’, luidde de kop boven hun ingezonden brief in Trouw, die ook op deze website verscheen. Hun argumenten vatten ze samen in drie punten. Het eerste is dat een lockdown sociale tegenstellingen en ongelijkheid vergroot: de maatregelen slaan vooral hard neer op kwetsbare groepen. Het tweede is dat begrijpen iets anders is dan goedpraten. ‘Rutte zegt dat de relschoppers criminelen zijn en het dus een zaak voor de politie is’, licht Duyvendak aan de telefoon toe. ‘Rutte ziet wel dat het vooral mannen tussen 20 en 35 jaar zijn. Maar hij vraagt zich niet af waarom juist zij rellen. Als je dat wel wilt begrijpen, kan dat helpen om herhaling te voorkomen.’

Te veel nadruk op publiceren

In de media hoort Duyvendak op dit moment de neoliberale wind van tien jaar Rutte veel als verklaring voor de rellen. ‘Het wordt een vulkaan genoemd die wel móest exploderen. Maar dat is niet het hele verhaal. Want er is altijd wel onvrede. Je zou de vraag moeten omkeren: waarom zijn er eigenlijk niet vaker rellen? Waarom precies nu? Kennelijk waren er specifieke omstandigheden waardoor men het nut zag, men elkaar vond, et cetera. Die omstandigheden moet je onderzoeken en dan pas kun je er iets gefundeerds over zeggen.’

En daarmee komen we bij het derde punt dat Duyvendak maakt in de brief. Namelijk dat de badinerende opmerkingen van Rutte het geluid versterken van ‘wetenschap is ook maar een mening’. Een kwalijk geluid, vindt de hoogleraar. Maar hij steekt de hand ook in de eigen boezem van de sociologie. ‘Wij hebben als sociologen te lang in de ivoren toren gezeten. Met te veel nadruk op internationaal publiceren, te weinig aandacht voor ons nut voor de samenleving.’

Alleen gefundeerd bijdragen

Hij ziet daarin wel een kentering ontstaan. ‘Vooral bij de jongere generatie sociologen is er een uitgestoken hand naar de media en politiek.’ Reeskens ziet die beweging ook. ‘Maar het is wel lastig: want we willen alleen optreden in een talkshow als we gefundeerd iets kunnen zeggen over een fenomeen.’ Als een redactie belt om iets dat vandaag gebeurde te duiden, dan kan dat vaak nog niet. ‘We willen niet meedoen aan toogpraat’, zegt Reeskens. Duyvendak: ‘Maar ja, dan vult Jort Kelder het weer in. En waarom zou die wél iets zinnigs kunnen zeggen?’

Het gebrek aan actuele en complete kennis geldt evenzeer voor virologen en epidemiologen. En zij zijn wel volop aan het woord. Reeskens: ‘Zij kunnen zich nou eenmaal niet onttrekken aan het debat. Wij als sociologen kunnen dat wel. Maar we zouden ons meer moeten laten gelden in de publieke arena. Dáár moeten we zelf ook maar onze discussies aangaan over wat de beste verklaringen zijn.’ Daar zou inderdaad ruimte voor moeten zijn in de media en bij de beleidsmakers, vindt Duyvendak.

Dan kan ook geëtaleerd worden dat er niet één sociologie is. ‘De combinatie van micro, meso en macro verrijkt de kennis. Een interactiesocioloog onderzoekt op microniveau, bijvoorbeeld door filmbeelden te analyseren. Hoe ontwikkelt de dynamiek van de rellen zich? Wat gebeurt er met de emotionele energie bij groepen jongens die aan het vechten slaan? Op macroniveau zijn de rellen te duiden door modelmatig en met heel veel data patronen door de tijd heen te herkennen.’

Vruchtbare voedingsbodem

Voor de langere termijn, na corona, ziet Monique Kremer in de aanloop naar de verkiezingen een vruchtbaardere voedingsbodem ontstaan voor meer inbreng vanuit de sociologie en daarmee een socialer beleid. ‘In geen enkel verkiezingsprogramma staan nog de termen zelfredzaamheid en eigen verantwoordelijkheid. Het gaat niet langer alleen om de BV Nederland en het individu, ik zie meer aandacht voor het collectief, het verstevigen van verbintenissen. Óók bij rechts en centrumrechts, zij het alleen op de sociaaleconomische thema’s.’

Kremer ziet dat de coronacrisis als een katalysator werkt voor deze kanteling bij de politiek. ‘De zakken van de overheid bleken ongekend diep. Begrotingsregels konden ineens op de schop. Dat biedt voor de volgende kabinetsperiode perspectief voor zaken als gratis kinderopvang, collectieve bescherming van zzp’ers en armoedebestrijding.’ Van Bohemen betwijfelt wel of een socialer beleid het vertrouwen in de politiek kan herstellen. ‘Individualisering is niet alleen iets van de politiek, dat is ook een cultureel proces dat niet met beleid terug te draaien is. Het wantrouwen en anti-institutionalisme wordt bovendien gevoed door transnationale interacties, complottheorieën en non-informatie. Hierdoor is als het ware een tweede publieke ruimte ontstaan waar de overheid de sociale orde niet kan bewaren.’

Extra argument

Alle vier vinden ze dat de stem van de sociologen zwaarder zou moeten wegen. Ook al is het de vraag in hoeverre een socialer beleid het maatschappelijke onbehagen weg kan nemen. Maar misschien is juist de tweede publieke ruimte die Van Bohemen noemt een extra argument voor een krachtig geluid van sociologen. Want dat krachtenveld levert bij uitstek voer voor hen. ‘Als we dat allemaal niet willen begrijpen, dan wordt het heel moeilijk om nieuw beleid geïmplementeerd te krijgen’, sluit ze af.

Tea Keijl is journalist.

 

Foto: Karen Eliot (Flickr Creative Commons)

 

Dit artikel is 1750 keer bekeken.

Reacties op dit artikel (2)

  1. “Wij hebben als sociologen te lang in de ivoren toren gezeten. Met te veel nadruk op internationaal publiceren, te weinig aandacht voor ons nut voor de samenleving.’”

    Wellicht is de Corona crises ook een katalysator voor de wetenschappelijke sociologie beoefening: t.w. een betere praktische aansluiting bij maatschappelijke problemen en daarmee ook een andere wetenschappelijke (onderzoek) methodiek. Sociologie moet veel meer een dynamische wetenschap zijn en facilitator voor verandering c.q. verbetering worden.

    N.B. dit probleem geldt trouwens ook voor andere sociale wetenschappen.

  2. Ten eerste: ik zie niet direct hoe een grotere betrokkenheid van sociologen leidt tot een socialer beleid, dat is toch politiek en geen wetenschap (en er is niet één socioligie, leer ik uit het interview)? Ten tweede: je hoeft toch geen socioloog te zijn om te zien welke gigantische schade het coronabeleid aanricht? Dat hebben andere wetenschappers al peer reviewed in kaart gebracht plus dat iedereen (wetenschapper of niet) dat om zich heen kan zien. Prima dat sociologen relevant willen zijn, maar dat had al meer dan een jaar geleden moeten beginnen. Nu hoeft het niet meer.

Reageer

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *