COLUMN Ongehoorzame mensen worden wel snel over één kam geschoren

We komen in een volgende fase in de maatregelen rond het coronavirus. De eerste fase ging om drie weken beperkende maatregelen. Dat is iets wat je kunt ‘uithouden.’ Dat wordt nu twee maanden, zonder garantie op wat dat op gaat leveren. Het begint mensen te dagen dat het gaat om het leren leven in een nieuwe bestendige realiteit. Het zou wel eens het grootste collectieve leerproces kunnen zijn sinds de Tweede Wereldoorlog, toen Nederland moest herdefiniëren wat vrijheid was, hoe we daarmee om moesten gaan en hoe we dat combineerden met de verantwoordelijkheid om het land op te bouwen.

Oude scheidslijn in een nieuwe gedaante

De parameters en het einddoel zijn nu anders. En het lijkt best goed te gaan. Overheidsvertegenwoordigers spreken ons toe. De meeste burgers volgen de dringende adviezen op. De minister-president en andere ministers zijn goed geïnstrueerd op het belang van positief bekrachtigen. We krijgen complimenten voor ons goede gedrag. Maar de regeringsleden zijn geen pedagogen en kunnen het niet laten om hun verbazing en ergernis uit te spreken in persoonlijke, emotiegeladen taal over strandgangers en mensen die de richtlijnen niet goed navolgen.

Die reactie is begrijpelijk. Misschien ook wel nodig om bij mensen de ernst in te prenten. Toch schuilt hierin een risico, die van een nieuwe scheidslijn, of een oude scheidslijn in een nieuwe gedaante. Namelijk tussen mensen die zich keurig aan de regels houden en zij die zich niet voegen. Hier kunnen sociaal werkers, mensen actief en sensitief binnen lokale sociale verhoudingen, van grote waarde zijn. Eerst wat meer over de onaangepasten.

De mensen die niet gehoorzamen

De ongehoorzame mensen worden namelijk al snel over één kam geschoren. Ze zijn onverantwoordelijk, asociaal of zelfs moordenaars. Misschien helpt verontwaardigde woede van de meerderheid om een deel van de onwelvoeglijken toch nog in het gareel te krijgen. Shaming en scandering lijkt internationaal de strategie van de meerderheden op sociale media. Maar de groepen mensen die zich anders (onverantwoord) gedragen zijn gemêleerder dan we ons inbeelden.

Natuurlijk zijn er mensen die ‘gewoon geen zin’ hebben om zich aan de regels te houden. Anderen doen dat gewetensvol, maar zoeken af en toe een uitlaatklep, bijvoorbeeld bij stralend weer. Verder zijn er mensen die al langer leven in wantrouwen en een antagonistische verhouding tot de overheid en gezagsdragers. Velen van hen zeer terecht, vanwege aanhoudende dynamieken van uitsluiting en benadeling. Dan komt een decreet ‘voor eigen bestwil’ niet goed aan, hoe goedbedoeld ook.

Maar er zijn ook ‘ouderen’ en ‘zwakkeren’ die zich hebben neergelegd bij hun zwakke gezondheid en behoefte hebben hun (laatste) levensdagen door te brengen op hun voorwaarden. Ze kunnen niet zoveel met de oproep om zich zwak te gedragen zodat wij hen kunnen ‘beschermen.’

En dan zijn er nog de mensen – de meesten van ons? – bij wie al het bovenstaande afwisselend omgaat. Want we hebben het graag over ‘groepen’ of ‘typen burgers’ om onze realiteit behapbaar te houden, maar het is ingewikkelder. En dat blijkt want anders zou iedereen hetzelfde, of in ieder geval enigszins ‘rationeel’ of ‘logisch’ reageren.

Aansluiten op ‘de ander’ is de expertise van sociaal werkers

Sociaal werkers hebben een geschiedenis van het werken met mensen die ‘anders’ zijn en hun realiteiten van binnenuit begrijpen. Ze hebben inventiviteit ontwikkeld om bij ‘ongemotiveerden’ een vonkje aan te steken, om aan te sluiten bij de beleving van uiteenlopende mensen. Ik heb er geen twijfel over dat sociaal werkers heel andere verhalen hebben over wat er schuilt achter de motivaties van mensen die zich niet (altijd) aan de regels houden.

Hier ligt een belangrijke sleutel. Misschien moeten politici een simpele werkelijkheid voorhouden waarin we ons moeten aanpassen. Maar voor de jongerenwerkers, opbouwwerkers, andere wijkwerkers en hulpverleners gaat het om een grillig en complex ontwikkel- en leerproces. Er zijn grenzen; als we ons niet aan de richtlijnen houden kan dat levens kosten. Maar hoe die grenzen er precies uit zien en welke routes zich daarbinnen kunnen aftekenen is nog onduidelijk.

Pleit voor begrip voor uiteenlopende leerprocessen

Wel is duidelijk dat dit leerproces meer behelst dan een tweedeling tussen gehoorzamen en onaangepasten. Gelukkig weten veel sociaal werkers dit. Voor sommigen is dit een intuïtief impliciet weten. Een belangrijke uitdaging is nu dat sociaal werkers bewuster inzetten op hun rol om ruimte te creëren voor divers vormgegeven leerprocessen. Ze kunnen zich daarbij beroepen op rijke kennis en ervaring in het werken met mensen die door de meerderheid onbegrepen blijven.

Dit kan een belangrijke uitwerking worden van een ‘sociaal antwoord’ waartoe Marcel Spierts vorige week opriep. Misschien kunnen we als meerderheid reacties ontwikkelen op medemensen waarin ruimte is voor meer dan verontwaardiging. Ondanks social distancing zijn er nu allerlei mogelijkheden om elkaar wat beter te leren kennen.

Sebastian Abdallah is docent en onderzoeker Culturele en Maatschappelijke Vorming/Sociaal Werk  aan de Hogeschool van Amsterdam en zelfstandig trainer en adviseur. Hij promoveerde in 2017 aan de UvA op het proefschrift Struggles for success. Youth work rituals in Amsterdam and Beirut.

 

Foto: ScreenPunk (Flickr Creative Commons)